16 november 2015  Reeuwijk en 'haar' verdwenen woudaapjes

Recent kreeg ik een uiterst interessant fotoboek onder ogen wat ooit eigendom was van de in 1996 overleden Goudse Arie Scheygrond.  Scheygrond, geboren Gouda 9 februari 1905 en overleden in Gouda op 17 februari 1996 was bioloog, docent en historicus. Hij studeerde dierkunde aan de Rijksuniversiteit in Utrecht en behaalde in 1929 zijn doctoraal. Vervolgens promoveerde hij op het in die periode nog zeer bijzondere voorkomende plantendek in grote delen van de Krimperwaard. Voor de Tweede Wereldoorlog ijverde hij zeer voor het behoud van de Reeuwijkse en Sluipwijkse Plassen, een in zijn ogen uniek natuurgebied, dat niet behoorde te worden ingepolderd, zoals de plannen waren. De acties van onder andere Arie Scheygrond hadden succes : de voorgenomen inpoldering is niet doorgegaan.
Het genoemde fotoboek is zo interessant allereerst omdat het eigendom is geweest van Scheygrond, en verder omdat het aan de hand van de vele foto's in het boek, gemaakt tussen 1926 en 1930 inzage geeft hoe het Reeuwijkse Plassengebied er toen uitzag in combinatie met een aantal natuurbeelden die we nu als uniek kunnen bestempelen.

Met name de foto's van woudaapjes waren voor mij zo interessant omdat ik in de periode (zestiger jaren van de vorige eeuw), toen het woudaapje nog met  flink wat paren voorkwam in het Reeuwijkse Plassengebied, met eigen ogen mocht genieten van de aanwezigheid van dit kleine reigertje.


Het bewuste fotoboek wat gaat over de Reeuwijksche en Sluipwijksche Plassen. Met de ex libris van Dr. A. Scheygrond met visotter die in die jaren nog voorkwam in het Reeuwijkse Plassengebied.



Foto van het vroeger vissersbedrijf van Van der Starre aan de s' Gravenbroekseweg 
omstreeks 1930. Op de foto staat nog de ijstoren waarin ijs werd bewaard om de gevangen vis te koelen. 
De ijstoren is jammer genoeg afgebroken in de 60er jaren van de vorige eeuw. Naast het beroep van broodvisser 
en broodjager hield het geslacht van der Starre zich ook bezig met de kweek van eenden, 
het vangen (en later ringen) van kieviten alsmede de handel (en later ringonderzoek) van 
woudaapjes in het Reeuwijkse Plassengebied.


Jonge woudaapjes gefotografeerd in augustus 1926 op plas Elfhoeven.
Ze staan min of meer in paalhouding.


Jonge woudaapjes voor een kist staand. Gefotografeerd in augustus 1926 op plas Nieuwenbroek.
Waarom ze voor die kist zitten is onduidelijk. Heeft een woudaapjes paar gebroed in die kist of staat die kist
er met andere bedoelingen b.v. voor de transport van de jonge woudaapjes voor de verkoop?

Het woudaapje was ooit in delen van Nederland een heel normale broedvogel, met als absolute uitschieter een schatting van zo'n 100 paren in het Reeuwijkse Plassengebied  in 1950. Dit aantal opgegeven door SOVON lijkt me echter aan de hoge kant. Exacte gegevens hierover zijn aanwezig in het lijvige archief van de familie van der Starre waarvan bij mij het bestaan bekend is.  In 1965, toen de landelijke stand al terugliep, waren er tenminste 250 en mogelijk nog 400 paartjes in ons land (SOVON).

Al in 1921 werd in het blad De Levende Natuur gerept over hoe er soms met deze reigerachtige werd omgegaan via de volgende tekst:  Woudaapjes. — Bij Gouda — geen 20 minuten. van de stad — is in September van dit jaar een nest met Woudaapjes uitgebroed. Maar .... toen de jongen totaal zeven stuks waren uitgekomen, zijn ze door een inwoner van Reeuwijk gevonden en op twee-na vermoord. Schandelijk! Wij meenen, dat het vangen van Woudaapjes strafbaar is. Als dit zoo is, dan zouden we gaarne zien dat U dit als opmerking onder het berichtje plaatste, (ja, strafbaar. T.) Verleden jaar vonden we een nest van de kleine Karekiet aan slechts twee stengels. Dit is zeker wel een groote zeldzaamheid? Misschien belangrijk genoeg als mededeeling. E. HOFFMAN, A. SCHEIJGRONDT. Levende Natuur Oktober 1921.


Nest van woudaapje met zeven volledig witte eieren. Het nest wordt gemaakt van dode rietstengels. 
Ik heb ook ooit een 2-tal nesten gevonden op plas Kalverbroek in schiethutten gemaakt van riet. 
De nesten lagen min of meer verscholen op de rand van jachthutten die waren opgebouwd 
uit gevlochten rietmatten en gestapelde rietbundels.

 


Geschiedenis van de rietklimmer, het  Reeuwijkse woudaapje
Vanwege de grote natuurwetenschappelijk, landschappelijke en cultuurhistorische waarde van de plassen Ravensberg/Sloene in Reeuwijk startte het toenmalige Ministerie van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk (CRM) in het midden van de zestiger jaren van de 20e eeuw de aankoop van water en voormalige legakkers voor reservaatvorming. Ook het in die tijd voorkomen van een kleine en steeds meer bedreigde broedpopulatie van het kleine roerdompachtige woudaapje vormde mede een belangrijke reden om tot aankoop over te gaan van delen van het plassengebied met daarin verspreid liggende eilandjes, voormalige legakkers. De aankoop in het Reeuwijkse  plassengebied door Staatsbosbeheer beperkte zich echter  tot een paar voormalige legakkers, waar een grote kolonie kokmeeuwen broedde, en een stuk water ter grootte van ca. 20 hectare op de plas Ravensberg.

Inmiddels is het woudaapje al jaren als broedvogel verdwenen uit het Reeuwijkse Plassen gebied. Ook een  andere specifieke moerasvogel van het Plassengebied waar Reeuwijk beroemd om was, de grote karekiet, waarvan nog in de zeventiger jaren vele tientallen paren in het plassengebied broedden, staat er beroerd voor en dreigt als broedvogel eveneens te verdwijnen. De laatste jaren zijn er ook van die soort geen broedterritoria vastgesteld in het plassengebied. Kokmeeuwen broeden overigens nog wel steeds in het plassengebied.


Vrouwelijk woudaapje op zoek naar een prooi.

Woudaapjes kwamen vroeger in het Reeuwijkse Plassengebied vrij algemeen voor, althans tot net na de 2e wereldoorlog. Voordat het woudaapje beschermd werd via de Vogelwet van 1936 werden jonge exemplaren regelmatig gevangen en verkocht naar dierentuinen en particuliere volièrehouders. Met name de vader van Cor van der Starre hield zich daar mee bezig. Het vormde een onderdeel van zijn broodwinning. Zijn beroep was jager en broodvisser. Na zijn overlijden nam de jonge Cor het bedrijf over. Cor van der Starre was een van de eerste personen in het Reeuwijkse Plassengebied,  die in de gaten kreeg,  dat er steeds minder woudaapjes broedden. Hij startte serieus onderzoek op via ringonderzoek. Dit gebeurde in samenwerking met het Vogelringstation in Arnhem.  Cor was in de streek een bekend figuur en alle Reeuwijkers waren op de hoogte dat hij zich bezig hield met het ringen van woudaapjes. De meeste nestvondsten van woudaapjes werden bij Cor gemeld. Op die manier werd jaarlijks een flink deel van de nestjongen op de plassen geringd.

Ten tijde dat  Jan Strijbos allerlei publicaties over vogels uitbracht werd het fotograferen van vogels populair. Menige (beroeps)vogelfotograaf is in die periode bij Cor van der Starre langs geweest om te fotograferen en dan natuurlijk het liefst woudaapjes. Eric Hoskins, een bekende Engelse vogelfotograaf en watervogeldeskundige, is ook diverse keren bij hem geweest. Cor immers wist altijd wel een goed plekje te vinden waar vogels vrij eenvoudig, (en dichtbij) waren te fotograferen. Ikzelf  heb aan het begin van de zestiger jaren van de vorige eeuw ook het genoegen gehad om samen met Cor op de Plas Ravensberg het gedrag van de woudaap te kunnen bestuderen. Op ongeveer 20 meter afstand van een nest af, zittend in een onvervalst Reeuwijks vissersschouwtje, in de schaduw van een elzenstruik kijkend naar een woudaapje, welke lopend over een veld witte waterleliebladeren naar zijn nest toe sluipt is een gebeurtenis die  je niet snel vergeet.


Jonge woudaapjes op het nest gefotografeerd met 
de hulp van Cor van der Starre. Foto is op de plas 
Ravensberg gemaakt in  het voorjaar van 1963 of 1964.

 



Close up van het mannetje van het woudaapje.


Close up van een vrouw woudaapje.

Het favoriete gebied in mijn jeugd om woudaapjes te bekijken was de plas Kalverbroek gelegen achter de polder Lang Roggebroek welke is gelegen tussen de Twaalfmorgen en de Reeuwijkse Plassen. Daar gingen we vanuit Haastrecht lopend naar toe startend vanaf de winterkade langs de Hollandse Yssel, de Steinse Dijk geheten. Vanaf het huis van mijn vrienden,  dat de naam "de vier gezinnen" droeg, omdat er lang geleden vier gezinnen in gewoond zouden hebben. Dat waren er toen overigens nog maar twee. We liepen dan eerst door een perceel grasland naar de Tiendweg en vervolgens de spoorlijn overstekend naar de Twaalfmorgen. Een goede plek met een grote trefkans om woudaapjes te zien was de plas Kalverbroek. Via een graslandperceel, door ons “Het schrale van Nap” genoemd vanwege het bloemrijke karakter en de aanwezigheid van een slootje met uitzonderlijk helder water waarin unieke waterplanten groeiden zoals bronmos en verschillende kranswiersoorten.. In de oever langs dat slootje groeiden tal van bijzondere schraallandplanten zoals spaanse ruiter, veenpluis, moerasviooltje en nog veel meer. In het voorjaar moest je op dat perceel tussen vele honderden exemplaren wilde kievitsbloemen doorlopen om  bij de oever van plas Kalverbroek te komen. Daar heerste absolute stilte. Behalve in het najaar als het jachtseizoen geopend was en de diverse jachthutten bemand waren met eendenjagers. Tegen de Kalverbroek plas aan lag een grote veenput met witte waterlelies begroeid. Aan de randen ervan zompig moeras met hier en daar wilgenstruiken en elzenbomen. Er stond ook een klein houten recreatiehuisje maar de eigenaren ervan kwamen maar zelden.



De veenput lag pal ten zuiden van de historische boerderij Wiltenburg met zijn fraaie toegangspoort.
Op de topografische kaart staat het oostelijk gelegen perceel als bos aangegeven. Dat was toen nog niet het geval. 
Toen was het nog steeds schraal grasland. Wat in de 60er jaren van de vorige eeuw opviel was dat er rondom 
genoemde boerderij zulke brede sloten voor kwamen die vol stonden met witte waterlelievegetaties 
en in mindere mate met gele plomp. Ook had je toen nog hier en daar hoekjes in sloten begroeid met krabbenscheer.



Vrouwtje woudaapje goed gecamoufleerd tussen de vegetatie. 
Deze reigertjes zijn maar klein, ongeveer ter grootte van een grutto.

Dr. A. Scheygrond beschrijft in 1933 in het boekje " De Reeuwijksche en Sluipwijksche Plassen" , dat je bij elke vaartocht over het plassengebied in het voorjaar wel een of meer woudaapjes kon zien. Ook in de jaren zestig van de vorige eeuw waren woudaapjes nog niet echt zeldzaam in het Reeuwijkse Plassengebied weet ik me nog te herinneren. Regelmatig heb ik in die jaren woudaapjes zien vissen in de moerasstrook langs een brede wetering bij de Twaalfmorgen. In en rond de Plas Kalverbroek van de Reeuwijkse plassen broedden toen nog meerdere paren.  Als je een beetje op de hoogte was van de nestkeuze van het woudaapje was het mogelijk om op een dag verschillende nesten te vinden. Met een middagje zoeken (het was wel een topdag voor mij) zo omstreeks 1963/64 vond ik alleen al op de Plas Kalverbroek vier nesten waarvan 2 nesten onder in wilgenstruiken lagen en 2 nesten waren gebouwd in jachthutten. Dat waren geen jachthutten slechts bestaande uit 4 rieten wanden en een rieten dakje. Het ging om bouwsels met gangenstelsels en overkappingen,  allemaal van riet. Men had er veel werk in gestoken en het waren prachtige bouwsels. Van sommige jachthutten maakte men zoveel werk dat je er  bij wijze van spreken zo een bed & breakfast in had kunnen gaan beginnen. En blijkbaar vonden de woudaapjes het ook aantrekkelijk want ze nestelden regelmatig in en op jachthutten. Kokmeeuwen trouwens ook.


Woudaapjes broedden soms op of zelfs in schiethutten. Zoals op de foto te zien is zaten er soms
ook andere aapjes in zo'n schiethut. Foto van Januari 1929.


Er was een eilandje midden in de plas Kalverbroek waarop regelmatig meerdere woudaapjes bij elkaar waren te zien. Zonnend  in de luwte aan de zuidkant in het warme zonnetje. Sommige met opengeslagen vleugels wat je bij blauwe reigers ook wel ziet om zodoende beter te profiteren van de zonnewarmte. Als het mooi weer was zaten er altijd wel een paar woudaapjes en het is zelfs een keer voorgekomen dat we maar liefst 16 woudaapjes op een rij zagen zitten. Na zo'n waarneming  ging je wel met een heel goed gevoel terug naar huis, toen al beseffend dat het om unieke waarnemingen ging.



Mannelijk woudaapje met een gevangen veenmol. Woudaapjes waren tot omstreeks 1950 vrij algemeen voorkomende 
broedvogels in het Reeuwijkse Plassengebied, maar ze zijn inmiddels helemaal verdwenen. De Reeuwijkse bijnaam 
voor het woudaapje is woutje.

 

Woudaapjes 2015
In Juli 2015 werden  op de Put van Kruyt in de polder Oukoop in Reeuwijk twee waarnemingen gedaan van een vliegend woudaapje. De twee personen die de waarneming deden, onafhankelijk van elkaar, wisten met stelligheid te vermelden dat het om een woudaapje moest gaan. Het is niet uitgesloten dat het om een  voedselvlucht  ging hetgeen er op zou kunnen duiden dat er een woudaapje op de Put van Kruyt gebroed heeft. Een zoektocht in een rietkraag naar eventuele restanten van een nest eind november, waarvan vermoed werd dat een woudaapjes paar daar gebroed zou kunnen hebben, leverde jammer genoeg niets op. Maar er is geen 100% zekerheid dat er gebroed is. Het zou wel prachtig zijn want al vele jaren is de woudaap als broedvogel verdwenen in het Reeuwijkse Plassengebied.


Man woudaap vliegend

homepage

nieuwste vertellingen fotoboek landschappen zoeken foto's zoeken op trefwoorden auteur
natuur & landschap Reeuwijkse Plassen weidevogels cultuurhistorie jeugdverhalen