homepage
Broedvogelonderzoek in en rond Reeuwijk voorjaar 2015

17 Juli 2015           
Matig weidevogelseizoen, droog en koud, verhoogde predatie en weinig insecten

Weidevogelontwikkelingen en broedresultaten voorjaar 2015
Ook in het voorjaar van 2015 werden grote delen van het agrarische graslandareaal in het Groene Hart van West-Nederland aan de vroege kant (zo omstreeks 15 mei) gemaaid. Ongunstig voor eieren en kuikens van weidevogels. Maar er leek meer aan de hand te zijn. Dat viel op bij weidevogelonderzoek in Reeuwijkse reservaten. Het had te maken met het voedselaanbod van kuikens van weidevogelsoorten als grutto en scholekster. Als gevolg van het droge en vrij koude voorjaar ontbrak er een piek aan insecten in de weken dat gruttokuikens  opgroeiden en ook scholeksters hadden moeite met het voeden van de kuikens omdat wormen en ander voedsel diep in de bodem zaten. Daarnaast leek er sprake te zijn van verhoogde predatie. Onderstaand een verslag.


BROEDVOGELONDERZOEK 2015 RESERVAAT STAATSBOSBEHEER
Het bij de Reeuwijkse Plassen gelegen reservaatgebied van Staatsbosbeheer wordt periodiek onderzocht op de flora/fauna met als doel om de ecologische ontwikkelingen te volgen. De aantalontwikkelingen worden aan de hand van de verzamelde monitoringgegevens nauwlettend gevolgd en indien nodig worden de beheersactiviteiten aangepast om er voor te zorgen dat de bestaande natuurkwaliteiten minimaal behouden en indien nodig versterkt  kunnen worden.

De telgegevens van grutto, scholekster en tureluur voorjaar 2015.

In het voorjaar van 2015 is vrijwel het volledige SBB-reservaat in Reeuwijk door Freek Mayenburg en Nico de Bruin gekarteerd op broedvogels dan wel op weidevogels via de territorium methode van het SOVON. Ook het SBB-reservaat de Benschopper Boezem, gelegen zuidelijk van de Hollandse Yssel in de Lopikerwaard is gekarteerd. In totaal is dat een oppervlakte van ruim 550 hectare. De telgegevens van de vier telronden uitgevoerd in april, mei en juni zijn voor de belangrijkste  weidevogelsoorten op een rijtje gezet n.l. grutto, tureluur, scholekster, kievit en slobeend. Zomertaling, zwarte stern, veldleeuwerik en graspieper zijn geen broedvogel meer of uiterst zeldzaam zoals de zomertaling (1-2 territoria in polder Oukoop).

Deelgebieden Grutto Tureluur Scholekster Kievit Slobeend
Stein Noord 38-40 16 16-18 60-66 12-16
Lang Roggebroek 3-4 1-2 1-2 3-4 0-1
Oukoop 21-25 10-12 11-12 29-32 12-15
Oukoop Noord 0-1 0 0 1-2 2
Sluipwijk 19-21 6-7 10-11 23-26 4-5
Ruigeweide 4-5 3-4 1-2 12-14 2-4
Weypoort 5-6 0 2-3 10-11 0
Benschopper Boezem 16-18 6-8 4-5 19-21 2
           
Totaal 106-120 42-49 45-52 157-176 34-45

De 1e en 2e telronde gericht op het vaststellen van broedterritoria werden uitgevoerd in de 2e en 4e week van april. De 3e (alarm)telronde werd uitgevoerd tussen 15 en 21 mei 2015. Volgens de SOVON-methode zou de 4e (alarm)telronde uitgevoerd moeten worden vanaf 10 juni. Maar aan het eind van mei kreeg ik tijdens mijn vrijwel dagelijkse veldbezoeken in de gaten dat er iets vreemd aan de hand was bij de grutto's. Het aantal alarmerende paren was toen sterk verminderd, terwijl ze normaal gesproken nog steeds alarmerend aanwezig hadden moeten zijn. Hetzelfde was ook het geval in de Donkse Laagten in de Alblasserwaard vernam de boswachter van het SOVON die dit reservaat heeft gekarteerd.

 

Opvallend: veel gruttoparen al vroeg vertrokken uit de Reeuwijkse reservaatgebieden.    

      De in Spanje (Extremadura Sancta Maria)  geringde grutto heeft ook dit jaar weer in de polder Stein gebroed.
Alarmeerde in de 3e week van mei  in precies hetzelfde perceel als waar in 2014 een van de kuikens vliegvlug 
is geworden. Of dat dit jaar ook het geval was is onzeker. De vogel werd na die week niet meer 
alarmerend aangetroffen.

Alarmtellingen in het midden van mei 2015 in de Reeuwijkse reservaten lieten nog verheugende aantallen gruttoparen zien die alarmeerden ten teken dat er kuikens moesten rondlopen. Zo'n 85 paren van de 106-120 vastgestelde gruttoparen alarmeerden toen. Wat opviel was dat er verschillende gruttoparen nog maar kleine kuikens bij zich hadden. Er was soms per deelgebied wel wat uitval van paren t.o.v. van een eerdere telronde maar dat is normaal want natuurlijk treedt er verlies op als gevolg van predatie, verstoring en andere oorzaken. Maar aan het eind van mei - begin Juni viel op dat er nog maar erg weinig alarmerende grutto's werden aangetroffen. Dat waren nog maar een kleine 20 paren. Het was voor mij op dat moment tamelijk onduidelijk wat daar de oorzaak van was omdat dit gebeuren nogal afwijkend was t.o.v. voorgaande jaren.


Alarmerende gruttoman.

Als we de broedcyclus van de grutto eens goed analyseren dan zien we dat de gemiddelde datum waarop grutto's gaan broeden zo ongeveer tussen 10 en 15 april ligt. Er zijn natuurlijk grutto's die vroeger en later beginnen met broeden maar ik ga uit van de gemiddelde datum waarop het broeden van de vier eieren begint. De broedtijd duurt 23 dagen en de kuikens doen er ongeveer 28 tot 30 dagen over voor ze vliegvlug zijn. Grutto's die hun legsel verliezen nestelen wel opnieuw maar niet allemaal zoals bij kievit en scholekster wel gebeurd. En na 29 mei, een gemiddelde datum die wetenschappelijk door onderzoek is vastgesteld, beginnen ze er helemaal niet meer aan. Dat brengt me terug naar de alarmtelling  eind mei/begin juni toen er amper nog alarmerende grutto's meer werden geteld. 

Als ik uitga van 12 april als gemiddelde startdatum van het broeden van de grutto en tel er 23 dagen broedtijd bij dan kom ik uit op 5 mei dat de kuikens uit zijn. Daar komen dan nog 29 dagen bij voordat de kuikens vliegvlug zijn en dat zou dan ongeveer 4 juni moeten zijn. In voorgaande jaren werden er tijdens alarmtellingen tussen 7 en 14 juni nog steeds flinke aantallen alarmerende gruttoparen aangetroffen met kuikens. Dit jaar was eind mei het grootste deel van de grutto's (met of zonder vliegvlugge kuikens) al vertrokken uit de gekarteerde reservaatgebieden bij Reeuwijk. Ook in andere reservaatgebieden van Staatsbosbeheer zoals de Donkse Laagten in de Alblasserwaard werd dit het geconstateerd. Wel waren er hier en daar uitzonderingen. Begin juni werden nog verschillende grutto-ouders gezien met bij zich kuikens die tegen- of al vliegvlug waren zoals bij de Benschopper Boezem en het polderdeel Negenviertel in de polder Oukoop. Maar begin juni was het grootste deel van de grutto's al uit de verschillende reservaatdelen vertrokken. 

 

REFERENTIE. Het ophalen van een jeugdherinnering. Zoemende insectenwereld.
Wat was het een genot. Als we in onze jeugdjaren in de lange zomervakantie uitgevist waren in de visrijke polder Stein lekker luieren in in hooilanden noordelijk van de spoorlijn in de Steinpolder. De meeste (toen nog agrarische) hooilanden vol met geurende bloemen. Nu reservaat dus. In die hooilanden waren toen nog opvallend algemeen margrieten, wilde kievitsbloemen, verschillende soorten boterbloemen, pinksterbloemen, knoopkruid en in de slootkanten veel dotterbloemen maar ook planten van schraallanden zoals kleine valeriaan, kleine zeggensoorten als de blauwe- en sterzegge, moerasviooltje en zelfs zo hier en daar de spaanse ruiter en moeraskartelblad. Er kwamen nog veel meer plantensoorten voor maar van de meeste kende ik pas veel later de precieze benaming. De graslanden werden toen wel bemest maar gebeurde maar zo af en toe. Dat werd gedaan met ruige stalmest. Als er onvoldoende mest beschikbaar was sloeg men het een of soms meerdere jaren over.

Liggend tussen de hoge vegetatie zo omstreeks half/eind juni, de hooilanden nog steeds niet gemaaid. Met een grasspriet tussen de tanden luisterend naar de vele zingende veldleeuweriken hoog boven ons in de lucht. Soms probeerde ik samen met mijn vrienden om ze te tellen. We konden op een moment zo maar een 15-tal exemplaren onderscheiden en soms waren het er zelf meer. Boven de bloemrijke hooilanden vlogen  zwermen zwarte sterns van de in de polder aanwezige kolonies op zoek naar insecten. Het gezoem van de massaal voorkomende insecten rondom ons klonk als muziek in de oren. Alleen bij warm windstil weer als er onweer dreigde waren er vervelende insectensoorten bij zoals dazen die je bloed wilden drinken. Dat is het beeld wat ik me herinner als kind uit de zestiger jaren van de vorige eeuw.
Daar is nog maar weinig van over.

De huidige situatie: steeds minder insecten en de oorzaken er van.
Het massale zoemen van insecten hoor je nauwelijks meer, dat geldt zowel voor het Reeuwijkse reservaatgebied als de agrarische graslanden. Hier en daar zijn nog bloemrijke graslanden aanwezig, meestal in de vorm van natuurgebieden waar laat gemaaid wordt. Daar zie je nog behoorlijke aantallen insecten die bloemen bezoeken op zoek naar nectar. 
Toch lijkt ook daar de insectenwereld afnemend te zijn. 

Op agrarische graslanden zijn insecten dramatisch afgenomen. Zelfs de strontvlieg lijkt af te nemen terwijl deze insectensoort niet zo lang geleden nog massaal voorkwam op verse koeienvlaaien en in ruige stalmest. Strontvliegen zijn belangrijk als voedselbron voor kuikens van weidevogels en in het bijzonder jonge grutto's. Het voorkomen van strontvliegen hangt nauw samen met de manier van bemesten. Als grasland bemest wordt met ruige stalmest floreren de strontvliegen. Vrijwel al het agrarische grasland wordt tegenwoordig bemest via de injectiemethode waarbij de vloeibare mest ondergronds wordt aangebracht. Dat heeft voor de insectenwereld grote gevolgen waarover later meer. Melkkoeien worden steeds meer binnen gehouden en ook dat heeft gevolgen voor de insectenwereld waar juist jonge weidevogels als grutto's weer afhankelijk van zijn.

Ook het omstreden 'bijengif',(neonicotino´den), dat in de landbouw wordt gebruikt en uiterst schadelijk is voor de natuur, blijkt dodelijk te zijn voor insecten als vlinders, hommels en zweefvliegen, zelfs als het in zeer lage doses wordt gebruikt. Waarschijnlijk heeft dat ook negatieve effecten voor de weidevogels. Mogelijk wordt het gebruik ervan binnenkort verboden. 

 

Problemen in het voorjaar van 2015 zowel in reservaten als agrarisch grasland
Minder goed broedseizoen voor grutto's door koud, droog voorjaar met (te) weinig insecten.



Kruipende boterbloemen (ranunculus repens) met op de bloemen een flink aantal nectarzoekende insecten. 
Deze graslandplant staat bij boeren bekend als een hardnekkig onkruid. Net als de meeste boterbloemen is de kruipende 
boterbloem licht giftig. Het vee graast er omheen en dat gaat ten koste van productiegrassen. 
Daarom worden boterbloemen chemisch bestreden.

Paardenbloemen (Taraxacum officinale) met op de bloemen een flink aantal nectarzoekende insecten. Ook deze plantensoort
is ongewenst. Maar het zijn volhouders. In sommige jaren zie je zo maar weer graslanden vol met paardenbloemen.


Strontvliegen op een kluit stalmest.


Voedselprobleem voor de kuikens van weidevogels in 2015 in het Reeuwijkse.

Het voorjaar van 2015 kenmerkte zich qua weersomstandigheden door vrij lage temperaturen en maar weinig regenval. Dat heeft in dat voorjaar grote gevolgen gehad voor de opgroei van weidevogelkuikens hetgeen te maken had met een minder voedselaanbod in de vorm van insecten. Dat er steeds minder insecten aanwezig zijn op zowel agrarisch grasland als grasland in de reservaatsfeer is inmiddels duidelijk. Maar in het het voorjaar van 2015 was de situatie slecht, hetgeen te maken had met de eerder beschreven  weersomstandigheden. En daarnaast lijkt de predatie van kuikens hoger geweest dan normaal.

Zoals beschreven in het REFERENTIE-verhaal, het massale gezoem van insecten zoals vroeger in bloemrijke graslanden hoor je steeds minder. Dat is niet alleen merkbaar in het Reeuwijkse reservaatgebied maar nog veel meer in het agrarische gebied. 


Een beeld van het reservaat polder Stein. Links en uiterst rechts hooilanden met een bruine gloed die aangeeft 
dat het gaat om het veldzuringtype. De twee percelen in het middeldeel worden permanent beweid met een paar pinken. 
Langs een oever groeien massaal oeverplanten waaronder veel gele lis. De twee percelen die extensief worden beweid 
dienen als kuikenland voor jonge weidevogels waaronder dus grutto's. De mix van bloemrijk  hooiland en extensieve standweide 
moet er voor zorgen dat er geschikte broedplaats en voldoende voedsel voor weidevogels aanwezig is.

Veel agrarische graslanden ontwikkelen zich steeds meer tot groene biljartlakens waar het aantal grassoorten zich beperkt tot een paar soorten zoals veldbeemgras, Engels- en Italiaans raaigras, grassoorten die een hoog eiwitgehalte hebben dus voor boeren interessant zijn. Steeds meer koeien worden het hele jaar op stal gehouden ondanks de reclamecampagne op TV van melkfabrieken zoals Campina om de koeien in de wei te houden. Een groot deel van het grasland wordt al eind april-begin mei gemaaid door loonwerkers die in staat zijn met hun turbo-tractoren het totale graslandareaal van boerenbedrijven in een of twee dagen te maaien en af te ruimen. Veel koeien blijven tot na de 1e snede op stal of zelfs het hele jaar. Insectenetende vogels als veldleeuwerik en graspieper zijn inmiddels uit een groot deel van de Nederlandse graslanden verdwenen. Een andere (weide)vogelsoort lijkt dezelfde weg op te gaan n.l. de grutto. Gruttokuikens zijn voor hun groei afhankelijk van insecten. Die pikken ze zijn uit het lange gras. Om de kuikens betere overlevingskansen te bieden heeft men zelfs kuikenland ingesteld. Boeren krijgen zelfs subsidiegeld als ze hun grasland beschikbaar stellen als kuikenland. Daarvoor moeten ze de maaidatum dan wel een tijdje uitstellen zodat het grasland geschikt is als kuikenland. Maar dan moeten er wel voldoende insecten aanwezig zijn op dat beoogde kuikenland. En daar zit hem dus de bottleneck. Dat was dus het geval in het voorjaar van 2015.

Waarom er in de Oer-Hollandse agrarische graslanden steeds minder insecten voorkomen heeft meerdere oorzaken. Allereerst het injecteren van mest in de bodem welke wettelijk is voorgeschreven. Uit veldobservaties blijkt dat bij en door het injecteren een deel van de bodemfauna vrijwel direct wordt opgevreten door meeuwachtigen. Door het inbrengen in de bodem van drijfmest vluchten veel bodemdieren waaronder dus ook wormen, aaltjes en andere bodemdieren naar de oppervlakte en daar worden ze vervolgens opgepeuzeld door een grote schare aan meeuwachtigen en kraaien. Verder blijkt uit onderzoek dat de biomassa aan bodemdieren bij jaarlijks injecteren van drijfmest afneemt. Een aantal soorten van de in de bodem levende insecten nemen af in gewicht. Gruttokuikens (en ook andere weidevogelsoorten) moeten veel meer pikbewegingen maken om aan dezelfde hoeveel voedsel te komen die noodzakelijk is voor een goede groei.


 

Scholeksterkuikens worden gevoerd door de oudervogels.
  
Een groepje scholeksters op de Steinse kade in de polder Oukoop in Reeuwijk op 23 juni 2015. 
Klaar met het broedseizoen. Met wisselend broedsucces heb ik geconstateerd tijdens het broedvogelonderzoek 
dit voorjaar. Lees ook het verhaal onder. Op de achtergrond de loopbrug die naar de Prinsendijk leidt.

De kuikens van scholeksters worden door de oudervogels gevoerd in tegenstelling tot gruttokuikens 
die volledigzelfstandig voor zich zelf moeten zorgen. Scholeksterkuikens worden vooral met wormen 
en emelten gevoerd, grotere bodemdieren dus.

Scholeksterkuikens eten in tegenstelling tot grutto- tureluur- en kievitkuikens niet zelfstandig maar worden tot dat ze vliegvlug zijn door de oudervogels gevoerd. Het voedsel bestaat vooral uit wormen en emelten. Het is prachtig om te zien hoe de kuikens naar de oudervogel rennen als er weer een prooi is gevangen.

Broedaantallen en globale broedresultaten 2015
Het aantal broedterritoria van scholeksters in het Reeuwijkse reservaatgebied (ca. 45 -50  paar) week niet daadwerkelijk af t.o.v. voorgaande jaren. Wat wel opviel was dat nogal wat broedparen twijfelden om te gaan broeden, niet tot broeden zijn gekomen, of pas wat later in het seizoen (vervolglegsels?) er mee begonnen zoals drie paartjes scholeksters, die begin juni gingen nestelen op snijmaispercelen van de Goey, die in Stein een natuurboerderij is gestart. Maar er waren ook diverse broedparen die wel broedsels wisten groot te brengen. Door het droge voorjaar kregen scholeksters het moeilijk om voldoende voedsel te vinden voor de kuikens. Zelfs in de polder Stein dat een eigen hoger waterpeil hanteert. De droogte leidde er toe dat ik verschillende scholeksters met hun kuikens op nogal vreemde plaatsen tegenkwam. Zoals een paartje met vier vrijwel volwassen kuikens die meerdere dagen verbleven in een boomgaard naast een boerderij waar ze blijkbaar op de door fruitbomen beschaduwde grasmat nog wel voldoende voedsel wisten te vinden. Ook langs de Prinsendijk zo'n situatie waar een scholeksterpaar met drie kuikens geruime tijd in een schapenweide vlak bij het erf van een particulier verbleef.


Laat broedende scholekster tussen de jonge maisplanten. De wat lichtere vegetatie verraadt dat er
chemische onkruidbestrijding heeft plaatsgevonden. Foto: 7 juni 2015.

 

Tureluurs alarmeren nog wel begin juni.

In tegenstelling tot de grutto's alarmeerden nog wel een flink aantal van de territoriale 
tureluurpaartjes tijdens alarmtellingen begin juni. Hier een tureluur die zijn kuikens bedreigd ziet 
door een blauwe reiger.

Was het grootste deel van de grutto's eind mei/begin juni al uit de verschillende reservaatgebieden bij Reeuwijk verdwenen, voor de tureluur was dat veel minder het geval.
T.o.v. het vastgestelde aantal broedterritoria uit eerdere telronden (ca. 42-49)  bedroeg het aantal alarmerende tureluurs begin juni nog altijd zo'n 30 paar. Zag hier en daar op 8 juni zelfs nog vrij kleine kuikens rondlopen. Tureluurs beginnen later met broeden dan grutto's en mogelijk is dat de verklaring waarom er begin mei nog flink wat paartjes alarmeerden. Maar omdat de plasdras in Stein eind mei droog was gevallen, normaal gesproken verblijven hier diverse tureluurs graag met hun kuikens, verbleven de alarmerende tureluurs wat meer verspreid in dit reservaat. Wel in de buurt van veenputten of plekken die nog enigszins vochtig waren. Bij de Benschopper Boezem viel op dat verschillende tureluurs met hun kuikens vanuit het aangrenzende grasland (ten dele reservaat, ten dele agrarisch) de open delen van het moeras hebben opgezocht.

 

 

Vliegvlugge gruttokuikens op slaap/verzamelplaatsen na het broedseizoen.

Grutto's die in het voorjaar terugkeren uit de overwinteringgebieden verblijven voordat ze gaan broeden nog een korte periode op slaap/verzamelplaatsen. De in de polder Stein gelegen plasdras is ook zo'n plek. Helaas is de functie als voedselgebied voor vogels verminderd en ook de aantallen overnachtende grutto's zijn fors afgenomen. Dit voorjaar (2015) werden er maar hooguit 150 grutto's, en dan ook nog eens erg onregelmatig aanwezig,  overnachtend op de Steinse plasdras  geteld. Na het broedseizoen was het helemaal lou loenen want de plasdras was al voor het eind van mei volledig droog gevallen. Naar ik aannam moesten vliegvlugge jonge grutto's dan ergens anders op gaan duiken en dat zou de Hooge Boezem bij Haastrecht kunnen zijn. Uit telgegevens van Arie Dorsman op 4 juni 2015 blijkt dat er wel flinke aantallen grutto's (ca. 235 exx) kwamen overnachten, maar het waren alleen adulten. In de 2e week van juni bleken de aanwezige grutto's (115 exx op 12 juni en 63 exx op 18 juni) wederom allemaal adulte vogels te zijn. Pas op 11 juli telde Ton de Groot daar een 14-tal voedselzoekende grutto's die dit voorjaar waren geboren. Op 17 juli waren dat 19 exemplaren. Ook uit die informatie kan de conclusie getrokken worden dat het geen kwestie was van dit voorjaar vroeg vliegvlug worden van jonge grutto's, want dan had dat wel zichtbaar moeten zijn in de verhoudingen adult en juveniel. 


Plasdras in polder Stein. Volledig drooggevallen. De oeverranden zijn gemaaid. Beheermaatregelen als bemesten 
met ruige stalmest, tijdelijk droog laten liggen, flink beweiden en opnieuw onder water zetten kunnen er voor zorgen 
dat de functie als gruttoverzamelplaats voor en na het broedseizoen behouden blijft. Foto: 18 juni 2015.

 

Broedresultaten grutto op agrarisch grasland rond Reeuwijk voorjaar 2015.

Ik zou zo graag willen schrijven dat het goed gaat, maar helaas dat is niet het geval. Ook dit voorjaar was het broedresultaat van grutto's op agrarisch grasland zeer matig. Ik heb een paar agrarische polders rond de Reeuwijkse Plassen nauwlettend gevolgd. Dat waren o.a. de polders Stein Zuid, Langeweide, Boven Haastrecht en Honaard, Groot Hekendorp en Roosendaal. Met en zonder de inzet van agrarisch natuurbeheer hoewel het verschil soms moeilijk te herkennen is. Wat me allereerst opviel dit voorjaar was dat op veel percelen een strook van twee meter gespaard bleef. Men zet daar flink op in. Maar of het veel resultaat geeft? Ik heb het niet terug kunnen vinden via de aanwezigheid van alarmerende weidevogels als grutto en tureluur. Wat ik wel terugvond was zo hier een daar een enkel paartje weidevogels dat de ook dit voorjaar vrij vroege maaidatum had overleefd en gebruik kon maken van de strook gras van twee meter die overigens (nauwelijks) geschikt kuikenland kan worden genoemd. Ook in de door mij onderzochte agrarische polders in percelen met uitgestelde maaidatum was het maar mager met de weidevogels (met een goede uitzondering in het zuidelijke deel van de polder Langeweide). Hier en daar alarmeerde wel een enkel grutto- en tureluurpaartje. De scholekster viel me nog geen eens tegen hoewel verschillende  van de paartjes die ik tegenkwam nauwelijks broedgedrag vertoonden.

De stand van zaken is nu zo dat op de bedrijven met grote loopstallen geen toekomst meer is voor weidevogels. De meeste weidevogels zijn daar inmiddels dan ook al verdwenen. De wat kleinere bedrijven, met een concentratie rond Reeuwijk Dorp waar de ANV Weide en Waterpracht het agrarisch natuurbeheer regelt heeft nog wel wat toekomst. Daar broeden nog steeds redelijke aantallen weidevogels en ook heeft een flink aantal percelen waar weidevogels zich concentreren latere maaidata. Maar hier bestaat het risico dat die wat kleinere bedrijven opgeslokt zullen worden door de grote en dan is het al snel einde oefening met de weidevogels.

Uiteraard kunnen ook predatie, droogte, onvoldoende kuikenland en onvoldoende voedsel (voor gruttokuikens) een negatieve rol gespeeld hebben op het broedsucces maar de belangrijkste factor voor het ontbreken van broedresultaat op agrarisch grasland blijft hem toch zitten in het nog steeds groeiende intensieve gebruik van agrarisch grasland.


Een voorbeeld van hoe de meeste agrarische graslanden er in het Groene Hart (en bijna heel Nederland) tegenwoordig uitzien. Gedomineerd door de kleur groen. Een beperkt aantal grassoorten overheerst. Bloemen komen nog maar amper voor. En als ze voorkomen worden ze al snel chemisch bestreden. Al vroeg in het voorjaar worden volledige bedrijven al dan niet door loonwerkers volledig gemaaid terwijl de koeien dan binnen blijven.

 

Verhoogde predatie in reservaten en agrarisch gebied.

Uit heel Nederland komen berichten dat er dit voorjaar veel meer predatie is geweest van weidevogels dan in voorgaande jaren. Omdat er veel minder veldmuizen waren concentreerden predatoren zich nu meer op nesten en kuikens is de constatering. Of dat in het Reeuwijkse reservaat en agrarisch gebied  ook het geval was heb ik tijdens mijn vele veldbezoeken niet echt kunnen vaststellen. Wat wel opviel was dat diverse bruine kiekendieven tijdens vrijwel al mijn tellingen/observaties vrijwel steevast boven de diverse  Reeuwijkse polders hingen en die zullen wel het een en ander aan kuikens hebben gepakt. In het gebied wat op broedvogels is gekarteerd broedden dit voorjaar vijf, mogelijk zes bruine kiekendief paartjes. Deze roofvogelsoort is de laatste tien jaar flink vooruit gegaan als broedvogel. Ook wezel, hermelijn en bunzing waren wellicht gedwongen  zich door de sterke afname van muizen meer te richten op weidevogels. Toch heb ik geen groepjes alarmerende grutto's gezien vlak boven graslandpercelen hangend, het kenmerkende gedrag van grutto's als er gevaar dreigt door genoemde soorten.

homepage

nieuwste vertellingen fotoboek landschappen zoeken foto's zoeken op trefwoorden auteur
natuur & landschap Reeuwijkse Plassen weidevogels cultuurhistorie jeugdverhalen