Vossen op antieke tegels


           
Kwadraattegels met de voorstelling van een vos, vroeg 17e eeuw

 

Vossen op Tegels

Oren Plat & Pleite….

Op onze antieke tegels komen soms vossen voor, niet echt veel, maar af en toe duikt Reintje op en laat zich mooi zien als het hoofddecor in een gekleurde cirkel of kwadraattegel uit rond 1600. Hij is dan afgebeeld met het stelen van een kip in de bek, of het wegslepen van een klein lammetje. Of zelfs zeldzaam, is hij in een spreekwoordelijke of fabuleuze handeling te zien samen met een kraanvogel, of gewoon enkel de vos puur natuur. Ook op de blauwe tegels komt hij voor, zeg maar na 1620, maar al minder dan in de gekleurde periode. Nog minder komt hij voor in de latere periodes tot heden. Vaak dan zomaar in een serie Friese springertjes tussen de vele anderen dieren in op die soort tegels. Of zomaar in een wand met kleine diertjes, engeltjes en mannetjes zoals soms in Amsterdam voorkomt.  Het blijft dus zoeken naar dit mooie dier. Daarom vragen wij u ook nu weer: heeft u een mooie of minder mooie vos op een tegel, stuur die afbeelding dan digitaal op naar: www.Groenehartvertellingen.nl zodat ter aanvulling ook de andere lezers uw vos kunnen bespieden en bewonderen. Een enkele keer is ook de wolf afgebeeld, maar die is te herkennen aan dat zijn oren meer naar achteren staan en heeft wel een ruime staart, maar meer richting afbeeldingen van een hond. De vos op tegels heeft meestal zijn oortjes vrolijk rechtopstaand, een spitsere snuit en een royale pluimstaart. En zoals het op tegels vaak voorkomt, er zijn ook enkele twijfelgevallen tussen hond, wolf of vos. Maar de eerste twee sturen wij hier het bos in, oren plat en pleite, want nu staat de vos hier in het zonnetje, waar hij zeker niet afkerig van is.

 



Tegel met vos met lammetje, Rotterdammer, 17e eeuw


Tegel met vos met lammetje, Rotterdammer, 17e eeuw

 

Slim & Streken…

U kent de verhalen wel over de slimheid van de vos en zeker van zijn vermeende streken. In Nederland is het heden eigenlijk het grootste roofdier die u in het vrije veld kan tegenkomen. Door te kunnen overleven, moet hij wel over markante eigenschappen beschikken, zeker omdat hij ook nog eens dicht, tot zelfs soms in de buitenwijken van dorpen en steden zich laat zien. Slim schijnt hij wel degelijk te zijn wat ‘natuurlijk’ uit overlevingsdrang voortkomt. Zo heb ik mij laten vertellen dat als de vos last heeft van veel vlooien, hij daar een slim trucje voor heeft om die doeltreffend kwijt te raken. Hij kamt eerst met zijn tanden een plukje haar uit zijn vacht en laat dan het plukje vóór in zijn bek zitten tussen zijn tanden. Vervolgens loopt hij heel langzaam met dat plukje haar steeds dieper het water in. De vlooien komen dan omhoog richting zijn kop met plukje haar. U begrijpt het al, hij gaat steeds dieper het water in, tot zijn kop geheel onder is, de vlooien springen dan in het plukje haar, wat hij vervolgens loslaat en wegdrijft… (Met vastzittende teken zal dit niet geheel lukken). Persoonlijk heb ik dit bij de vos nooit zien gebeuren, maar het schijnt wel zo te zijn. Wčl heb ik veel mensen met ook plukjes haar boven en onder hun lip en op het hoofd, ook verdacht langzaam het water in zien gaan, maar dat terzijde…

 

 


    
Kwadraattegel met springende vos. 1580-1625.




Kwadraattegel met een vos. 1580-1625.


    
Kwadraattegel met springende vos. 1580-1625.



Kwadraattegel met poepende vos. 1580-1625.



Kwadraattegel met zittende vos. 1580-1625.

 



Kwadraattegel met vos die een vogel heeft gepakt. 1580-1625.




Cirkeltegel met vos. 1580-1625.




Cirkeltegel met zittende vos. 1580-1625.



Cirkeltegel met rennende vos. 1580-1625.




Cirkeltegel met rennende vos. 1580-1625.

 

Het Visitekaartje van Vulpes Vulpes…

Van de vos (Vulpes vulpes) zijn niet minder dan 45 ondersoorten bekend. In ons gebied onderscheidt men gewoonlijk 2 vormen: DE GEWONE VOS, over het hele lichaam roodbruin, behalve op de buik, de borst en de bek, een smal randje aan de binnenkent rond zijn oren en aan de binnenkant van de poten en de pluim van zijn staart, die wit zijn. Dan komt bij ons ook voor DE BRAND OF KRUISVOS die over het algemeen dieper roodbruin is. Zijn naam van ‘kruisvos’ heeft hij te danken aan een donkere band in de vorm van een kruis die hij op de rug en over de schouders heen draagt. De keel, borst en buik zijn grijszwart het uiteinde van de poten zijn zwart en het bovenste deel ervan is bruin. Op onze tegels komt waarschijnlijk ‘de gewone vos’ voor, voor zover dat te determineren is dan, want we rekenen ook hier op eventuele (penseel) streken van Rijntje…

 

Zijn totale lengte is 90 tot ca. 130 cm, waarvan 32 tot 52 cm voor de staart. De schouderhoogte bedraagt 35 tot 40 cm. Zijn gewicht is afhankelijk van zijn leefgebied en varieert sterk: van 3 kg in b.v. vlakke terreinen zoals bij ons en in Engeland, tot 10 kilo. In berggebieden zijn ze tussen de 6 en 14 kilo zwaar en zijn groter en zwaarder dan de vossen die in vlakke gebieden leven, dat zijn ze ook als ze in koude gebieden leven, zoals de mooie witte poolvos en de sneeuwhaas, Beiden ben ik nog niet op tegels tegengekomen, wel de witte sneeuwuil, zoals u goed kunt zien in het blokje “Uilen op Tegels ” op deze site. Het activiteitsgebied van een paartje vossen varieert van 25 tot 50 hectare, al naar gelang de natuurlijke mogelijkheden als voedselrijkdom, jaarlijks afschot etc. De structuur van zijn territorium heeft een net van doorgangen en paadjes dat door het dier in een bepaalde richting belopen wordt en waarvan het hol het centrale punt is. Ook een serie van vaste punten; jacht, rust, speel en drinkplaatsen, zijn in die vaste paadjes verwerkt, gemarkeerd door urine en uitwerpselen die een eigen identiteit in geur hebben.


De vertederende aanblik van een jong vosje

 



Tegel met huisnaamplaat uit de stad Antwerpen met de tekst "Hier heeft de vos de craen genoot". Midden 16e eeuw

 

Sloddervossen…

De vos is niet veeleisend voor wat betreft zijn habitat. Er zijn holen gevonden op 1800 meter hoogte in gebergten. Maar ook aan de zeekusten, in de duinen en soms dicht in de buurt van menselijke bewoning wagen zij zich. Zijn enige eis schijnt te zijn dat hij een hol moet kunnen graven dat aan zijn eisen voldoet. In polders ligt vaak de grondwaterspiegel voor hem gevaarlijk dicht onder de oppervlakte, om die reden is hij dan ook daar bijna, of geheel afwezig, op voedsel zoeken na. De vos is heel goed in staat om op stevige grond zijn eigen hol te graven. Maar vaak geeft hij er de voorkeur aan om zich direct te vestigen in de burcht van een das en schroomt niet om deze dan te verjagen als de burcht bewoond is. Ook past hij konijnenholen aan zijn eigen afmetingen aan. Wanneer het hol moet dienen voor het opgroeien van de jongen, zal het zelden in een donker, vochtig stuk bos liggen, maar eerder op een zonrijke plaats. Zo zal hij zijn hol voorzien van een observatieplek vlak bij de hoofdingang en tevens van een kuil waar voedsel voor directe consumptie in ligt. De onderling verbonden meerdere kamers in een vossenhol, kunnen vaak door meerdere generaties gemaakt zijn en indrukwekkende afmetingen hebben. Sommigen gaan wel tot 6 meter diep en tellen 10, 15, of zelfs wel 30 uitgangen. Ze kunnen dan bewoond worden door meerdere dieren, zoals de das, bunzing, boommarter, wilde kat, zwerfkatten, konijnen, steenuilen en bergeenden. Tijdens het opgroeien van de jonge vosjes, ligt er vaak erg veel rommel van prooien rond het hol, dan zijn het echte sloddervossen, zoals uw jonge kinderen in hun kamertje ook kunnen zijn. Ik denk dat die uitdrukking wel degelijk door dit gedrag van de vossen ontstaan is.

 

 

          
Wan Li randtegel met vos die het voedsel bij een reigerachtige wegrooft. 17e eeuw. Naar een fabel van Aesopus: "De vos en de kraanvogel hebben elkaar te gast". Hetgeen zoveel wil zeggen als: ze zijn aan elkaar gewaagd wat wegpakken betreft. Coll. J. Holtkamp.

 

Reintje & Romantiek…

Het mannetje brengt een 3 tot 5 maal herhaald helder gekef voort. Bij de jongen laat het vrouwtje een kort en droog gekef horen. De alarmroep voor de jongen bestaat uit een continu geblaf. Bij het aanbrengen van het voedsel voor de jongen, of wanneer het vrouwtje de jongen koestert, kunnen beide seksen een soort ‘geklok’ geluidje voortbrengen. Men kan de vos in principe het hele jaar door horen, maar vooral in de paartijd in januari of februari, met soms ook nog allerlei merkwaardige geluiden om zijn doel te bereiken. Het dier blaft dan veel en markeert op veel plaatsen zijn territorium. Het vrouwtje dat maar zeer kort ontvankelijk is, 24-36 uur, besproeit veel plaatsen met urine waardoor er een soort ‘reukbaan’ ontstaat die de mannetjes gebruiken om haar te bereiken. Aan het sterkste en meest agressieve mannetje komt de ‘eer’ van de eerste paring toe. Hij accepteert vervolgens zonder jaloezie, dat de door hem overtroffen mannetjes op hun beurt dan het vrouwtje dekken. Zijn intolerantie komt pas weer terug in de tijd dat de jongen opgroeien. De vos heeft één worp per jaar, de draagtijd bedraagt 52 tot 55 dagen, het aantal jongen is afhankelijk van de voedselsituatie en bevolkingsdichtheid van andere vossen, 3 tot 8 en bij uitzondering tot zelfs 11 jongen. Een jong vrouwtje is al geslachtsrijp na 5 tot 10 maanden en krijgt dan normaal slechts 3 tot 5 jongen. Deze jongen zijn bij de geboorte voorzien van een wolachtige grijsbruine vacht en zijn zo groot als een mol, na 2 weken openen ze de oogjes. Jonge vosjes zijn in schoonheid ‘de wollige pareltjes van de natuur’ zoals ik ze wil benoemen. Na 8 a 9 maanden zijn ze al zelfstandig. Alle soorten ruien in maart-april, waarbij ze hun wintervacht verliezen, in november herkrijgt de vos deze vacht weer. Ze verliezen dan wel hun haren, maar niet hun…

 

 



Balustertegel van een vos met prooi, een eend of gans. 17e eeuw. 


Baluster tegel met vos, 17e eeuw. 



Balustertegel met springende vos, 17e eeuw.



Balustertegel met zittende vos, 17e eeuw



Balustertegel met zittende vos, 17e eeuw. Afbeelding gelijk aan tegel links, alleen de grondjes verschillen.



Tegel Rotterdams openluchtje met een springende vos.  17e eeuw

 

De Vos in Geuren en Kleuren…

De vos bezit een aantal speciale geurklieren. De anaalklier, met een naar muskus ruikende afscheiding die de uitwerpselen een eigen identiteit meegeeft. Aan de bovenkant van de staartwortel zit een andere klier die vooral bij het mannetje sterk is ontwikkeld. In de paartijd speelt deze een bijzondere rol; de afscheiding ervan ruikt vaag naar viooltjes, wat het de naam ‘viooltjesklier ‘ heeft bezorgd. Ook tussen de tenen heeft de vos geurklieren, hiermee wordt zijn voorbijgaan gemarkeerd. Al deze klieren met hun verschillende geuren spelen een belangrijke rol bij de sociale communicatie van de soort. Ze geven een eigen identiteit aan de uitwerpselen, hun geslachtelijke status en laten zo ook onderling zien wie ze zijn. De geur van een bewoond vossenhol is zo sterk, dat deze ook voor mensen  waarneembaar is.

 

Het tijdstip waarop het hol verlaten wordt varieert met het seizoen en waarschijnlijk ook al naar gelang het weer. In de winter gaat de vos pas bij het vallen van de nacht naar buiten om pas bij dageraad, of nog later, terug te keren. In de zomer zijn de vossen constant op zoek naar voedsel voor hun nakomelingen en is het mogelijk ze op ieder uur van de dag tegen te komen. Bij sneeuwval wordt de vos gedwongen om de hele dag buiten te zijn wanneer hij niet voldoende voedsel kan vinden. Zijn pootafdrukken zijn dan goed te zien en hebben een lengte van ca. 5,5 cm, de nagels meegerekend. Ze lijken op die van een hond maar hebben toch eigen kenmerken; een algemeen ovale en niet ronde vorm. De nagels van de achterpoten liggen op gelijke hoogte met de eeltkussentjes van de voorpoten. De nagels zijn op de afdrukken altijd goed zichtbaar. De pootafdrukken van het vrouwtje zijn iets kleiner en langer dan die van het mannetje.









Bij strenge vorst kan de vos zelfs genoodzaakt zijn om zijn natuurlijke dekking te verlaten omdat hij dan zijn prooien niet geruisloos genoeg kan benaderen. Deze situatie is goed te zien op de mooie bijgaande foto’s die genomen zijn door LoKa Amsterdam, op de Knardijk in de Flevopolder in Flevoland.

Zijn prachtige roodbruine kleuren die tegen de witte sneeuw en het ijs afsteken zijn dan goed te zien, helaas ook zijn problemen om te overleven.

 



Wan li tegel met springende vos, 17e eeuw. 



Wan Li tegel met vos, 17e eeuw



Wan Li tegel met vos, 17e eeuw



Tegel met springende vos, 17e eeuw. 
Bijzondere hoekvulling




Tegel met zittende vos, 17e eeuw. 
Bijzondere hoekvulling



Tegel Rotterdams openluchtje met een springende vos.  17e eeuw

 


            
Deze twee afgebeelde tegels hebben als bijzonderheid, dat ze in Gent in België gemaakt zijn.  De tegels zijn gemaakt in de aardewerkmanufactuur van Pieter Stockholm, die in Gent actief was van 1654 tot 1675. Op de tegels staan twee vossen afgebeeld, de linker tegel betreft een springende vos en de rechter tegel (heel bijzonder) laat een vos zien die in een boek dan wel krant zit te lezen.

Om meer Gentse tegels (met zeewezens) te zien
klik hier

 

De Vos in Vraatzucht en als Visser…

De vos is een goede springer, die in staat is om sprongen van 3,5 meter ver te maken, maar ook in de lucht springen kan hij opmerkelijk goed en hoog. Klimmen doet hij heel matig en zeker niet tot meters hoog. Wel is de vos een goede zwemmer die dat ook graag doet en bij gunstige omstandigheden is de vos een handige visser. De meest gebruikte jachtmethode is dat de vos normaal lopend of in lichte looppas regelmatig stopt en het dier op allerlei luchtjes en geluiden let. Als de prooi ontdekt is, meestal een klein knaagdier zoals woelmuizen of ratten en zelfs muskusratten, wordt deze geruisloos benaderd, met de kop dicht bij de grond en de oren naar omlaag gericht. De poten worden langzaam en voorzichtig opgetild, terwijl de vos zijn prooi hypnotiserend constant aankijkt. Dan, met een verbazingwekkende nauwkeurige sprong, springt de vos in de lucht en komt met zijn vier poten bij elkaar op de prooi neer die dan verstijft van schrik gevangen zit. De afloop laat zich raden. De vos vangt bij (relatief zeldzame) gelegenheid ook grotere prooien; hazen, fazanten, korhoenders, jonge reekalfjes en allerlei gevogelte waaronder kuikentjes en kippen. Hij gaat wel eens ‘dood liggen’ op de grond om zo vogels te lokken. Ook vissen, kleine zoogdieren en eieren staan op zijn menu tevens in iets mindere mate plantaardig voedsel zoals een korenaar, maďskolven, gras en mossen. Tevens vruchten eet hij; kersen, bosbessen, druiven, bramen, rijpe pruimen en bessen van asperges. Ook speelt de vos een grote rol bij het opruimen van kadavers in het landschap, maar is hij ook niet afkerig van sprinkhanen, mestkevers, meikevers en hun larven, regenwormen en slakken. Een hele waslijst, je zou er honger van krijgen…

 

 



Kwadraattegel met vos die een kip heeft geroofd, vroeg 17e eeuw. Coll. J. Holtkamp.



Tegel met een springende vos, hoekvulling ossenkoppen. 17e eeuw



Tegel met zittende vos, Haarlems type. 17e eeuw

 

  

De Vos en zijn Vijanden…

De vos had vroeger meerdere natuurlijke vijanden zoals de mens met klemmen en vallen, de lynx, de wolf, de oehoe, de bruine beer en in berggebieden vooral de steenarend. In ons land zijn die er niet meer, maar vervangen door snelwegen, gif, modegrillen en afschieten. Nog niet zo lang geleden werden vele vossen in de mode misbruikt als bontkraag en verwerkt in mantels met kragen en staarten door modeontwerpers in hun bedrijven. Dat is nu streng verboden, maar de weg die de vos heeft af moeten leggen om zover te komen, is lang en vooral vernederend voor de mens geweest. De vos, een nuttig en mooi dier in ons landschap, laat ze hun gang gaan, ze hebben hun nut en functie want niets is overbodig in de natuur. Laat ze vooral met rust, dan kunnen wij nog lang genieten van dit prachtige beest. Het is niet de vos die streken levert, dat is de mens. Moge deze aanzet op onze site daartoe een bijdrage zijn, gelardeerd met mooie tegels, om te komen tot bewustwording in het handhaven en het koesteren van dit prachtige dier.


Wan Li tegel met een rennende vos, 17e  eeuw



Tegel met een rennende vos, begin 18e  eeuw


Tegel met een rennende vos, met prooi. Friese springertegel, 19e eeuw


Tegel met een rennende vos, met prooi. Friese springertegel, 19e eeuw



Tegel met vos, begin 20e eeuw. Replica van het 17e eeuwse type kwadraattegel.



Tegel van een vos met prooi, begin 20e eeuw.
Replica van het 17e eeuwse type kwadraattegel.

startpagina

vertellingen antieke tegels fotoboek antieke tegels vertellingen kleipijpen fotoboek kleipijpen auteur