homepage
28 februari 2016          Voorjaar. Over ontluikende natuur en natuurproblemen in het Groene Hart

26 februari 2016.      Grutto-instroom in Nederland van start gegaan.


Gruttogroepje aanwezig op de verzamelplaats het Weegje in het vroege voorjaar van 2010.

Vandaag 26 februari is de instroom van grutto's vanuit Zuid-Europa van start gegaan. Er werden er in het Groene Hart van Zuid-Holland al flink wat grutto's waargenomen. Op een plasdras in de Voorofsche polder tussen Waddinxveen en Boskoop een 80 stuks. In het Weegje bij Waddinxveen ook al 35 exemplaren. En 21 grutto's op de Hooge Boezem bij Haastrecht. Zelf hou ik de verzamelplaatsen in de polder Stein bij Reeuwijk en de Benschopper Boezem zuidelijk van Hekendorp goed in de gaten maar heb er tot op heden nog geen grutto's waargenomen. Ze komen ongetwijfeld ook naar deze verzamelplaatsen. Dirk Huizing zag bij de plasdras Stein op 28e februari trouwens al een stuk of 7 exemplaren die er rondvlogen.

 


          Knobbelzwanenproblematiek in het Groene Hart

Regelmatig kom ik groepen knobbelzwanen tegen in poldergebieden in het Groene Hart
zoals hier in de polder Stein (zuidelijk deel). Foto: 26 februari 2016.

De krant staat er de laatste tijd vol mee en ook op TV was  er de nodige aandacht aan de knobbelzwanenproblematiek. De zwanendrifters mogen het (eeuwen oude) beroep niet meer uitoefenen en inmiddels mogen knobbelzwanen met het geweer worden bejaagd. Het onderzoeksbureau Alterra in Wageningen heeft onderzoek gedaan naar de precieze stand van zaken zoals de aantallen knobbelzwaanparen die in het Groene Hart rondzwerven en wat de toekomstige gevolgen zullen zijn van het per direct stoppen van de zwanendrifters.  

Ik heb  in het verleden regelmatig contacten gehad met de verschillende zwanendrifters in de Groene Hart polders rond de Reeuwijkse Plassen waar ik regelmatig vertoefde. En natuurlijk is er een probleem geweest van het op een nogal grove wijze vangen van knobbelzwanen en de pas geboren kuikens.
Zelfs het bedreigen van mensen die het met het zwanendriften niet eens waren werd daarbij toegepast.  Toch vind ik het allemaal een beetje overdreven zoals het allemaal is verlopen. En dat betreft o.a. het onderdeel leewieken van zwanenkuikens. Het leewieken van een vleugel van een pas geboren knobbelzwaan hoeft op zich geen probleem te zijn als het maar zorgvuldig gebeurd maar dit moet wel snel gebeuren na het uitkomen van de eieren. Heb het vroeger ook met eendenkuikens gedaan die net na het uitkomen van de eieren werden geleewiekt om later als ze groot waren wegvliegen te voorkomen. Een klein stukje van het topje van de vleugel afknippen gaf geen pijnreactie bij de kuikens, het bloedde zelfs niet en was wel effectief.. Ook voor de knobbelzwaan is dat het geval. Ik heb ook wel eens geconstateerd dat knobbelzwanen nogal hardhandig werden aangepakt door een zwanendrifter. Als het beroep van zwanendrifter op een nette manier wordt uitgevoerd zoals het hoort, dus met respect voor de dieren, hoeft er absoluut geen sprake van diermishandeling te zijn waar nu sterk op wordt ingezet.

Heeft U wel eens gekeken naar dokter Pol, de (inmiddels lang geleden geŽmigreerde Hollandse) dierenarts die in Amerika een praktijk heeft. Op TV National Geographic regelmatig te zien. Met name de beelden van koeien die met problemen moeten kalven zijn me bijgebleven. Waaronder een koe die moet kalven en er al ruim een dag over doet zonder dat het kalf spontaan komt. De boer bezorgd dat het fout zal gaan hetgeen begrijpelijk is. Dus dokter Poll er bij gehaald. Die beoordeelt dat de situatie kritiek is. Het kalf wordt versneld afgetrokken (zoals dat heet) om moeder koe en kalf te redden maar het kalf ligt er lusteloos bij. Bij de achterpoten gepakt en fors heen en weer gezwaaid wat in Nederland al op zich als dierenmishandeling wordt beoordeeld. Nog geen reactie van het kalf. Dus nog een paar klappen tegen de kop en het heen en weer trekken van de tong. Dan nog een paar emmers koud water over de kalf gegooid en wat gebeurd er? Het kalf ademt. Via het "mishandelen" (wat ik trouwens helemaal geen mishandelen vind)  wordt hier een dier gered door een geweldig gemotiveerd persoon. 

De beelden van jagers op TV die in Groene Hartpolders knobbelzwanen afschieten waren natuurlijk behoorlijk schokkend om te zien. Knobbelzwanen die uit de lucht geschoten worden en vervolgens door de jachthonden gepakt die er mee lopen te slepen terwijl de knobbelzwanen nog leven. Natuurlijk heeft de  jacht met een geweer in zijn algemeenheid iets wreeds over zich, zeker voor mensen die wat verder van de natuur af staan maar wel snel met hun mening klaar staan. Maar hier waren geen weidelijke jagers in beeld. Een weidelijke jager geeft een knobbelzwaan die uit de lucht wordt geschoten en nog leeft direct een genadeschot. Maar blijkbaar vonden de jagers het zonde (en te duur) om nog  hagelpatronen te besteden om de neergeschoten maar nog levende knobbelzwanen een genadeschot te geven.

Wat betreft de knobbelzwanenproblematiek in de komende tijd in het Groene Hart. Bij mij bestaat de indruk dat de zwanendrifters vooruitlopende op het rijksbesluit om te stoppen met het driften van knobbelzwanen al een flink aantal paartjes knobbelzwanen hebben weggevangen. Maar de nog  geslachtsrijpe paren die nu in de diverse polders rondzwemmen zullen ook dit voorjaar weer gaan broeden. De kuikens zullen (als de eieren niet geschud worden) na het groot worden kunnen vliegen en daarmee zal er weer een nieuw probleem ontstaan. Steeds meer nog niet geslachtsrijke groepen knobbelzwanen zullen in de diverse polders te zien zijn. De boeren zullen er over klagen hetgeen soms niet onterecht is. 


Een groep knobbelzwanen. Dit is slechts een deel van de groep want er zwommen
meer dan 40 exemplaren.

 

Over Sneeuwklokjes, lenteklokjes en andere vroege lentebloeiers

Sneeuwklokje in bloei. W.s de soort galanthus nivalis.



Sneeuwklokjes werden vroeger als bijproduct veel gekweekt in vochtige loofbossen met een hakhoutcultuur. 
Na de bloei werden de bolletjes opgegraven, gescheurd, verkocht en later in het jaar weer uitgeplant.


De bloemen lijken op die van sneeuwklokjes maar de grote bladeren verraden al dat hier gaat om een andere
soort gaat uit de familie van narcisachtigen, n.l. het groot sneeuwklokje (galanthus elwesii) .
Net als het gewone sneeuwklokje zijn het vroeger bloeiers.



Zeer origineel. Een naamsbordje van sneeuwklokjes bij een boerderij langs de Steinse Dijk nabij Hekendorp.
Ieder voorjaar weer een tijdje aanwezig.

Dit voorjaar stonden de sneeuwklokjes door het min of meer extreem vroege voorjaar al begin januari in bloei. Er bestaan in de kwekerswereld zeer veel ondersoorten en variŽteiten. De belangrijkste soorten zijn de Galanthus nivalis en Galanthus elwesii. Het onderscheid tussen de diverse (onder)soorten  is maar klein en ook ik waag me er zelfs niet aan om ze op naam te proberen te brengen. De plant komt, doordat zij snel en gemakkelijk verwildert, in heel veel streken voor. Haar oorspronkelijk verspreidingsgebied is vermoedelijk Zuid- en Midden-Europa.  In Nederland hoort de soort bij de stinsenplanten.


Ook de boerencrocussen staan al weer volop in de bloei.


De narcis  kent veel (onder)soorten en variŽteiten. Hier de echte trompetnarcis
die nog het dichtst bij de echte wilde narcis staat. Ook narcissen zijn dit voorjaar extreem 
vroeg in de bloei gekomen. De echte wilde narcis (Narcissus pseudonarcissus) komt in Nederland 
nog maar op een paar plekjes voor in Oost- en Zuid-Nederland.


Ook in vroegere tijden werd de (trompet)narcis al afgebeeld op antieke tegels.
Deze tegel is vervaardigd bij de Goudse majolica- en tegelfabriek DE SWAEN

in de 1e helft van de 17e eeuw. De SWAEN was gevestigd aan de Noodgodstraat in
het centrum van Gouda. De tegel werd tijdens een verbouwing aangetroffen in een plint 
van een huis aan de Lage Gouwe.

 

Vogels op de voerplaats

Regelmatig laten een paar kauwtjes zich zien op de voerplaats. Maar oh wat zijn ze schuw. 
Ik hoef me maar iets te bewegen in de huiskamer en ze zijn gevlogen.

Wat een lastige donders zijn het die kauwtjes op de voerplek in mijn tuin. Ze weten binnen de kortste tijd de vetbollen en pinda's te plunderen. Zelfs de vetbollen binnen een cilinderkooi zijn niet veilig. Ook de spreeuwen kunnen er trouwens wat van. Nog steeds wordt de voerplek goed bezocht. De ringmussen zijn echte slokkoppen. Die vreten hun buik elke dag tonnetje rond met strooivoer uit de twee cilinderkooien die ophangen. Elke dag moet ik die cilinders wel bijvullen. De zonnenpitten laten ze gewoon vallen waar de vinken en groenlingen dan weer dankbaar gebruik van maken. De eetlust van de vogels is zo goed dat ik deze winter al zo'n 20 kg voer heb verbruikt voor de vogels. Nog een paar koude dagen komen er aan maar als de weersomstandigheden het toelaten stop ik met het voeren. Dan moeten de vogels het maar weer op eigen kracht gaan doen om te overleven.


De zonnenpitten die de ringmussen laten vallen worden gekraakt door groenlingen en vinken 
en de inhoud er van wordt dankbaar opgevreten.

 

Wrangwortel mooi in de bloei

Een van de vroegste wilde bloeiers in het voorjaar is de wrangwortel (helleboris virides).
Het betreft hier een mooie grote groeiplaats langs de winterdijk tussen Haastrecht en Hekendorp
waar de soort al sinds mensenheugenis staat.


In de heemtuin in het Goudse Hout stond deze helleboris-achtige ook al in bloei op 26 februari 2016.
Het gaat w.s. om Helleborus orientalis-hybride.

Meer lezen over de wrangwortel: klik hier


Het stinkend nieskruid (Helleborus foetidus) stond al half januari in de bloei in mijn tuin.
Deze soort, behorende tot de ranonkelfamilie, bloeit de eerste keer meestal pas na enkele jaren na aanplant.
Als de bodem goed is geeft de plant veel zaailingen.

 

  Een afwijkende krooneend  

De eerste krooneenden zijn al weer terug op de plas Broekvelden in het Reeuwijkse Plassengebied. Van de week telde ik er al 5 stuks maar er zullen er nog wel diverse bijkomen. Ze broeden ook in het Reeuwijkse Plassengebied maar het gaat niet om veel broedparen. Hooguit zijn het er 2-4 paar blijkt uit broedvogeltellingen van de laatste jaren. En de kuikens groot brengen is een probleem want het kuikenaantal slinkt na het uitkomen van de eieren al heel snel is mijn ervaring. 
De Vinkenveense Plassen zijn een echt bolwerk van krooneenden in Nederland. In de winterperiode kun je er groepen zien van meer dan 100 stuks. Recent was ik weer eens in het Vinkensveense Plassengebied en trof daar een krooneend aan met een afwijkend klerenpatroon op de rug. Veel bleker dan normaal. Of het een normale kleurafwijking betreft dan wel een kruisingsvorm is onduidelijk. Ik heb een foto gestuurd naar een deskundige die zich speciaal met krooneenden onderzoek bezig houdt, met de vraag om er eens naar te kijken. Maar die kon me ook niet veel wijzer maken.


Krooneend woerd in spiegelbeeld zwemmend. Dit is de normale kleur van de rug. 



Krooneend op de Vinkenveense Plassen met een veel lichtere rugtekening dan normaal het geval is.

homepage

nieuwste vertellingen fotoboek landschappen zoeken foto's zoeken op trefwoorden auteur
natuur & landschap Reeuwijkse Plassen weidevogels cultuurhistorie jeugdverhalen