17 oktober 2010  Over vissen en vissoorten in het Groene Hart van Zuid-Holland  

Een belangrijk kenmerk van het het Groene Hart zijn de vele sloten. Alles bij elkaar gaat het om vele tienduizenden kilometers aan sloten. Brede sloten, smalle sloten, weteringen, boezemsloten, rivieren, kanalen, er zijn veel benamingen voor al dat waterige gedoe. In de onderwaterwereld krioelt het van het leven. Vissen vormen daar een onderdeel van. Broodvissers kennen die wereld op hun duimpje, bijna iedere dag gaan ze er op uit om vis te vangen voor de verkoop. Sportvissers ook maar die vangen een vis en zetten hem meestal weer terug. Maar er is ook nog een onbekende viswereld. Vissen die commercieel niet interessant zijn voor de broodvisser of moeilijk te vangen door sportvissers. En juist in die wereld zitten een paar vissoorten die minder algemeen zijn zoals bittervoorn, kleine en grote modderkruiper, vetje en nog een paar soorten. Om die wereld beter te leren kennen werd op 16 oktober 2010 in het Nieuwkoopse Plassengebied een cursus herkenning vissoorten  georganiseerd door het RAVON. Met een theoretisch deel en een praktisch deel waarbij er met schepnetten gevist zou worden. Ik vond het interessant genoeg om daar aan deel te gaan nemen.

Cursus vissenonderzoek in Nieuwkoop door RAVON

De Stichting RAVON (Reptielen AmfibieŽn Vissen Onderzoek Nederland) is een onderzoeks- en kennisorganisatie. Vrijwilligers verzamelen gegevens van reptielen, amfibieŽn en vissen. RAVON coŲrdineert en organiseert dit vrijwilligerswerk. De verzamelde gegevens worden onder meer gebruikt voor soortenbescherming, ecologisch onderzoek en het uitbrengen van een visatlas over de verspreiding in Nederland. Er wordt inmiddels ook gewerkt aan een Provinciale visatlas van Zuid-Holland. De basiscursus van 16 oktober in Nieuwkoop was vooral bedoeld om mensen met zoetwatervissen op weg te helpen om zelf aan de slag te kunnen met visherkenning en het verzamelen van gegevens voor de Visatlas Zuid-Holland.


Blauwjantje, de fluisterboot van Natuurmonumenten, waarmee we op visjacht gingen.


Visnet wat gebruikt werd bij het visonderzoek.


Op weg en klaar om het visnet te gaan hanteren.


Klaar voor de vangst. Als het maar droog blijft.


Vol enthousiasme ging iedereen aan het werk. Met name op het vangen van de minder algemene kleine modderkruiper 
en bittervoorn was men gefocust.


Een enkele enthousiasteling begaf zich zelfs met net en al te water. 

De vangsten

De vangsten waren prima. Van amfibieŽn-reptielen waren dat een bruine kikker, twee kleine meerkikkertjes en een kleine watersalamander. De gevangen vis bestond uit kleine snoekjes, ruisvoorn, blankvoorn, zeelt, baars, tiendoornige stekelbaars, pos en kleine modderkruiper (6 stuks). Daarnaast werden gevangen 2 gevlekte Amerikaanse rivierkreeften.


 Er werden ook diverse zwarte- en geelgerande waterkevers gevangen maar die wilden niet meewerken om op de foto te gaan. Dan maar een foto van een braakbal met waterkeverrestanten uitgespuwd door een blauwe reiger. De reiger had blijkbaar een goed plekje gevonden waar veel waterkevers rondzwommen. De braakbal bestaat vrijwel alleen uit dekschilden van waterkevers. Ook de geelgerande zit er tussen.


Kleine watersalamander


Drie stuks kleine modderkruipers


Twee juveniele zeelten en nog een kleine modderkruiper.

  
Links een snoekje en rechts een rietvoorn.


Een klein snoekje en links een baars. Baarzen werden er flink wat gevangen.

  
Voor deze rivierkreeft moesten de boeken er op na geslagen worden. Het bleek n.l. geen rode Amerikaanse rivierkreeft te zijn 
maar een gevlekte Amerikaanse rivierkreeft. Exoten die zich massaal in Nederland hebben gevestigd.


De vangsten worden gecontroleerd, bestudeerd, bewonderd en genoteerd.


Op de terugweg. Een cursist probeert zelfs nu nog een visje te verschalken ongetwijfeld gestimuleerd door de vele 
vangsten op deze middag.


Op de terugweg. De cursusleidster (met microfoon) wil graag weten wat we van de cursus vonden. De persoon met 
waadpak en schepnet probeert tijdens het varen ook nog het een en ander te vangen.

Ervaringen met poldervissen

Zelf heb ik aardig wat ervaring met poldervissen maar dan vooral als sportvisser. Vanaf mijn jeugd tot een 20-tal jaren geleden was ik een fanatieke sportvisser die graag de polders rond Haastrecht in trok (met een voorkeur voor de polder Stein) om er te snoeken en er op rietvoorn, zeelt en paling te vissen. Geen voertje maken om de vis naar een plek te lokken en de hele dag op die plek blijven vissen. Nee, mijn manier was de vis opzoeken met de hengel. Een school ruisvoorns tussen de waterplanten, zeelt en baars vangen met een plomphaak onder een krooslaag vandaan. In de avonduren gaan palingen met wormen.
De lol van het hengelen begon er in de loop der jaren steeds meer af te gaan toen de sloten steeds ondieper werden omdat er nog amper gebaggerd werd. Er viel steeds minder te vangen. Met het ondieper worden van sloten nam ook de visstand steeds verder af, dit in combinatie met het verdwijnen van specifieke waterplantenvegetaties die juist zo belangrijk zijn voor vissen. 

Toch kruipt het bloed waar het niet gaan kan. Vissen houden mijn interesse. Het aankomend voorjaar ga ik (gewapend met schepnet en de vereiste vergunningen) een paar pas aangelegde natuurvriendelijke oevers rond Reeuwijk bemonsteren op de aanwezigheid van vissen, amfibieŽn en reptielen. Voor de nieuw uit te brengen Visatlas Zuid-Holland.

homepage

nieuwste vertellingen fotoboek landschappen zoeken foto's zoeken op trefwoorden auteur
natuur & landschap Reeuwijkse Plassen weidevogels cultuurhistorie jeugdverhalen