16 december 2010    Over ransuilen en bosuilen in het Groene Hart rond Gouda en Reeuwijkse Plassen

Ransuilen op een roestplaats
Kreeg ongeveer een jaar geleden een telefoontje dat er ergens een groepje uilen in een boom zat. Het zou om een roestplaats van ransuilen gaan. De uilen zaten er al een paar weken dus op pad met fotospullen. Ze bleken inderdaad aanwezig te zijn in de boom die mij was gemeld. Verscholen tussen takken en bladeren telde ik tien stuks.

Ransuilen zijn standvogels. Na de broedtijd zwerven ze hooguit wat rond maar overwinteren ook in de omgeving van hun broedgebied. In het najaar zoeken ze elkaar op en zitten op vaste plaatsen die roestplaatsen worden genoemd. Vaak worden roestbomen tientallen jaren achter elkaar gebruikt. Het komt wel voor dat zo'n roestplaats midden tussen de bebouwing ligt. Voorwaarde is dan wel dat er in de buurt, bijvoorbeeld in aangrenzende polders, genoeg muizen voorkomen. Roestplaatsen worden soms jarenlang trouw gebruikt. Een solitaire vrijstaande boom die voldoende beschutting geeft kan voldoende zijn. Een vaste roestplaats met een aantal van 25-30 ransuilen ben ik ooit tegengekomen in de duinen bij Wassenaar. In een paar dichte Oostenrijkse dennen. Onder die roestplaatsen liggen meestal uilenballen. In die uilenballen zitten onverteerde restanten van het voedsel wat ze eten. Schedeltjes en botjes van kleine zoogdieren, restanten van vogels en insecten. Door deze uilenballen uit te pluizen kan een goed beeld worden verkregen wat er gegeten wordt. Het hoofdvoedsel bestaat uit vooral uit muizen.

Afgelopen week heb ik de omgeving opnieuw bezocht waar vorig jaar een flink aantal ransuil zat te roesten. De bomen waar ik ze vorig jaar aantrof waren leverden niets op, maar ik was blij verrast toen ik in het gebied een 2-tal bomen tegen kwam waar een fors aantal ransuilen in zat. Ik telde maar liefst 26 exemplaren. Ze hielden mij wel in de gaten maar trokken zich niet veel aan van mijn aanwezigheid.


Een boom vol roestende ransuilen. Op de foto zijn te zien 14 ransuilen. In totaal zaten in deze boom 
21 exemplaren en in de boom ernaast ook nog eens 5 stuks.

Broeden doen ransuilen vooral in oude ekster- en kraaiennesten. Maar ook wel in oude knotwilgen. In eendenkooien ben ik ook wel eens nesten van ransuilen tegengekomen in eendenkorven. Op houtkaden in het Groene Hart broeden tegenwoordig nog nauwelijks ransuilen (en bosuilen). Dit in tegenstelling tot vroeger. Op bijna alle houtkaden in de polders rondom mijn woonplaats broedden wel een of meer paartjes van ransuilen en bosuilen. Maar in die tijd liepen ransuilen wel een verhoogd risico. Jagers gingen in het voorjaar kraaiennesten af om met de bedoeling om de broedende kraaien met een schot hagel door het nest te doden. Broedende ransuilen legden daardoor ook wel het loodje. Veel oude knotwilgen op houtkaden en wat oudere hoogopgaande bomen zijn in de loop der jaren verdwenen. Het is ook drukker geworden op die houtkaden want diverse zijn de laatste jaren opengesteld als wandelpad. Ransuilen zijn gesteld op rust en hebben zich om die reden wat meer  teruggetrokken in oude erfbeplantingen rond boerderijen, in parken en andere rustige boomrijke gebieden. Jaarlijks sterven er nogal wat ransuilen door het autoverkeer. Maar ook het treinverkeer veroorzaakt flink wat slachtoffers onder ransuilen. 

 




Een paar foto's van ransuilen gemaakt op een roestplaats in de winterperiode. 







Ransuil op roestplaats. Tussen de wirwar van takken valt de vogel nauwelijks op.


Met wat moeite zijn op deze foto drie ransuilen te zien. Verspreid en behoorlijk goed verscholen zaten er in de boom 
maar liefst tien ransuilen.




Een ransuil vond al die aandacht maar niets en vloog naar een andere boom.

 

Bosuilen
Bosuilen komen in het Groene Hart vooral voor in poldergebieden waar bosjes en oude bomen voorkomen. Ze gebruiken die oude bomen ook om in holten te broeden. Omdat veel oude en rottende bomen gekapt worden, heeft men op een aantal plekken speciale nestkasten geplaatst waar bosuilen (maar ook andere vogelsoorten) dankbaar gebruik van maken. Bosuilen broeden ook wel in oude schuren bij boerderijen. Op Fort Wierickerschans bij Bodegraven broedt al jaren een paartje in een van de monumentale gebouwen. Ze beginnen vroeg met broeden, soms al eind Januari. Normaal gesproken legt een bosuil tussen de 3 en 4 eieren. Maar dat kunnen er meer zijn als er veel voedsel te vinden is. Mannetje bosuilen beginnen al in september/oktober bij het vallen van de avond en s' nachts te roepen om het territorium af te bakenen. In de baltsperiode roepen ze de gehele nacht door. 
Over bosuilen heb ik al eerder een jeugdverhaal geschreven.



Een bosuilenpaartje broedt al een aantal jaren in de holte van een oude kastanje waarvan de knoppen op openspringen staan. 
In het voorjaar zit een van de partners bijna elke dag voor de nestingang te zonnen.

       
Nogal wat kunstmatige nestkasten bedoeld voor bosuilen worden door andere vogels gebruikt als broedplaats

Meer informatie over uilen en afbeeldingen van uilen op antieke tegels kunt U vinden door te klikken op uilen op tegels

homepage

nieuwste vertellingen fotoboek landschappen zoeken foto's zoeken op trefwoorden auteur
natuur & landschap Reeuwijkse Plassen weidevogels cultuurhistorie jeugdverhalen