7 Oktober 2012        Toemaak als meststof in relatie tot de stad Gouda

Voor de uitvinding van kunstmest was dierlijke mest een schaars goedje. Op het boerenbedrijf werden veel minder koeien en varkens gehouden dan tegenwoordig. Eerder was er sprake van een flink mesttekort en graslandpercelen die het verst van de boerderij af lagen werden nauwelijks of helemaal niet bemest. Vandaar dat er in de loop der eeuwen, ook in West-Nederland, een groot areaal aan schraallanden is ontstaan. Daarvan is nu in Nederland nog maar een klein deel is overgebleven als reservaat. De blauwgraslanden in de Meije nabij Zegveld is daar een mooi voorbeeld van.
Op de wel regelmatig bemeste graslanden  werd soms toemaak gebruikt. Toemaak is het overblijfsel in de bodem van een mengsel van slootbagger en stalmest maar er werd ook stadsafval in verwerkt. Het stadsafval bestond uit menselijke uitwerpselen die werden verzameld in combinatie met huishoudelijk afval dat werd weggegooid. En juist dat stadsafval in het toemaakdek is archeologisch interessant.
Door de bemesting met zowel dierlijke mest als stadsafval heeft zich in de bovenste 20 cm van grasland een zgn. toemaakdek ontwikkeld.


16e/17e eeuwse spinsteentjes aangetroffen in het toemaakdek van de polder Stein

 


Poppenkopjes van porselein.
Omstreeks 1900.
Aangetroffen in het toemaakdek.

Met name in molshopen kan je daar overblijfselen van vinden  in de vorm van pijpenkopjes, aardewerkscherven, spinsteentjes en nog veel meer. Het toepassen van stadsafval in toemaak is al vroeg begonnen. Een belangrijk concentratiegebied met stadafval is het graslandgebied rondom de stad Gouda in het Groene Hart. De vondst van middeleeuwse scherven bewijst dat er reeds voor de 16e eeuw stadsvuil werd toegepast. De hoeveelheden stadsafval die in de eeuwen daarna als toemaak werden toegepast zijn enorm gegroeid. Grote vondsten van stadsafval zijn gedaan bij de aanleg van recreatiegebieden zoals de Goudse en  Reeuwijkse Hout, bij het bouwrijp maken van woonwijken (o.a. polder Bloemendaal) en het uitbaggeren van sloten. Door de vele vondsten in  de polders rondom Gouda is een goed beeld ontstaan van wat er allemaal aan stadsafval in het toemaakdek terecht gekomen is.

Stadsafval werd per zeilboot aangevoerd vanuit steden naar overslagplaatsen en vervolgens weer per schouw of paard en wagen verder getransporteerd naar  graslandpercelen. Bekend is dat schepen die turf ophaalden in gebieden waar verveend werd als retourlading stadsafval vervoerden die weer werd afgezet om landerijen te bemesten.
De vader van boer Arie van Spengen van de historisch belangrijke boerderij Wiltenburg uit Reeuwijk  wist zich tijdens een gesprek zo rond 1980 nog goed te herinneren dat er op zijn land grenzend aan de Kalverbroekplas ook zoín overslagplaats lag waar scheepjes uit Gouda tot aan de 2e wereldoorlog nog afval brachten. Hij vertelde dat het stadsafval naast de waardevolle meststof soms ook ijzer, glas en stenen bevatte. Dit was ongewenst om op het grasland aan te brengen. De daggelders haalden het metaal en andere niet bruikbare grotere voorwerpen  er uit. Het metaal was voor de daggelders en die verkochten het weer door aan een oud ijzer handelaar. Het glas en grotere stenen werden uit het stadsafval gesorteerd en gebruikt om op te hogen, voor drainage of om slootkanten te verstevigen.

 

 


18e eeuwse kleipijp. Vervaardigd ter ere van het
Koninklijk Huis van Oranje.
Bodemvondst: polder Bloemendaal bij Waddinxveen

Kleine voorwerpen zoals spinsteentjes, pijpenkoppen en scherfjes van glas, aardewerk en pijpenklei kwamen wel in de toemaaklaag terecht en worden daarin teruggevonden, meestal in een molshoop of als sloten worden uitgebaggerd.

Veel huishoudens in Nederlandse steden gebruikten in vroegere eeuwen om van hun afval af te komen een beerputsysteem. In die beerputten zijn bij archeologisch onderzoek vele gestapelde lagen huishoudelijk afval gevonden die in een reeks van eeuwen was aangebracht. In de oude binnenstad  van Gouda zijn tot nu toe, hoogst opmerkelijk, geen beerputten aangetroffen. Het ontbreken ervan is onduidelijk. Een reden zou kunnen zijn het unieke schuursysteem wat Gouda eeuwenlang heeft gehanteerd met zijn grachten om het stadswater te verversen. Water inlaten vanuit de rivier de Hollandse Yssel bij vloed, en af laten lopen bij eb was een zeer efficiŽnte en goedkope manier om drijvende en in het water zwevende afvalstoffen snel kwijt te raken. Verondersteld kan worden dat de aanwezigheid van dit (unieke) schuursysteem een reden geweest kan zijn voor het ontbreken van beerputten . Wel moesten de grachten regelmatig worden gebaggerd om te voorkomen dat door het vele huishoudelijke (en vermoedelijk ook industriŽle afval) wat in de grachten werd gegooid, de vaardiepte zou dichtslibben. Aannemelijk is, dat dit gebaggerde materiaal in graslandpolders rondom Gouda is gebruikt als toemaak. En dat er grote hoeveelheden afval in de grachten werd gestort bleek bij de demping van de Raam in de 60er jaren van de 20e eeuw. Vooraf gaande aan de demping werd de aanwezige dikke modderlaag verwijderd. In de modderlaag zat een uitzonderlijke grote hoeveelheid huishoudelijk- en industrieel afval afkomstig van de Goudse aardewerk- en pijpenindustrie uit de 17e t/m 19e eeuw.


19e eeuwse hoornpijp met een zwijnenkop.
Vervaardigd door de Goudse pijpenmaker: B. van der Maas. 
Omstreeks 1860.


18e eeuwse kleipijp.
Ter ere van de Vrijmetselarij.
Bodemvondst: in een molshoop in de polder Willens.

homepage

nieuwste vertellingen fotoboek landschappen zoeken foto's zoeken op trefwoorden auteur
natuur & landschap Reeuwijkse Plassen weidevogels cultuurhistorie jeugdverhalen