8 januari 2013       Vogels kijken op Texel 24 dec2012 t/m 1jan2013

Drie dagen regen, een dag windstil mooi fietsweer en 4 dagen stormachtig weer.
Texel kan qua weersomstandigheden een grillig eiland zijn in het bijzonder in de wintermaanden. Dat ontdekte ik ook tijdens mijn verblijf op Texel. Regen en wind overheersten zo'n beetje alle acht dagen. Ik had een Kerst/Oud en Nieuw arrangement geboekt in Hotel de Pelikaan aan de Pelikaansweg bij De Koog en dat compenseerde het wat mindere weer ruimschoots. 
Over die weersomstandigheden; slechts een dag waren de weergoden zodanig gunstig geluimd dat het eiland per fiets verkend kon worden. Het was op die ene dag zowaar droog en betrekkelijk windstil. Ondanks het wat mindere weer was het een topvakantie waarbij het opvallend grote aantal vogels dat op het eiland verbleef opviel..

 

Texel schapeneiland.

Texel is een echt schapeneiland: er wonen ongeveer evenveel schapen als mensen, bijna 14.000. Ook in de 
wintermaanden blijven de schapen buiten maar worden wel bijgevoerd met hooi.


De Hoge Berg bij Den Burg. De schapen lopen de hele winter buiten maar worden wel bijgevoerd met hooi.

Een klein deel van de vele duizenden schapen die het eiland bevolken.


Schapen bij het hooi wat wordt bijgevoerd.

Ook voor kolganzen is er nog een plekje op Texel. De schapen vinden het geen probleem al die grazende ganzen in hun wei.

 

De mobiele vogelkijkhut
Fietsend vogels kijken was de meeste dagen vrijwel onmogelijk door de stormachtige wind. Het vogels observeren is daarom zo'n beetje alle dagen per auto gedaan. Het voordeel van vogelen vanuit de auto is dat fotografie prima werkt. Allereerst is het zo dat vogels minder bang zijn voor auto´s. Dit in tegenstelling als je lopend of fietsend vogels wilt fotograferen. Dan vliegen de meeste vogels al weg voordat je nog amper redelijk dicht in de buurt bent. Met een uitzondering voor vogelsoorten die aan de mens gewend en weten dat ze niets van je te vrezen hebben. Grauwe/ en kolganzen op Texel waren overigens uiterst schuw viel me op. Ze worden zeker flink bejaagd. Dat geldt in ieder geval zeker voor de grauwe gans mag worden aangenomen. Zelfs als je met de auto stopte omdat grauwe- en kolganzen redelijk in de buurt zaten liepen ze zo snel ze konden van je af. Dit in tegenstelling tot de minder schuwe rotganzen maar daar mag niet op gejaagd worden en dat hebben ze ook door.
Het fotograferen vanuit de auto had met die harde wind wel voordelen. Buiten de auto kon de telelens nauwelijks stil worden gehouden maar zittend in de auto kon ook vanuit de hand gefotografeerd worden. Wel waren de lichtomstandigheden vrijwel alle dagen slecht. Veel foto´s met de 300 mm telelens zijn gemaakt met een ISO van 1000 of zelfs 1250. De rijdende mobiel zoals vogelfotografen hun auto noemen was in ieder geval een goed alternatief met het slechte weer. Ongeveer 75% van de 1000 foto´s gemaakt tijdens mijn verblijf op Texel is gemaakt vanuit de auto.


Toegangspad naar het vogelkijkscherm bij 
de plasjes nabij de vuurtoren. Op de achtergrond 
mijn mobiele vogelkijkhut.

 

Winterse vogelrijke plekken op Texel
Alles bij elkaar ben ik in mijn leven tot nu toe wel zo´n 35-40 keer naar Texel geweest op vakantie. Meestal in het voorjaar. Ook toen ik nog bij Staatsbosbeheer werkte heb ik een aantal keren Texel bezocht voor ecologische cursussen dan wel voor terreinbezoeken. De mooiste plekjes op het eiland (qua landschap en natuur) ken ik onderhand aardig goed. Maar een verblijf in december is behoorlijk afwijkend t.o.v. dat in het voorjaar of de vroege herfst. Het landschap lijkt weliswaar hetzelfde maar je mist natuurlijk wel de soortenrijkdom van de plantenwereld. De vogelwereld is een andere dan in het voorjaar of vroege herfst. Ook in de wintermaanden zijn er grote aantallen vogels aanwezig maar de diversiteit aan soorten is een stuk minder. Zomervogels ontbreken en een groot deel van bepaalde soorten steltlopers en plevierachtigen is zuidwaarts vertrokken. Zwarte ruiters, groenpoten, bosruiters, ik heb ze vrijwel niet gezien. Daarentegen stikte het op het eiland van de ganzen, eenden, kieviten, wulpen en scholeksters.

Tijdens mijn verblijf heb ik me in het bijzonder geconcentreerd op de belangrijkste vogelgebieden. Dat zijn onder meer de Mokbaai,
Ottersaat/Dijkmanshuizen, Drijvers Bol en het Waagejot, Waal en Burg, Utopia en de Slufter. Onderstaand een foto-impressie.

 

Mokbaai

Een groepje vliegende pijlstaarten gezamenlijk met twee bergeenden.


Vele honderden bergeenden in de Mokbaai  in de zuidhoek van het eiland vlak bij waar de pont vertrekt en aankomt.

De Mokbaai is een brede inham tussen de Hors en de zuidelijke polders van Texel. Een groot deel van de baai bestaat uit kwelders die bij eb droogvallen. Noordelijk van de Mokbaai liggen twee vogelreservaten: de Petten en 't Stoar. De Mokbaai is een uitstekende  plek om wadvogels te bekijken vanaf de dijk.

 

Plas-dras reservaat Waal en burg

Twee kleine en een wat groter weidemolentje (op de foto) in reservaat Waal en Burg malen water op om daarmee 
diverse graslandpercelen plasdras te zetten. Vele duizenden steltlopers en plevieren zaten op de half onder water 
gezette graslanden.


Een klein deel van de ca. 25.000 - 30.000 kieviten op en nabij de plasdras bij Waal en Burg. 

Verder schatte ik dat er ook zo'n 4000 tot 5000 goudplevieren en tussen de 500 - 600 kemphanen aanwezig waren. Ik sprak een vogelaar die het gebied regelmatig telt. Hij vertelde me nog niet eerder zulke grote aantallen vogels te hebben gezien in het reservaat. Of dat door het langdurige natte weer dan wel het ontbreken van vorst kwam is onzeker. De genoemde aantallen heb ik trouwens maar twee dagen geteld. Later was het aantal aanwezige vogels beduidend lager.



Een vrouwtje blauwe kiekendief maakte Waal en Burg regelmatig onveilig. Net als een slechtvalk en een 
buizerd die hun uitkijkpost hadden op een van de wieken van een weidemolentje. Als de roofvogels
gingen vliegen veroorzaakten ze veel onrust onder de vele duizenden vogels. Regelmatig gingen alle aanwezige vogels 
de lucht in om vervolgens na enkele minuten weer neer te strijken.


Veel paniek onder de smienten bij een nieuwe poging om een vogel te vangen door de aanwezige slechtvalk.


Tegenlichtopname op een grauwe dag in het reservaat Waal en Burg van smienten en wilde eenden 
in een sloot tussen het riet.


Grote groepen goudplevieren aanwezig op de drassige graslanden van Waal en Burg.


Een groep kieviten voedsel zoekend op graslanden in het reservaat Waal en Burg.

 


Reservaat Ottersaat
  
Overzicht van reservaat Ottersaat. 


Reservaat Ottersaat noordelijk van Oudeschild met op de voorgrond rustende wulpen en scholeksters. 
Op de achtergrond drie Noord-Hollandse weidemolentjes en een vogelkijkhut in een ander deel 
van reservaat Ottersaat.

De Ottersaat is een weg die van de Laagwaalderweg bij De Waal in oostelijke richting loopt naar de IJsdijk bij Oudeschild. Maar Ottersaat is tevens een natuurgebiedje langs de waddenzeedijk ten noordoosten van Oudeschild. Voor de ophoging van de dijk naar Deltahoogte tussen 1977 en 1981 was het een klein watertje. Na het verdwijnen van de oude dijk is het gebied vergroot. In het midden is een rij oude, halfverrotte palen te zien. Dit zijn de overblijfselen van de oude wierdijk waarvan de kern bestond uit zeegras. Het gebied is in eigendom en beheer van Natuurmonumenten en werd in 1996 afgegraven en geheel opnieuw ingericht. Op enkele plaatsen is een schelpenbank aangelegd voor broedvogels als dwergsterns, bontbekplevieren en kluten. Het gebied herbergt ook steltlopers, eenden en lepelaars.

 

Fotografie her en der op Texel


Een grote groep grauwe ganzen op particulier grasland met op de achtergrond het reservaat  de Hoge Berg. 
Uiterst alert waren ze toen ik stopte met de auto terwijl ze zeker op 200 meter afstand zaten. Heeft vrijwel zeker te maken 
met de intensieve jacht op genoemde soort.

Grauwe ganzen uiterst alert.


Paarse strandloper langs de waddendijk nabij de afvaart naar Vlieland.

  
Uitzicht vanaf de waddendijk op het reservaat Drijvers Bol

 

Blauwe reiger probeert stormmeeuw te verschalken

Een stormmeeuw met een gebroken vleugel.


Een blauwe reiger heeft in de gaten dat de stormmeeuw gewond is en heeft snode plannen.


De blauwe reiger doet een poging om de stormmeeuw te doden en hakt een aantal keren in op de stormmeeuw 
met zijn dolksnavel. Een paar snavelstoten treffen de stormmeeuw maar de vogel weet te ontsnappen door hard 
weg te rennen. Hoe het uiteindelijk is afgelopen weet ik niet.

 

Rotganzen

Rotganzen kom je in diverse graslandpolders tegen maar de grootste aantallen zijn aan te treffen in polder de Eendracht. Die polder lig noordelijk van de polder Eijerland. In 1846 is de polder Eendracht bedijkt. In het noorden liggen voornamelijk graslanden. Een groot deel van deze graslandpercelen is in gebruik als reservaat voor overwinterende rotganzen. In 1975 werd het circa 110 hectare grote bedrijf Zeeburg in het noordelijk deel van de Eendracht ingericht als ganzenreservaat. Het is in beheer bij Staatsbosbeheer. De rotganzen worden hier met rust gelaten. Buiten Zeeburg mogen de boeren de vogels verjagen. Vooral in het voorjaar pleisteren veel rotganzen op de graslanden van Zeeburg. De aantallen kunnen oplopen tot zo'n 12.000 vogels.


Rotganzen in een graslandperceel dicht tegen de huizen aan zittend.

Rotganzen in het reservaat Drijvers Bol.

Voedsel zoekende rotganzen.

Overvliegende rotganzen.

 

Waagejot.

Wulpen wachten op het Waagejot af tot dat het weer laag water is op het wad.


Wintertalingen en scholeksters.

Een klein groepje tureluurs probeerde wat luwte te vinden voor de harde wind.


Twee paartjes pijlstaarten zwemmend op het Waagejot.

Scholeksters rustend.

Opvliegende slobeenden en wilde eenden.

Het Waagejot is een natuurgebied ontstaan door afsnijding van de oude waddenzeedijk ten behoeve van de dijkverhoging naar Deltahoogte, eind zeventiger-, begin tachtiger jaren. Het natuurgebied, in eigendom en beheer bij Natuurmonumenten, ligt tussen de nieuwe dijk en de restanten van de oude dijk tussen Oudeschild en Oosterend. Hierdoor is een uniek gebied ontstaan met een geheel zoute flora. Het groeit niet dicht, zoals bij zoetwaterplassen wel het geval is. Vlak langs de weg, gescheiden door een sloot en dus vrij van direct storende invloeden, broeden vele vogels zoals kluten, bontbekplevieren, scholeksters, tureluurs, visdieven, kokmeeuwen en noordse sterns. In de wintermaanden verblijven er veel eendachtigen en wulpen en scholeksters komen er rusten als het vloed is op de wadden.

 

Herstel tuinwallen.

Texel had vroeger nauwelijks bos. Hout was schaars en duur. Ook toen het prikkeldraad nog niet was uitgevonden was er behoefte aan perceelafscheiding voor schapen. Men heeft toen de “Tuunwöal” uitgevonden. Tuinwallen zijn met plaggen opgebouwde lage walletjes zonder bomen of struiken tussen weilanden. Het zijn perceelscheidingen op plekken  waar geen scheiding door een sloot of een heg mogelijk is. Op plaatsen op Texel met een stevige ondergrond werden wallen tot 1 meter hoog gebouwd, in zand- en duingebieden werden ze niet hoger dan 60 centimeter. Tuinwallen werden gebouwd van ter plaatse gestoken zoden. Die werden zo opgestapeld dat een wal ontstond die van onderen breder was dan aan de bovenkant, de ruimte tussen de zoden werd opgevuld met zand.Tegenwoordig worden er op tal van plaatsen op Texel tuinwallen hersteld vanuit een ecologische en cultuurhistorische motivatie (zie de foto's hieronder). Ze zijn een zeer kenmerkend landschapselement, met een internationale waarde, omdat ze in deze vorm en omvang nergens buiten Nederland voorkomen.


Een nieuw aangelegde tuinwal langs het nieuw aangelegde fietspad zuidelijk van Oudeschild.
Mooi is te zien waar de plaggen zijn afgestoken die zijn gebruikt voor de opbouw van de tuinwal.

Close up van nieuw aangelegde tuinwal.

 

Zoeken naar sneeuwgorzen en strandleeuweriken in de Sluftervallei.

Het uitgestrekte landschap van de Slufter.

De Slufter is een uniek gebied dat in open verbinding staat met de Noordzee. Na een aantal mislukte pogingen om er een landbouwpolder van te maken, werd aan het begin van de 20e eeuw besloten het zeegat open te laten. Het Sluftergebied bestaat uit een krekenstelsel dat soms na een storm onder water staat. Kenmerkend is de kweldervegetatie met planten als zoutmelde, zeekraal, zeealsem en het lamsoor, waarvan de bloemen in de zomer het hele gebied paars kleuren. Het grootste deel van De Slufter wordt als vogelreservaat beheerd; alleen het zuidelijke gedeelte is vrij toegankelijk. 


Strandleeuweriken overwinteren in klein aantal in het Sluftergebied.

IJsgorzen worden maar zo af en toe waargenomen op de Slufter.

De Slufter is een overwinteringgebied voor minder algemene vogelsoorten als sneeuwgors en strandleeuwerik.
Twee keer een halve dag zoeken tijdens wandeltochten leverde op de eerste dag groepje strandleeuweriken op en de 2e keer een ijsgors waarvan ik in eerste instantie dacht met een rietgors te maken te hebben. De sneeuwgorzen lieten het afweten hoewel ik op www.waarneming.nl had gezien dat ze wel aanwezig moesten zijn. 

 

Fjordenpaarden, levende maaimachines
        

Close up van fjordenpaard.

Begrazing van een natuurgebied op Texel met fjorden.

Het fjordenpaard is van oorsprong afkomstig uit Noorwegen. Ze staan bekend als hardwerkend, onvermoeibaar, vriendelijk, sociaal maar wel met een eigen wil. De Fjord is een van de weinige rassen die zijn identiteit door de eeuwen heen onmiskenbaar heeft bewaard. Het Fjordenpaard doet sterk denken aan het oerpaard, stevig gebouwd, met brede korte nek, aalstreep en vaak voorkomende wildstrepen op de poten. Ze zijn izabelkleurig en hebben een licht gekleurde mondstreek. De in natuurreservaten grazende Nederlandse Fjorden komen van oorsprong uit Denemarken. Ze worden voor extensief graasbeheer in natuurreservaten ingezet waaronder ook op Texel.

 

Haven Oudeschild


Het grootste deel van de vissersvloot van Texel had blijkbaar ook vrij genomen tussen Kerst en Nieuwjaar 2012.

Meer foto's van Texel maar dan uit de Lenteperiode kunt U zien door te klikken op hier

homepage

nieuwste vertellingen fotoboek landschappen zoeken foto's zoeken op trefwoorden auteur
natuur & landschap Reeuwijkse Plassen weidevogels cultuurhistorie jeugdverhalen