20 juli 2009  Uilen op tegels en hun bijzonderheden



Oehoe op kruk in een kwadraat. Eind 16e/begin 17e eeuw. 
Met links en rechts in het hoge gras verstopte lijmstokken om vogels te vangen.

Tegels met uilen nader bekeken.
Uilen op Nederlandse tegels komen niet zo vaak voor. Net als bij de afbeeldingen met ijsvogels vormen zij samen een vogelsoort die gewild is bij verzamelaars. Zelfs grotere collecties bezitten misschien een enkele of zelfs geen. Soms geeft men aan een tegel met een uil te hebben zonder te weten welke soort dat dan is. Wereldwijd zijn er immers wel 134 soorten.  Meestal is op onze tegels echter wel iets van de circa 12 Europese soorten te benoemen. Enige ornithologische kennis moet dan wel samenvallen met enige kennis van tegels. Dit willen bereiken getuigt dan van dezelfde interesse en gedrevenheid als die waarmee de tegelschilders hun werk deden. De bijgaande poging tot het bestuderen en het determineren van de afgebeelde uilen is gedaan door een paar tegelvrienden die beschikken over een ruime mate van ornithologische kennis in hun basispakket. Maar zelfs met die kennis  blijft de keuze om een soort te benoemen ook nu soms arbitrair realiseren wij ons.

Met name de afbeeldingen van vogels op tegels geeft soms een verbazingwekkend vrije creativiteit in kleur en vorm te zien. Zozeer zelfs, dat er totaal geen soort meer in is te herkennen, anders dan de groepsnaam van b.v. ‘zangvogel’ of roofvogel. Dat levert vaak wel een mooi plaatje op, dat wel. Zo zijn er tegels met een uil die de kenmerken hebben van wel vier uilensoorten. Dan gaat het om een ‘fantasievogel.’  Herkenbaarheid is echter geen vaste voorwaarde want de vrije expressie op zich dient vaak al als afdoende blikvanger op onze tegels. Toch blijkt meer dan eens dat bij nadere bestudering van de vele soorten tegels er wel degelijk sprake is van het overdragen van nog bestaande onderwerpen en zeker van ooit bestaand hebbende onderwerpen. Een voordeel van uilen, ijsvogels, papegaaien  en arenden is dat zij direct aan hun contouren te herkennen zijn waarna de wel of niet reële kleurstelling nogal eens op het tweede plan komt.
We mogen de tegelschilders niet onderschatten over hun aanwezige kennis van- en over hun onderwerpen. Dus naast de fantasie-uilen waar ondanks alle ornithologische kennis geen touw aan vast is te knopen, zijn er natuurlijk wel degelijk Nederlandse- of zelfs enkele Europese uilensoorten als zodanig te herkennen. Soms moeten we daarbij dan wel aanvaarden dat b.v. de nagenoeg spierwitte sneeuwuil ludiek werd opgesierd met enige vrolijke accentuerende kleurtoontjes die hij in feite niet heeft. De maker zal wel in zijn artistieke bevangenheid lichtelijk nerveus geworden zijn van al dat wit van een witte sneeuwuil op een witte tegel. En kijk, dat maakt het nu juist allemaal zo aardig. Het zij hun vergeven.

We doen hier niet mee aan eventuele determinatiepogingen van fantasie-uilen omdat we ons  niet moeten wagen aan het beschrijven van dat wat er niet is. Let u echter wel op de contouren, de verentekening, kleuren en vormen van vleugels en staart, het uiteinde recht of rond en zijn lengte.  En natuurlijk de aanwezigheid en de stand van de ‘oorpluimpjes’. Indien vliegend afgebeeld is het interessant te weten of er sprake is van ronde vleugeltoppen of vleugels met ‘vingers’ (eindigend in grote iets uitstaande slagpennen) en de rechte of schuine stand daarvan. Ook is de zithouding van de soorten verschillend. Uiteraard is het hier omschrevene een poging enigszins bij te dragen aan een korte determinatie van uilensoorten op onze tegels. Dit alles, gewikt en gewogen, goedgevonden en verstaan, met een knipoog in het voordeel van de 17e eeuwse uilenschilders op onze tegels en gezien door onze creatieve uilenbrilletjes.



Fantasie uil met “oorpluimpjes” van een ransuil.
 17e eeuw.

 

Steenuilen op tegels



Steenuil op tak met zangvogels in alarm.
17e eeuw.



Steenuil op kruk omgeven door zangvogels in alarm waar op gejaagd werd. 17e eeuw.



Steenuil op kruk als lokvogel
voor zangvogeltjes. 17e eeuw.

Uilen en hun bijzonderheden

Er leven 134 verschillende uilensoorten in de hele wereld

Uilen zijn fascinerende roofvogels die vele mensen boeien. Ook in de mythologie worden zij vaak aangehaald en er zijn vele verhalen over. We gaan ze hier niet allemaal aanhalen, maar ik beperk mij met enkele aardige feiten. Bij de oude Grieken en Romeinen werd het kleine steenuiltje (Athene noctua) met zijn felle en strenge uiterlijk gekozen als symbool en metgezel van de godin van de wijsheid Pallas Athena. Er zijn munten gevonden met aan één kant de afbeelding van de steenuil en aan de andere kant Athena. De steenuil staat tot op de dag van vandaag in het wapen van Athene. Op de nieuwe euromunt van Griekenland staat ook weer datzelfde steenuiltje. Met het gezegde ”uilen naar Athene dragen” bedoelen wij dat we kennelijk overbodig werk doen. In een serie kinderspelen op tegels komt een Utrechtse tegel voor uit de eerste helft 18e eeuw waarin daadwerkelijk te zien is hoe twee jongens ‘in een kinderspel’ een stok tussen hen in dragen waarop een uil zit. De tovenaar Merlijn, aan het hof van koning Arthur, was bevriend met een bosuil die Archimedes heette en bij hem in zijn vertrekken woonde. Vroeger had een herberg vaak een uil op het uithangbord als teken dat je er kon blijven slapen. Uilen zie je overdag altijd slapen, “een uiltje knappen” dus.  Maar om wakker te blijven laten we het daar nu even bij.



Albarello met als hoofddecor een steenuiltje. 
Hoog 16 cm. Winterthur 1670.



Steenuil opgezet

 

Sneeuwuilen op tegels



Sneeuwuil op tak in juiste uitvoering. Spreuktegel met op de achtergrond een kraagkandelaar met walmende kaars, de uitbeelding van: "wat baat er kaars en bril als de uil niet lezen wil". 17e eeuw.



Sneeuwuilen boven grondjes in vrij 
correcte uitvoering maar met iets 
afwijkend vliegbeeld. 17e eeuw.


Nieuw 10 augustus 2011



Sneeuwuil op tak met ludiek kleurtje op de vleugelboeg. Zangvogels slaan alarm.
17e eeuw.
Coll. J. Holtkamp.



Sneeuwuil op kruk met ludieke horizontale “oorpluimpjes” en kleurtjes. 17e eeuw



Sneeuwuil op tak in correcte uitvoering.
17e eeuw


Sneeuwuil (foto: W. Lobel)

 

Ransuilen op tegels


3 opgezette ransuilen als omlijsting bij zout- en vetpotten.



Ransuil op kruk.17e eeuw.



Ransuil op kruk met vleugels uit.
17e eeuw.



Ransuil op kruk. Of zou toch een oehoe  
bedoeld zijn? 17e eeuw.



    Ransuil op kruk in ludieke uitvoering. 
17e eeuw. Coll. E. van Drecht.



Ransuil op grondje. 17e eeuw.



Ransuil op kruk in ludieke uitvoering.
Eind 17e eeuw.
 




Fantasie uil met “oorpluimpjes” van een ransuil
op de wip. 17e eeuw.



Fantasie uil op kruk, fladderend in lokfunctie met “oorpluimpjes” 
van een ransuil. Zeldzame uitvoering met in de hoeken 
drie-lobbige bladen.  17e eeuw.

Nieuw 10 augustus 2011


Fantasie uil op kruk, fladderend in lokfunctie met “oorpluimpjes” 
van een ransuil. 17e eeuw.


Fantasie uil met “oorpluimpjes” van een ransuil.
17e eeuw.



Fantasie uil met “oorpluimpjes” van een 
ransuil
op de wip. 17e eeuw.. Zelfde spons 
als twee tegel hierboven.



Fantasie uil zittend op kruk in ludieke kleurtjes. 17e eeuw.



Ransuil
boven grondje. 17e eeuw.



Ransuil op grondje. 17e eeuw.

Nieuw 10 augustus 2011

Ransuil op grondje. 17e eeuw.



Fantasie uil fladderend op kruk met enige kenmerken van een kerkuil in ludieke kleurtjes. 17e eeuw.

 

250 verschillende grijstinten

Uilen kunnen niet zo goed kleuren zien, als nachtjager hebben ze dat ook niet nodig. Daar staat tegenover het unieke feit dat zij in staat zijn om meer dan 250 grijstinten te onderscheiden. Waar wij als mens zeggen: "dat is zwart" dan weet de uil a.h.w. dat dit kleurnummer 220 antraciet is (!) U moet dat maar even nemen zoals ik dat zeg. Bij die 250 grijstinten zitten waarschijnlijk ook de  reflectiewaarden van kleuren die zij in een toon van zwart/wit zien. Het blijft overigens fascinerend dat zij in het nachtelijk duister, diep verscholen in het gras, van grote afstand een (piep)klein muisje kunnen zien en horen. En dat ‘piep’ is dan ook vaak het laatste levensteken van dat muisje.

“Oorpluimpjes”

De fijne en gevoelige verenkrans voor het opvangen van trillingen rond hun ogen lijkt op een masker en wordt dan ook ‘masker’ of ‘sluier’ genoemd. De ogen, maar ook de oren liggen diep in de sluier die een soort trechterfunctie heeft voor het opvangen van het geringste spoortje licht en geluid, zowel overdag alsook tijdens schemer en in het absolute donker. Enkele uilensoorten, zoals de ransuil, hebben verticaal staande ‘oorpluimpjes’ op hun kop. Maar dat zijn echter geen oren! De beide gehooropeningen van een uil zitten namelijk verstopt onder de kleine veertjes van de sluier, direct naast de oogspiegel op de plaats van de wang. Deze gehooropeningen zitten ook nog eens met een klein onderling verschil in hoogte in de kop zodat een overlappend effect in geluid op afstand gescoord wordt. De uil gebruikt de sluier dus als een soort 'richtmicrofoon' die geluiden versterkt kan opvangen. Het is een adembenemend wonder van schoonheid te mogen ontdekken (bij een geprepareerd exemplaar) dat de bosuil zelfs prachtige kleine zwarte wimpertjes heeft  op zijn bovenste ooglid.


            Ransuil roerloos zittend tussen gebladerte



Fantasie uil op tak met “oorpluimpjes”  van een  ransuil in blauw zonder hoekornament. Omstreeks 1700.



Ransuil op kruk als lokvogel
met zichtbaar touwtje aan de poot.  Blauw zonder hoekornament.
 Omstreeks 1700.



Ransuilen op de roestplaats in de winter. 

 


Uilensoorten in Nederland
Als jonge uilen hun eerste levensjaar overleven (gemiddeld 60% haalt dat) kunnen zij voor een vogel aardig oud worden. Laten we eens kijken naar de oudst bekende leeftijden en andere gegevens  die via ringonderzoek tot stand kwamen van de in Nederland voorkomende uilen en van een paar zeldzame Europese dwaalgasten van over onze grenzen. Dit omdat enkele van die uilensoorten wel degelijk ook op onze tegels voorkomen!

Ransuil:  De oudst bekende ransuil is 28 jaar geworden. Hoogte; 35 tot 37 cm. Vleugelwijdte; 84 tot 95 cm. In Nederland 5000 tot 6000 paren.

Kerkuil:  De oudst bekende kerkuil is 21 jaar geworden. Hoogte;   33 tot 39 cm  Vleugelwijdte;  85 tot 93 cm. In Nederland nog maar 2000 paren(!)

Bosuil:    De oudst bekende bosuil is 27 jaar geworden. Zit vaak in loofbossen en parken. Hoogte;  37 tot 39 cm. Vleugelwijdte;  94 tot 104 cm. In Nederland 5000 paren.

Steenuil: De oudst bekende steenuil  is 15 jaar geworden. Hij jaagt ook overdag. Hoogte;    21 tot 23 cm. Vleugelwijdte; 50 tot 56 cm. In Nederland nog 6000 paren.

Velduil:   De oudst bekende velduil is 12 jaar geworden. Hoogte;   34 tot 42 cm. Vleugelwijdte;  95 tot 105 cm. In Nederland nog maar 40 (!) paren. Hoofdzakelijk op de waddeneilanden.

Zeldzame uilen- dwaalgasten in Nederland, België en naaste omgeving. waarvan sommigen staan afgebeeld op Nederlandse tegels.

Oehoe :       Hoogte; 60 tot 75 cm. Vleugelwijdte; 160 tot 188 cm. De oudst bekende oehoe is 68 jaar geworden. Grootste uil van Europa, broedvogel in Zuid-Limburg en  is inmiddels ook waargenomen in de Achterhoek.

Sneeuwuil: Hoogte; 55 tot 65 cm.  Vleugelwijdte; 142 tot 166 cm. Zeldzaam in Nederland. De afgelopen winter was er een exemplaar wat in Noord-Nederland rondzwierf.

Dwerguil:   Hoogte; 16 tot 18 cm. Vleugelwijdte; 34 tot 36 cm. Kleinste uiltje van Europa, kleiner dan een spreeuw, vroeger ook wel mussenuil genoemd.  Zeer zeldzaam. Noord-Europa, Rusland.  

Oeraluil:     Hoogte; 58 tot 62 cm. Vleugelwijdte; 124 tot 134 cm. Scandinavië, Rusland  en de Balkanlanden.

Sperweruil: Hoogte;  36 tot 41 cm. Vleugelwijdte; 74 tot 81 cm.  Scandinavië en Rusland.

Ruigpootuil: Hoogte; 24 tot 26 cm. Vleugelwijdte; 52 tot 58 cm. De laatste jaren soms broedend in Drenthe.

Laplanduil:   Hoogte;  65 tot 70 cm. Vleugelwijdte; c.a. 150 cm. Finland en Rusland.

Dwergooruil: Hoogte 19 tot 20 cm. Vleugelwijdte 50 tot 54 cm. Zuid Europa, Balkan en Rusland.

Dwergooruilen op tegels




Dwergooruil
op vrucht in ludieke kleurtjes en met “oorpluimpjes” 17e eeuw.



Dwergooruil op vrucht.  17e eeuw.



Dwergooruil op kruk. 17e eeuw.


Dwergooruil met twee tenen naar voren en twee tenen naar achteren geplaatst van de keerteenvoet.

 

Kerkuilen op tegels

Opgezette kerkuilen




Kerkuil op kruk. Uitvoering met ludieke "oorpluimpjes" 
en fraai ingekleurd verenkleed. 17e eeuw. Zie ook tegel hiernaast.



Kerkuil op kruk. Uitvoering met ludieke "oorpluimpjes." 
Tegel in paarse trek met paarse hoekornamenten. 
17e eeuw. Zie ook tegel hiernaast.



Kerkuil op kruk in ludieke kleurtjes en met “oorpluimpjes” 17e eeuw.



Fantasie uil op tak in ludieke vormgeving.  
Kerkuil?
17e eeuw.


Fantasie uil op tak. 17e eeuw. Kerkuil?

 


Jonge kerkuilen 


Jonge ransuil


                                        Uilskuiken

De geslachten zijn bij uilen uiterlijk niet van elkaar te onderscheiden anders dan in het gedrag. Uilen eten muizen, maar ook andere prooien met huid en haar op waarna zij de onverteerbare delen later uitbraken. Zo treft men in hun braakballen prooiresten aan als: keverschildjes, vogelveren, een pootje van een mol, botjes van kikkers of kleine zangvogeltjes, schedeltjes van een muis of van kleine zangvogeltjes of een mol en zand van wormen e.d. Uilen ' vind je sneller door op de grond te kijken dan in de bomen te zoeken. Het vinden van de braakballen en uitwerpselen verraadt al snel hun 'roestplaatsen'. Het is echter van groot belang ze beslist met rust te laten, op flinke afstand te blijven, want verstoring van hun roestplaats of nest, heeft grotere gevolgen voor hen dan u zou vermoeden. Soms valt een jong uilskuiken uit het nest omdat dat gedurende de groei der jongen te krap is geworden of door een ’familiair duwpartijtje’ of tijdens de eerste vliegoefeningen. Laat een e.v.t. gevonden jong echter met rust, niet aankomen, de ouders zien en verzorgen hem heus wel en bovendien heeft een jonge uil de opmerkelijke vaardigheid om terug te kunnen klimmen in de boom (!) Als u te dicht bij komt, maken sommige uilen dansende en buigende bewegingen met blazende geluiden, zoals b.v. goed te zien is bij het gedrag van een steenuiltje. Dit geeft aan dat zij zich niet meer veilig voelen.

 

 

Bosuilen op tegels

Opgezette bosuilen (Alle foto’s van de geprepareerde exemplaren LoKa Amsterdam)


Ludieke bosuil vliegend boven stronk. 
17e eeuw.Hoekvulling franse lelie spits. 
Gouds type.


Ludieke bosuil vliegend boven stronk. 
17e eeuw.Hoekvulling franse lelie spits. 
Gouds type.



Ludieke bosuil vliegend boven stronk. 
17e eeuw. Hoekvulling franse lelie blauwe dwarsstreep. Gouds type.



Bosuil op tak. 17e eeuw.




 

   


Meer lezen over bosuilen klik op de volgende link:
bosuilen in het zonnetje

Verenpak

Uilen hebben vrij grote en lange vleugels  in verhouding tot hun lichaam. Dat stelt ze in staat een langzamere en diepere vleugelslag (tot onder het lichaam tijdens de vlucht) te gebruiken wat de onhoorbaarheid als dag of nachtjager sterk vergroot. Ook hun prooidieren hebben immers een meer dan uitstekend gehoor. Ook de overdag jagende soorten zoals b.v. de velduil, de sneeuwuil en het steenuiltje is hier in het voordeel bij het benaderen van hun prooi.  


Afgebeeld de veer van de rechter vleugel van een ransuil

De natuur heeft deze nachtjagers van een speciale uitrusting voorzien. Op elke horizontale beharing van de slagpennen zit ook nog een extra verticaal minuscuul haartje, samen vormend een donslaagje. Dat maakt uilenveren zo zacht en vrijwel onhoorbaar tijdens het vliegen in meer of minder wind. Heel anders dan b.v. bij eenden die stugge veren hebben en zelfs soms tijdens het vliegen een fluitend geluid laten horen van de slagpennen. Uilen hebben soms moeite met rechtstandig opstijgen van hun zitplaats, het recht omhoog weg vliegen proberen ze te vermijden. Uilen laten zich eerst voorovervallen van een tak, om vervolgens in een sierlijke duik hun (muis)stille jacht te openen.

 

 

Oehoe op tegels



Oehoe op tak en vermoedelijk steenuil op een kruk. Beide uilen mogelijk in de functie als lokvogel. 
17e eeuw.



Oehoe en vermoedelijk steenuil op een kruk. Beide uilen in de functie als lokvogel. 
17e eeuw.



Oehoe met steenuiltje op kruk in lokfunctie. Paarse trek en twee paarse boogjes in de hoekornamenten.  17e eeuw.

     Uilen met kleine zangvogeltjes rond hun kop

Kleine zangvogels als groepen vinken en mezen belagen overdag de ontdekte uil in hun territorium. Met luid opgewonden alarmgeroep proberen ze hem dan te verjagen. Op diverse tegels lijkt dat te zijn uitgebeeld. Het kan ook zijn dat het gaat om oehoe's en steenuiltjes die tegelijkertijd werden gebruikt om vogels te vangen/schieten. Geoefende vogelaars horen al van verre aan het opvallende concert van verschillende soorten (die normaliter niet echt bij elkaar zitten en alle tegelijk alarm slaan) dat er kennelijk een uil in het spel is. Het verjagen lukt meestal niet. De reden is dat ze gedurende de nacht gevaar lopen want uilen jagen ook op slapende zangvogels. De uil zit overdag soms strak tegen de stam van een boom aan zodat hij bijna niet te zien is. Maar ook kan b.v. de ransuil zich uitstekend verstoppen in flinke plukken dennennaalden zodat hij nauwelijks te vinden is. In de herfst en wintermaanden kan men soms een hele groep ransuilen van enkele stuks tot soms wel 20 of meer exemplaren aantreffen in één dennenboom. Dennenbomen zijn bij ransuilen favoriet want de winterharde naalden bieden dan de meeste bescherming. 



Oehoe op tak in blauw. Rechts op de tegel een lijmstok. 17e eeuw.



Oehoe op kruk met ludieke kleurtjes op zijn verenpak. 17e eeuw. Coll. E. van Drecht. 



Fantasieachtige Oehoe met steenuiltje op 
tak met bloemen. 17e eeuw.


Oehoe in gevangenschap



Oehoe op kruk in ludieke kleurstelling.
17e eeuw.





Oehoe
op kruk met aangelokte zangvogeltjes die op de twee lijmstokken met dwarslatjes afkomen op de achtergrond. Complete voorstelling.
17e eeuw.



Oehoe in kleine uitvoering op een tak zittend. 
Eind 17e eeuw.








 

Velduil op tegels



Randtegel met fantasie uil. Ludieke lichtgekleurde uil met de 
contouren van een velduil staande op een duinachtig grondje, 
de biotoop van een velduil.
17e eeuw.           


 Velduil opgezet

 

Tijl Uilenspiegel
Op de twee 17e eeuws tegels rechts staat een figuur met een uil op de kruk. De manspersoon op de tegel  is een nar waarvan ik niet kon verklaren waarom hij een uil op de kruk met zich meedroeg. Totdat een historicus mij vertelde dat de “nar” Tijl Uilenspiegel betreft uitgedost met naamsymbolen van een uil en spiegel.  Tijl Uilenspiegel leefde in de Middeleeuwen in Duitsland en was een legendarische deugniet en vrijbuiter, die iedereen voor de gek hield. Door zijn streken was hij zowel geliefd als gevreesd. Als een ware spiegel liet hij de mensen zien zoals ze werkelijk waren, met al hun eigenaardigheden, hun goede en slechte eigenschappen. Een oproerkraaier die alle regels en wetten aan zijn laars lapte, en daarmee juist de aandacht op alle geldende en onuitgesproken regels wist te vestigen. Iedere keer als hij weer zo’n streek uitgehaald had, met een voorkeur om dat bij de betere burgerij te doen, tekende hij een uil en spiegel op de deur van het huis met de woorden “hier was hij”.

Nieuw 10 augustus 2011

Nieuw 10 augustus 2011

 

 




Gesneuvelde kerkuil. Is omgekomen in "onze" jachthoogte.


Kerkuil. 'Slachtoffer in prikkeldraad'.

 



Fatale jachthoogte

Uilen en hun bijna ronde en zuiver witte eieren zijn streng beschermd in de vogelwet. U mag niet zomaar een gevonden dode uil, of zelfs een net gekocht opgezet exemplaar bij uw erkende preparateur over de openbare weg vervoeren. U dient daarvoor een speciale vergunning voor transport van een beschermde vogel aan te vragen bij de politie. Zelfs de erkende preparateur mag die C2 vergunning niet verstrekken, maar moet altijd beschermde vogels, die hij opzet,  voorzien van een ring met zijn speciale code. Een en ander neemt niet weg dat er toch veel slachtoffers vallen, vooral bij de kerkuilen, dat komt omdat zij veelvuldig en fanatiek jagen op de fatale hoogte van ca. 100 á 150 cm langs wegbermen van snelwegen. Dat is de reden dat wij regelmatig langs onze snelwegen dode kerkuilen kunnen vinden, want dat is immers ook onze 'jachthoogte'…  

Andere bedreigingen voor uilen zijn: een strenge winter, overbodig lawaai zoals luide muziek, de mens zelf met vangnetten en lijmstokken, spelende kinderen in hun bomen, prikkeldraad, onverwachte glaspanelen in tuinen en die van broeikassen, vuurwerk, het verkeer, hoogspanningsleidingen, giftige bestrijdingsmiddelen in hun prooidieren en grotere roofvogels.

 

Wimpertjes
Hoe komt het toch dat uilen echte blikvangers zijn?  Wel, het volgende is het geval; de meeste vogels hebben hun ogen aan de zijkant van hun kop zitten en hebben zodoende een groot blikveld. Bij uilen zitten beide ogen voor in de kop. Ze kunnen dus net als mensen met twee ogen naar een zelfde punt kijken waardoor ze heel goed de afstand tot de prooi kunnen inschatten om daarna razendsnel toe te kunnen slaan. Uilen kunnen bovendien hun pupillen niet bewegen en moeten dus hun hele kop naar en met het doel mee draaien. De zeer flexibele nekspieren maken het mogelijk de kop 270 graden te draaien zodat ze het object van hun aandacht toch volledig kunnen volgen. Na de uiterste stand bereikt te hebben, draaien ze de kop razendsnel terug om e.e.a. verder te kunnen volgen. Uilen hebben ook een derde ooglid, het knipvlies. Zo is de uilenkop een wonder van perfectie, aangepast aan natuurlijke functies en behoefte.

‘Blikvangers’ 
270 graden wendbaar



Uilen kunnen de  kop maar liefst 270 graden draaien. Bij deze 
bosuil is goed te zien dat hij prachtige wimpertjes heeft op 
zijn bovenste ooglid die ongetwijfeld bij zijn derde ooglid 
het ‘knipvlies’ horen.

 

‘Keerteenvoet’

Uilen zijn roofvogels, zij hebben grote en sterke klauwen met scherpe nagels en een vlijmscherpe haaksnavel. Ook hun poten zijn uitgerust met een mooie pluk sierlijk fijne veren om het geluid te dempen als zij hun poten naar voren strekken om een prooi onverwacht te vangen. Uilenpoten hebben een keerteenvoet, vier tenen waaronder één z.g. ’keerteen’ die zij naar believen naar voren of naar achteren kunnen bijdraaien, al naar gelang hun greep dat vereist. Niet elke vogel kan dat. Spechten kunnen dat b.v. ook omdat zij hun keerteen nodig hebben bij het klimmen en dalen. Bosuilen (maar ook andere uilensoorten) kunnen met name in de broedperiode met hun scherpe klauwen gevaarlijk zijn voor opdringerige mensen. Een engelse vogelfotograaf (Eric Hoskin) heeft ooit een oog verloren tijdens het fotograferen van een nest bosuilen met jongen.Zelf heb ik het ook ooit meegemaakt dat een in een holle knotwilg broedende bosuil in een uiterwaard langs de Hollandsche IJssel tussen Haastrecht en Hekendorp mij aanviel ter verdediging van de jongen.

 
Keerteenvoet van geringde kerkuil

 

Met dank aan de tegelvrienden die mij foto's van uilen op tegels hebben toegezonden. Bijzonder veel hulp, met name voor het redactionele deel, heb ik gehad  van een “tegelvriend uit Amsterdam", die ook uit zijn collectie door erkende preparateurs opgezette uilen toont. Zonder zijn enthousiaste inzet was veel extra informatie over uilen achterwege gebleven. 
Onderstaand nog meer foto's van uilentegels die zijn ingestuurd of ontdekt.

 

Nieuw 10 augustus 2011

Tegel met bosuil. 17e eeuw.

Nieuw 10 augustus 2011

Tegel met bosuil. 17e eeuw.

nieuw 1 februari 2012

Fantasie uil met de “oorpluimpjes” van een ransuil
 in een kwadraat. Omstreeks 1600



Ransuil op kruk in ludieke uitvoering.
17e eeuw.

Nieuw 30 januari 2012

Balustertegel met oehoe op de kruk.
17e eeuw


nieuw 1 februari 2012

Tegel met een fantasieachtige ransuil
Midden 17e eeuw.



Tegel met een oehoe.
20e eeuw. 


Nieuw 30 januari 2012


Tegel met oehoe op de kruk als postzegelkwadraat.
17e eeuw.

nieuw 1 februari 2012

Tegel met een uilachtige op de kruk zittend.
Eind 17e eeuw.


   
Ludieke ransuil op grondje in blauw met sterk menselijke uitdrukking 
in het masker. Als hoekornament een zeldzaam kwartlelierozet. 17e eeuw.


nieuw 1 februari 2012

Tegel met twee uilen uitgevoerd in cloisonétechniek.
20e eeuw. Porseleyne Fles Delft.

homepage

nieuwste vertellingen fotoboek landschappen zoeken foto's zoeken op trefwoorden auteur
natuur & landschap Reeuwijkse Plassen weidevogels cultuurhistorie jeugdverhalen