Spechten op tegels

Speuren naar Spechten  

De Grote bonte, de Middelste bonte, de Kleine Bonte Specht, de Groene Specht en de Zwarte Specht op antieke tegels.

Inderdaad, het is speuren naar spechten op tegels. Nog minder komen zij op tegels voor dan ijsvogels en uilen, maar ze zijn er wel, meestal verstopt tussen andere vogels. Ook in de natuur is de specht niet makkelijk te ontdekken. Dit is echter geen reden voor de redactie van www.groenehartvertellingen.nl om deze vogels dan maar links te laten liggen omdat zij U graag naast de algemene soorten, ook de aanwezigheid van bijzondere soorten wil tonen in fraaie foto’s en in tekst en uitleg over tegels. 
Het is zaak om tegels met spechten te herkennen aan vooral hun contouren, want ook hier is de kleurstelling zeer creatief toegepast. Niet zo vreemd, want een aantal in Nederland voorkomende spechten als de Grote Bonte Specht, de Middelste Bonte Specht en de Kleine Bonte Specht samen met de Zwarte Specht
hebben de kleuren zwart, wit en rood in hun verenpak. Nu kan het wit nog uitgespaard worden, maar zwart, rood en goud zijn kleuren die in de zestiende en zeventiende eeuw nog niet in de gangbare kleurstellingen op tegels haalbaar waren zonder het productieproces af te remmen en aan gevaar van mislukken bloot te stellen.

Pas rond 1700 en later, werden rood en goud gebruikt in een “moffeltechniek.” Rood en goud, hadden een lagere temperatuur nodig in een extra derde bakproces, het zogenaamde “klein vuur” van 750 – 900 graden. De andere kleuren smolten pas op 1000 graden en zouden dan het tevens toegepaste rood of goud geheel zwart blakeren. Voor die enkele specht tussen de vele andere afbeeldingen nam men dan ook niet de moeite daar een poging toe te doen. Men zal dan blauw gebruikt hebben voor de contourweergave van de vogels, waardoor alles wat eigenlijk zwart moest zijn eveneens blauw werd. Door die verkeerde kleurstelling ontstond een vertekend beeld waardoor deze fraaie vogels op tegels op hun kleur moeilijk konden worden herkend. Dit kan tevens de reden zijn waarom spechten niet zo vaak op tegels zijn afgebeeld. Schilders konden hun creatieve kwaliteiten immers niet geheel kwijt door het toen nog beperkte kleurenpallet.


Laat 16e eeuwse tegel met de afbeelding van een spechtachtige vogel.

Stuur uw Specht

U mag dan ook op korte termijn geen groot aantal antieke tegels met spechten op de website verwachten. Misschien dat er later wat meer komen binnen vliegen die hier dan aanvullend getoond zullen worden. Dit is echter geen reden om niet alvast te starten met het vertellen van hun verhaal en daarmee de 'spechtentoon' te zetten. Misschien gaat u dan aan de hand van de gegevens en afbeeldingen wat scherper op mogelijke spechten op uw en andere tegels letten. Mocht u wel een afbeelding van een (vermeende) specht op tegels hebben, dan willen wij die graag alsnog van u ontvangen om ze op deze site ook aan de andere lezers te kunnen laten zien. Stuur uw vondsten dus in de vorm van een digitale foto s.v.p. naar ons toe via:   freek@groenehartvertellingen.nl 


Opgezette Nederlandse spechten tegen een decor van twee tegelnisjes gemaakt van tegels uit ca. 1670 in een ontwerp uit 1970.

 

Stevig en Stoer

Gelukkig geeft de karakteristieke contour van de enkele wél als specht bedoelde en geslaagde afbeelding ons een duidelijke aanwijzing. Hij staat er dan zelfs stevig en stoer op met een krachtige haksnavel van de juiste lengte en een stevige borstomvang met sterke korte klimpootjes.  Maar niet altijd werden deze aspecten ook daadwerkelijk zo uitgevoerd en was er vaak sprake van zelfs een sterk vertekend beeld van zijn contouren, men maakte dan b.v. een slanke vogel, met een lange snavel. Opvallend genoeg is ons nog geen enkele antieke tegel bekend waarop de specht in zijn typische zithouding, gewoon verticaal tegen de stam van een boom, speurend naar insecten, is afgebeeld. Mogelijk lopen we wel de kans dit bij de meer jongere tegels aan te treffen. Ze zijn dan wellicht zittend op de grond, iets wat spechten ook doen, of op een tak horizontaal afgebeeld naar een gravure van Adriaen Collaert. Dat maakt het snel herkennen nog moeilijker omdat ze dan verdwijnen tussen de vele andere horizontaal zittende vogels op de tegels. Tijd dus om ze eens met wat meer ornithologische soortenkennis en tevens kennis van de (penseel) streken van de schilders nader te gaan bekijken. Met de over het algemeen in bijna de hele 17e eeuw op vogeltegels gehanteerde nogal ludieke en soms wilde kleurstelling, meenden de schilders ook zonder het gebruik van rood en zwart het beeld van een specht wel te kunnen benaderen. Om 'hun specht' dan toch herkenbaar te houden veroorloofde men zich soms erg creatieve oplossingen door bepaalde kenmerken wat meer, of zelfs veel meer te accentueren. Dat resulteerde b.v. in een extra ludiek nekkuifje of een veel langere staart. Die opmerkelijke weergave van die ’ludieke of creatieve spechtachtigen’ zullen hier dan óók getoond worden. Overigens kan een Groene Specht tijdens zijn imponeringsgedrag wel degelijk een aardige kuif opzetten!


Ludieke Groene Specht met kuifje tijdens imponeringsgedrag. Datering ca. 1910

De Groene Specht op Tegels

De vijfde in Nederland voorkomende spechtensoort, de Groene Specht, zullen we iets vaker op tegels kunnen aantreffen. Met name aan het einde van de achttiende eeuw tot op heden. Dat komt omdat de Groene Specht met zijn fraaie kleuren als geel en groen met rood, in die tijd wel zoveel mogelijk natuurgetrouw kon worden weergegeven. Rood was in de latere eeuwen op tegels wel beschikbaar en geel, oranje, blauw, groen en paars waren eveneens algemeen voorhanden. Het mooie zwart wat de Groene Specht ook een weinig aan de kop, de grote slagpennen en aan zijn staartuiteinde heeft werd en wordt nog wel steeds in blauw weergegeven. Ook van de Groene Specht in zijn karakteristieke houding tegen een boomstam is ons nog geen antieke tegel bekend. Daarnaast zijn de tegelafbeeldingen van een Groene Specht horizontaal zittend op een grondje of lage tak naar de prent van Adriaen Collaert feitelijk ook zeer juist. De Groene Specht zit namelijk nog regelmatiger op de grond dan andere spechten, scharrelend en in mierenhopen speurend naar die heerlijke bosmieren. Hij steekt dan zijn lange kleverige tong van minstens 10 cm. met aan het einde zoiets als een klein 'lepeltje' in de vette en ranzige mierenhoop en voorziet zich op deze wijze van voedsel. Net zoals uw kinderen dat ook doen bij het oplikken van de expres gemorste hagelslagkorreltjes op hun bordje als moeder even niet oplet. 

              

 


                
De Groene Specht en de Zwarte Specht geplaatst in een ontwerp van twee tegelnisjes uit 1970

 



Spechtachtige vogel  op een tak. Datering: 2e helft 17e eeuw



Spechtachtige vogel. Datering: 1e helft 17e eeuw

 

Sprekende Spechten en Spechtentaal

Over de hele wereld komen 218 soorten in de familie der spechten voor

De Zwarte Specht heeft als enige spechtensoort een vrij rechtlijnige vlucht welke lijkt op die van een kraai, maar dan wel met een ver uitgestoken kop tijdens het vliegen. Alle andere soorten spechten in Nederland zijn op grote afstand te herkennen aan hun golvende vlucht waarbij zij meestal zoals bij de Grote Bonte Specht, ook hun geluid laten horen. Regelmatig komt het voor dat ik op straat met iemand sta te praten en opeens op de achtergrond een Grote Bonte Specht hoor overkomen. Tijdens dat gesprek trekt dan het plotselinge karakteristieke en heldere‘tsjik’ mijn aandacht. Ik weet dan dat hij weer op weg is naar een andere boom. Om de een of andere onverklaarbare reden geeft mij dat steeds weer een blij, rijk en gelukkig gevoel.

Klu-Klu-Klu-Klu’

Spechten hakken slaap en nestholen uit, daarnaast roffelen ze er lustig op los maar niet zomaar. Want die klop, hak, trommel en roffelgeluiden met minieme verschillen zijn wel degelijk 'spechtentaal'. Zo babbelen ze met andere soortgenoten, markeren met het geluid hun territorium en geven ze b.v. aan waar ze hun slaap- en nestplaatsen hebben. Ook bij de keuze van de nestplaats en bij de aflossing van het broeden, geeft de specht zijn klopsignalen. Met zijn drumkwaliteiten verleidt een mannetje een wijfje. Anders dan bij de mens, begint hier het gehakketak al vóór het huwelijk. Hoe mooier roffel hij ten gehore kan brengen, hoe sneller hij van de straat is. De Groene Specht heeft zeker voor zijn grootte, de zachtste roffel, in slechts 1,2 seconden telt hij ongeveer 20 tot 30 slagen tegen de stam, dat is zo snel dat je zijn kop bijna niet ziet bewegen. De luidde- enigszins in toonhoogte afdalende schaterlach 'klu-klu-klu-klu'  (4 keer) van de Groene en de Zwarte Specht klinken door bos en veld, waarbij de laatste is te herkennen aan de langere vocale aanloop die hij  nodig heeft.

Goede Timmerman

Voor snelle hakresultaten hebben nagenoeg alle spechten de voorkeur voor wat zachtere houtsoorten, of zachtere zieke plekken in gezonde bomen. Toch gebeurt het ook regelmatig dat spechten in een volmaakte gezonde boom of zelfs in een scheepsmast (!) een gat hakken. Maar zeker in dood en verrot hout, dode bomen zijn favoriet en vaak voorzien van meerdere spechtengaten aan alle kanten. De Grote Bonte Specht begint een aantal verschillende gaten te hakken voor hij er één uitkiest om in te gaan nestelen. Aan een slaapplaats werkt de Groene Specht gewoonlijk zo'n 14 dagen. Aan een nestplaats werken beide aanstaande ouders bijna een maand. De vrij grote nestgaten van de Zwarte Specht zijn overigens te herkennen aan hun sterke ovale vorm. Nestplaatsen van spechten zijn ook veel dieper dan een rustplaats voor de nacht en gaan meestal tot wel 30 cm diep naar beneden waarbij enkele uitgehakte spaanders de vloerbedekking van de grotere nestkom vormen. Nestkastjes maken voor spechten geeft, op een enkele veilige overnachting na, nagenoeg geen broedresultaten want het maken van een nest is onderdeel van het baltsgedrag. Overigens willen spechten nogal eens de vliegopening van de voor andere kleine zangvogels bedoelde nestkastjes eigenhandig vergroten. Dat is de reden dat u soms rond die vliegopening een zinken plaatje kan zien door de maker van het nestkastje aangebracht om spechten te weren. Tussen al het gehakketak door, is deze nijvere drummer als een gediplomeerde klopgeest de vrouwtjes aan het optrommelen die zich dan al snel laten zien. Want: waar vind je tegenwoordig nog een goede timmerman … ?

Het Super Snelle Spelletje van de Specht

Vergevorderde vogelkenners kunnen aan de lengte van de roffel horen met welke soort specht zij te maken hebben. Gelukkig maar, want zodra de specht hen in de gaten krijgt verplaatst hij zich super snel naar de achterkant van de stam zodat hij ongezien blijft. Inderdaad, blijft (!) Want draai je mee om de stam in een poging om hem te zien dan draait de rakker ook weer heel snel mee. Dat is het super snelle spelletje van de specht. De beste kans om hem te fotograferen zonder belemmering van veel takken met bladeren is dan ook vaak bij zijn uitgehakte nest, dat is dan ook de reden dat op vele spechtenfoto’s tevens zijn nest is te zien. En met die mooie foto’s moeten we het dan maar doen want op tegels ben ik deze situatie helaas nog niet tegengekomen.

Sperwer en Specht

De Grote Bonte Specht heeft met name in de steden maar ook daarbuiten, de laatste 30 jaar een heel bijzondere vijand gekregen. Dat is de oorspronkelijk uit India afkomstige Halsbandparkiet die ooit als kooivogel ontsnapte maar vermoedelijk ook wel opzettelijk werd uitgezet. Deze soort heeft zich met vele duizenden weten te handhaven in het vaak koude en natte Nederland, een domesticering die wellicht ook het gevolg is van de gestaag voortschrijdende klimaatverandering. De Halsbandparkiet is ook een holenbroeder en verjaagt met name de Grote Bonte Specht uit de door hem gehakte slaap of nestholen. Desondanks geeft de toegenomen populatie van de Grote Bonte Specht niet aan dat zij gebukt gaat onder de toegenomen bezitsdrang van de felle Halsbandparkiet. Andere mededingers kunnen ook spreeuwen zijn die het spechtennest in bezit willen nemen. Zelf kan de specht ten prooi vallen aan roofvogels waaronder de overdag jagende uilen of de slechtvalk die hem in zijn vlucht grijpt. Maar het zijn bovenal de felle sperwer in de steden, of de havik in de bossen die er niet voor terugdeinzen om de op een boomstam hamerende specht plotseling in zijn nekvel te grijpen. Geen leuk einde voor de vriendelijke en altijd hardwerkende specht. Een hoopje herkenbare geplukte veren wijst dan op het kleine drama wat zich aan de soort heeft voltrokken. Geen voorpagina nieuws, maar de fabeltjeskrant verhaalde immers al: "Da’s vuil, zei de uil, dat kén zei de hen, da’s slecht zei de specht…" En zo is dat!

Klimhaken en Ogen

De tenen van een specht zijn echte klimhaken. Ook zij hebben net als de uilen een keerteenvoet. De buitenste van zijn vier tenen aan elke voet kan al naar gelang de noodzaak naar beneden of naar boven worden gericht. Dat maakt spechten tot behendige klimmers. Spechtenstaarten bestaan uit harde en stugge veren die hem dienen als onmisbare steun tegen de stam. Bij de rui wisselt het middelste paar staartpennen het laatst, zodat de specht nooit zonder dit zeer belangrijke ruggensteuntje hoeft te 'zitten.' Nagenoeg altijd wordt er naar boven geklommen. Dalen met de kop naar beneden gebeurt hoogst zelden of eigenlijk niet. Dat kan alleen de boomklever want zelfs het zeer bewegelijke boomkruipertje daalt niet af met de kop naar beneden langs de stam, maar vliegt op zijn hoogste punt aangekomen terug naar beneden om opnieuw zijn speurtocht naar insecten te beginnen. De specht doet dat ook wel eens, maar meestal laat hij zich deftig en plechtig rechtstandig naar beneden zakken, stevig steunend op zijn staart, dan weer een beetje naar links en dan weer een beetje naar rechts langs de stam 'hippend', onderweg nog steeds zoekend naar insecten. Er is een kleine uitzondering, enkel om van de bovenkant af snel zijn hol binnen te glippen hangt hij soms daarbij kort met het hoofd naar beneden. Behendig over dikke takken kruipen hoort ook bij zijn gedrag. De Grote Bonte, de Middelste Bonte en de Kleine Bonte Specht hebben geheel zwarte kraaloogjes met een vleugje bruin. Opvallend bij de verder geheel Zwarte Specht is naast de helder rode kruin van het mannetje zijn wat eng aandoende spierwitte ogen met een zwarte pupil. Preparateurs hebben op hun kaart met kunstogen deze witte ogen in voorraad, speciaal voor het opzetten van de Zwarte Specht. De Groene Specht heeft gele ogen met eveneens een zwarte pupil.

Kopzorgen

Het hakken in een stam gebeurt met stevige slagen en met grote snelheid. Het zal dus duidelijk zijn dat de spechtenkop over degelijke schokdempers moet kunnen beschikken. Pas uit recente onderzoekingen weten we hoe dat in elkaar zit. De tussenwand tussen de ogen is bij de spechten ”verbeend” en het voorhoofdsbeen is boven de snavel versterkt met “beenbalkjes.” Enkele schedelspieren zijn vastgehecht aan de snavel én aan het kaakgewricht en zijn zo sterk ontwikkeld dat zij de stoot van de snavelslag op het juiste moment opvangen. De snavel zelf is verstevigd met hoornen lijsten. De heen en weer gaande beweging van het slaan op de boombast, wordt door die speciale spieren en door het kraakbeen omgezet in een draaiende beweging. Met deze unieke constructie wordt de terugslag gereduceerd en bereiken alleen nog enkele zachte trillingen de hersenen waar de specht verder geen kopzorgen over heeft.

Baby Pap en Mam

De broedtijd loopt van eind april tot juni en jaarlijks wordt er slechts één broedsel grootgebracht. Het wijfje legt vijf tot zeven glanzend witte eieren en broedt deze gedurende 14 tot 19 dagen uit. Alle spechten hebben witte eieren. Aanstaande pap en mam verdelen de taken, want zij lossen elkaar af bij het broeden. Ook zorgen beiden voor het voeden van de jongen die na 18 tot 21 dagen uitvliegen maar er ook weer in het nest terugkeren om te overnachten. Na het uitvliegen blijven de jongen nog één tot anderhalve week bij hun ouders maar moeten daarna volledig op eigen pootjes kunnen staan. Ver zwerven ze echter niet weg. Vooral de Groene Specht is nogal honkvast. Ze blijven meestal in de buurt wonen waar ze geboren zijn en ook mam en pap blijven trouw aan hun nestomgeving. De jongen worden gevoed met een speciale insectenpap. De ouders vangen tientallen insecten die ze in hun krop bewaren. Daar wordt die massa dan omgezet in een witte brei, het ideale papje voor babyspechten.

Als de Groene Specht in de boomschors op jacht gaat naar insectenlarven hamert hij er enkele malen flink op los waarna hij zich snel verplaatst naar de andere kant van de stam om de 'opgetrommelde' larven daarna bij verrassing op te pikken. Vroeger dacht men dat hij daar ging kijken om te zien of hij er al doorheen had gehakt en een latere theorie zei toen dat hij zich zo vlug verplaatste omdat hij gedurende het kloppen niet had kunnen zien of er gevaar achter hem dreigde.

Deze mooie, nuttige en noeste vogels zijn harde werkers, altijd maar ploeteren om te overleven, altijd maar timmeren en hakken, eten en broeden met alle ouderzorg van dien. De oude Romeinen hebben de specht gewijd aan hun oorlogsgod Mars wegens zijn krachtig hameren. Spechten laten hun schoonheid, nut en functie zien in het landschap wat zonder hen niet compleet zou zijn. Wij kunnen de spechten niet missen, hun sierlijke vlucht, hun markante roep die bekend staat als de 'spechtenlach' en hun kenmerkende geklop maakt het allemaal compleet. Zonder al deze kwaliteiten en schoonheden, klopt er niets meer.



Ludieke specht zittend op een bloem. Datering: 1e helft 17e eeuw



Nog een ludieke specht zittend op bladeren.
Datering: ca. 1650



Een andere  ludieke specht zittend op een veldje.
Datering: ca. 1650

 



Spechtachtige vogel  op een spijker. Gouda De Swaen. 
Datering: 1e helft 17e eeuw. 



Spechtachtige vogel op een spijker. Gouda De Swaen. 
Datering: 1e helft 17e eeuw.

 

 


Grote bonte specht gefotografeerd op de tak van een zwarte els waarvan de elzenkatjes al bijna bloeien.

In Nederland voorkomende Spechtensoorten

De Grote Bonte Specht (Dendrocopos major)

Lengte 23 tot 26 cm. Komt voor in loofbossen, naaldbossen, steden en parken. Hakt zijn nest drie meter of meer boven de grond uit. Aantal broedparen in Nederland: 50.000 tot 60.000. De bovenzijde is zwart met witte strepen gebandeerd en twee grote witte schoudervlekken. De onderzijde is wit met helder rode broekveren. Het achterhoofd van het mannetje heeft een helder rode vlek, het vrouwtje heeft die niet. Het is de meest voorkomende spechtensoort in Nederland die het ook niet schuwt om zich in tuinen te laten zien op voedertafels en vetbollen. Hij eet ook graag zaden en bessen. Aardig om te zien is hoe deze spechten een dennenappel tussen een vorktak of in een holletje klemmen en daar dan eens rustig van gaan genieten op zoek naar insecten, die zogenaamde ‘spechtensmidse’ kan men dan soms vinden.

De Middelste Bonte Specht (Dendrocopos medius)

Lengte 19 tot 22 cm. Deze zeldzame soort komt voor in weelderige loofbossen in het zuiden van Nederland en is al gezien in Brabant en Twente. Aantal broedparen: minder dan 10 (!) Maar er is sprake van een toename van deze soort want door verandering van het bosbeleid is er meer dood hout van omgevallen bomen beschikbaar. Hij hakt zijn nestholte bij voorkeur uit in schuin naar bovenstaande dikke takken. Hij lijkt op de Grote Bonte Specht, maar er zijn naast zijn kleiner formaat ook andere kleine verschillen zoals een iets kortere snavel. Ook zijn rug is zwart, met witte banderingen wit gestreept met twee grote witte schoudervlekken. Bij een snelle waarneming valt dit 'dambordpatroon' sterk op. Zijn kruin is geheel helder rood en loopt bij het mannetje wat verder door in de nek dan bij het vrouwtje. Om het rood aan de kop is geen zwarte smalle afzetting. Zijn crèmekleurige buikje en flanken zijn lichtelijk gestreept. De Middelste Bonte Specht eet vruchten, zaden en insecten die niet alleen op of onder het hout vandaan worden gehakt, maar hij eet ook insecten van takken en bladeren af. Ook boomsappen staan bij deze lekkerbek op het menu.

De Kleine Bonte Specht (Dendrocopos minor)

Lengte 14 tot 16,5 cm. Is de kleinste van de drie soorten bonte spechten die in Nederland en  België voorkomen, hij is iets groter dan een spreeuw en daarmee ook de kleinste Europese specht. Hij komt voor in loof en naaldbossen, broedt ook dikwijls in boomgaarden en tuinen, wat minder in de steden maar wat meer in parklandschappen en riviervalleien. Aantal broedparen in Nederland ongeveer 5000. De bovenzijde is zwart met enkel een witte bandering op de rug. De grote witte ovale schoudervlekken zoals de Grote Bonte en de Middelste Bonte Specht die heeft, ontbreken bij de Kleine Bonte Specht. De stuit of broekveren zijn bij de Kleine Bonte Specht niet rood gekleurd, hij heeft een grijsgelige onderkant en voorhoofd. Het mannetje heeft een flinke rode kruin met een dunne zwarte rand, het vrouwtje heeft slechts een grijsgelige vlek op het voorhoofd die verder zwart is op de kruin en overloopt in het zwart op de rug. Tijdens de balts kunnen we beide echtlieden op een tak zien, verliefd en stevig tegen elkaar aangedrukt. De Kleine Bonte Specht foerageert zowel op de stam van een boom, alsook op de zijtakken en de nog dunnere twijgjes. Hij eet alleen insecten in tegenstelling tot zijn andere twee familieleden. In de winter zwerft hij graag rond in gezelschap van groepen mezen.

De Groene Specht (Picus viridis)

Lengte 30 tot 35 cm. Spanwijdte 40 tot 42 cm. Komt voor in gemengde bossen, maar is ook te zien aan de rand van steden zoals in villawijken met veel bomen en op sportvelden en tuincomplexen. Vaak zittend op de grond met krachtige sprongen rondhippend op zoek naar zijn belangrijkste voedsel, de mieren. Ook zou hij soms bijenkorven plunderen, dan moet je je voedselbron toch wel 'op een prikje' kennen maar daar is hij blijkbaar ook tegen bestand. Aantal broedparen in Nederland: ongeveer 5000. De bovenzijde is mooi olijfgroen van kleur, de onderzijde is lichtergroen met gelige stuitveren. De kruin is helderrood met een zwart gebied rond het oog. Het mannetje heeft een rode met zwart omzoomde snorstreep, bij het vrouwtje is dat geheel zwart. De poten en snavel zijn loodgrijs. De roep van de Groene Specht is een van de kenmerkendste in de vogelwereld, een luid lachend kluu kluu kluu kluu 4 x kort achtereen wat direct op volle sterkte is en waarmee de vogel ook zijn territorium afbakent. In afwijking van zijn grotere neef de Zwarte Specht, die eerst een vocaal aanloopje moet nemen maar verder bijna hetzelfde geluid maakt. De Groene Specht beweegt zich makkelijker en vaker op de grond dan de andere spechtensoorten en roffelt misschien daardoor minder op bomen dan zijn familie. Door het verdwijnen van hoogstammige fruitbomen gaat de soort in aantal erg achteruit. De Groene Specht staat dan ook op de rode lijst als extra beschermde vogel.

De Zwarte Specht (Dryocopus martius)

Lengte 42 tot 48 cm. en is daarmee de grootste specht van Europa. Hij komt voor in loof en naaldbossen. In tegenstelling tot de andere spechten die alle een golvende vlucht vertonen vliegt de Zwarte Specht in vrijwel rechte lijn met de kop ver naar voren gestoken. Aantal broedparen 1500 tot 2500 maar mogelijk inmiddels al iets meer naar de 3000. Het mannetje is geheel zwart met een helderrode kruin en witte ogen en beide hebben loodgrijze poten en snavel. Zij heeft enkel een helder rode vlek op het achterhoofd. De Zwarte Specht is een geheimzinnige en schuwe bosvogel met een teruggetrokken levenswijze. Ook zijn luidde roep welke plotseling maar met een 'aanloopje' door het stille bos kan galmen draagt aan zijn geheimzinnigheid bij. De Zwarte Specht hakt elk jaar een nieuwe ovale nestholte uit in dikke loofbomen, zijn voorkeur gaat uit naar beuken, maar ook sparren en grove dennen. Zo voorziet hij in vrij grote holtes waar later andere dieren en vogels graag gebruik van maken zoals zelfs bosuil, boommarters en eekhoorns. Alle anderen spechten maken een kleiner rond gat in de stam. Zwarte Spechten eten vooral graag houtmieren die leven onder de bast van dode bomen. Op zoek naar houtmieren hakt hij dikwijls enorme gaten in oude reeds aangetaste stammen. Geen houtmieren, geen Zwarte Spechten! De roffel van de Zwarte Specht is zwaarder en langzamer dan die van andere spechten.

Enkele zeldzame in Nederland voorkomende spechten hebben we hier buiten beschouwing gelaten. Zo is de Draaihals ook een lid van de spechtenfamilie die wel degelijk voorkomt in ons land. De Grijskopspecht, de Drieteenspecht en de Witrugspecht van over onze grenzen kunnen als zeer zeldzame dwaalgasten aangemerkt worden.

 

 



Creatieve Groene Specht.  Ca. 1910



Creatieve Zwarte Specht met opgezet kuifje in baltsgedrag. Ca. 1910


          
Grote bonte specht op stam van boom. Tegel is afkomstig uit voormalig Tjechoslowakije en is gemaakt in het 1e kwart van de 20e eeuw. Vervaardigd door H. Roesink naar een olieverfschilderij van Horni Briza. 


  
Grote bonte specht op een boomstronk. Tegel is recentelijk vervaardigd in Harlingen bij Oswald

Dankwoord
Veel hulp bij het schrijven van dit verhaal heb ik gehad van een “enthousiaste tegelvriend uit Amsterdam”, die ook uit zijn collectie door erkende preparateurs opgezette spechten toont. De ontwerpen uit 1970 van de getoonde tegelnisjes zijn eveneens afkomstig uit dezelfde collectie. Ook nu weer zijn door verschillende verzamelaars foto's beschikbaar gesteld van spechten op tegels.

startpagina

vertellingen antieke tegels fotoboek antieke tegels vertellingen kleipijpen fotoboek kleipijpen auteur