24 Maart 2015       Handwerk verdwijnt meer en meer in het agrarische boerenbedrijf. 
Een verhaal over aansprekende streekfiguren.

Herman de Man was een bekende schrijver die opgroeide in de Lopikerwaard en omgeving. Veel van zijn romans zijn gesitueerd in en rond plaatsen in het deel van het Groene Hart, waar hij opgroeide. Zijn streekverhalen speelden zich met name af rond het agrarische leven. Hij wist de bedrukkende, verbeten sfeer van het calvinistische boerenleven dat zich rond de oevers van de IJssel en Lek afspeelde zeer realistisch weer te geven. In zijn boeken speelden met name personen uit de agrarische wereld een belangrijke rol. Met als hoofdrolspelers welgestelde boeren, keuterboertjes, kooikers, griendwerkers, vissers, broodjagers, boerenhulpen en daggelders die allemaal een ding gemeen hadden. Het boerenleven was een hard bestaan, en zeker voor de boerenknechten. Vrijwel al het werk werd in die tijd nog in handkracht uitgevoerd. 

De moderne landbouw kent veel minder handwerk dan vroeger het geval was. Een groot deel van de agrarische landbouw wordt tegenwoordig uitgevoerd door- of met de hulp van machines. Nog tot aan de 60-er jaren van de vorige eeuw lag dat totaal anders. Hoewel er toen ook al vooruitstrevende boeren waren die een groot deel van het werk machinaal uitvoerden deed een fors aantal boeren het boerenbedrijf nog steeds op de traditionele ouderwetse wijze. Daar hoorde nog steeds een flink deel handwerk bij. Dat ligt inmiddels grotendeels achter ons. Veel kleine boerenbedrijfjes hebben de landbouwkundige ontwikkelingen niet overleefd en zijn gestopt. Wat overblijft zijn
steeds grotere boerenbedrijven die in oppervlakte fors zijn gegroeid door de overname van gronden van boeren die stopten, of door het uitvoeren van ruilverkavelingen waardoor gronden konden worden uitgeruild en er veel efficiŽnter geboerd kon worden. Boerenbedrijven met 200-300 melkkoeien zijn inmiddels ook in het Groene Hart van West-Nederland geen zeldzaamheid meer. De koeien worden gemolken met robots en landbouwwerkzaamheden als bemesting en kuilgraswinning worden door gespecialiseerde loonbedrijven uitgevoerd omdat dit goedkoper is dan het zelf te doen.


Het vroegere handwerk wordt steeds meer door machines gedaan.

De moderne manier van het bedrijven van landbouw. Het injecteren van grasland met drijfmest. Het gebeurt al vroeg in het voorjaar met als doel om het gewas al vroeg (eind april/half mei) te kunnen oogsten.

Er bestaan nog steeds mensen die al die modernisering aan zich voorbij laten gaan en hun (voormalige) agrarische werk nog steeds uitvoeren zoals ze het vroeger ook deden n.l. in handkracht. Voor de meesten is het hun echte beroep niet meer omdat ze wat ouder dan wel gepensioneerd zijn, of ze  doen het uit hobby.  Onderstaand een fotoserie met een paar streekfiguren aan het werk. 



       In het Kager Plassengebied, gelegen tussen Rijpwetering en Warmond, 
liggen verschillende eilanden die alleen maar per boot of particuliere pont te bereiken zijn. 
Dat geeft soms een heel gedoe om voedsel en/of strooisel voor het vee op de boerderij te krijgen. 
200 balen stro waren met een vrachtwagen aangevoerd. Er moest dus heel wat keren heen en weer gevaren 
worden om die balen bij de boerderij te krijgen. 

 



Het uitbaggeren van sloten gebeurde vroeger vooral door boerenhulpen en daggelders. 
In de winterperiode baggerden zij met een baggerbeugel vanaf de slootkant een staal bagger. Brede sloten 
werden gebaggerd via een schouw. Eerst werd de bagger in een schouw gedeponeerd en vervolgens werd de 
bagger met een hoosschop op een staal langs de slootkant gezet om te drogen. Later werd de bagger gemengd 
met mest en die werd daarna per kruiwagen over het grasland uitgereden.


De schouw zit op deze foto nog niet erg vol met bagger.
 

Foto links: De schouw is inmiddels  volledig  vol getrokken met bagger bijna tot zinkens toe.
Foto rechts: De schouw is vol gebaggerd en wordt gevaren naar een oever alwaar de slappe bagger 
met behulp van een hoosschop op de oever wordt aangebracht.


Detail van de schouwrand die inmiddels meer dan vol zit met bagger en toch nog boven water blijft.

 



Nog een paar plaatjes van het vol baggeren van de schouw.


De bagger wordt met een hoosschop op de kant gegooid.

 



Kees Verkaik aan het baggeren met de baggerbeugel. Naast het baggeren
met de beugel bestaan de dagelijkse werkzaamheden van Kees onder meer uit riet snijden 
met de hand,het afzetten van knotwilgen en nog veel meer handwerk. Kees is ook actief op 
het gebied van het tonen van de geschiedenis  van het oude Reeuwijkse jachtbedrijf waaronder 
het maken van lokeenden. Hij heeft soms zelfs workshops en stelt zijn antieke gebruiksvoorwerpen 
beschikbaar voor exposities en jaarmarkten omtrent het oude beroep van jacht, visserij en turfwinning.

   
Kees Verkaik bezig met zijn verzameling lokeenden die hij her en der van jagers heeft gekregen, die 
met jagen zijn gestopt. Het betreft de eenden- en ganzenjacht. Foto links: een 2-tal (lok)eenden 
gemaakt van kurk bedoeld voor de traditionele Reeuwijkse eendenjacht. Foto rechts: lokeenden 
van kunststof  waaronder slobeenden (die overigens nu niet meer geschoten mogen worden).
 
Vroeger was de eendenjacht toegestaan als je een hectare water bezat. Daar mocht je dan een schiethut op hebben. 
Dat is nu anders. Je moet nu een aaneengesloten oppervlakte beheren of in eigendom hebben van 40 hectare water. 
Dan pas mag je met maximaal twee (drijvende en verplaatsbare) hutten op die oppervlakte op eenden jagen. 
Niet op alle eenden overigens want de meeste soorten zijn inmiddels beschermd.


      
Kees Verkaik demonstreert het maken van een lokeend voor de jacht.
Foto rechts: een wintertaling (kunststof-exemplaar) gebruikt voor de jacht (in Frankrijk).


   
Kees Verkaik demonstreert een baggernet wat ooit werd gebruikt voor turfwinning of het schonen van sloten als 
er een modderlaag in was ontstaan. Kees bezit een uitgebreide verzameling van baggernetten en andere gereedschappen 
die gebruikt werden in de landbouw en het vervenen van de Reeuwijkse Plassen.
Op de foto rechts demonstreert Kees hoe een net wordt gebreid om vis te vangen.

 


Streekfiguren (als je wat ouder wordt zijn we het allemaal).
Ik heb er op internet flink naar gezocht naar wat nu precies de eigenschappen zijn om als  streekfiguur aangemerkt te worden kon ik niet vinden. Dus doe ik nu vanuit mijn eigen ervaringen een poging om de belangrijkste kenmerken van streekfiguren weer te geven.

De meesten die ik denk te kennen en aan de voorwaarde voldoen zijn al ruim de 50 gepasseerd. Een belangrijk kenmerk bij deze figuren, maar niet bij allemaal, is dat ze niet zoveel behoefte hebben aan  de huidige  opdringerige globaliserende wereld. Die laten ze graag aan zich voorbij gaan en verdringen het ook zoveel als mogelijk is door zich te concentreren op de leuke kanten van het buitenleven die zij belangrijk vinden in hun leven. Een ander kenmerk van een aantal streekfiguren is, dat ze niet erg veel of in ieder geval minder  behoefte hebben om constant een mobieltje bij zich te hebben. Twitter en facebook zijn al helemaal niet aan de orde. Sommigen werken zelfs nog liever met rooksignalen om met elkaar te communiceren. Nou ja, dat is wel een beetje overdreven.
Enkelen hebben wel internet maar de kennis ervan loopt meestal via moeders de vrouw. Zij zijn vooral gelukkig met hun (primitieve) ambachtelijke bestaan zonder al te veel rompslomp van maatschappelijke bemoeienis. Nog een belangrijk kenmerk is het getaande uiterlijk van streekfiguren. Door hun dagelijkse langdurige buitenverblijf is de huid wat meer bruin-rossig getint en wat opvalt is dat de al wat oudere streekfiguren flink wat rivierloopachtige groeven op hun gelaat gaan vertonen. Trouwens over het gelaat; dat herken ik ook bij mezelf. 

Verheugend dat ik het nog mee kan maken want de echte streekfiguren verdwijnen in snel tempo uit het landschap. Er lopen nu nog in het Groene Hart bij  Gouda-Reeuwijk tal van personen rond die vanuit de door mij aangegeven kenmerken te rekenen zijn tot de categorie "streekfiguren". Het betreft echter niet alleen personen uit de agrarische sector, maar ook personen vanuit andere vak- en hobbygebieden waaronder het beperkte wereldje van (enthousiaste) maar bloedfanatieke vogelaars. We mogen ook die lieden langzaam maar zeker tot streekfiguren rekenen. 

Onderstaand een fotoserie van een paar "streekfiguren", tevens goede vrienden van mij, streekfiguur

 



Cees van der Starre.
Zet zich al vele jaren in voor agrarisch (weidevogel)natuurbeheer rond Reeuwijk en is enthousiaste vrijwilliger bij Staatsbosbeheer.
Cees doet ook veel aan de bescherming van zwaluwen en uilen. Cees houdt van een goed gesprek met een biertje erbij vandaar dat reclamebord achter zich.


Rien van Straaten. Kent de polders 
rond Haastrecht en Reeuwijk als geen 
ander. Vogelt al vanaf zijn 10e jaar en 
heeft het poldergebied qua gebruiksintensiteit  flink zien veranderen. Is al sinds mijn 7e jaar 
mijn beste vogel- en vismaatje. Is nu veel te vinden bij het natuurgebied De Hooge
Boezem bij Haastrecht.


Rinus den Breejen.
Is al flink wat jaren met pensioen. Heeft het Zuid-Hollands Landschap in de Krimpenerwaard flink op de kaart gezet in de 25 jaar dat hij er werkzaam was. Ik ben dankbaar voor de plezierige  samenwerking met hem over vele jaren. Rinus was wijd bekend in de agrarische wereld van de Krimpenerwaard.



Pim Steenbergen. Weet veel over de cultuur-historie van het Groene Hart 
rond Gouda-Reeuwijk. Dank zij de recent (en veel te vroeg) 
overleden historicus Kees beunder die veel heeft gepubliceerd  over het Groene 
Hart en het verblijf van de Romeinen rond Bodegraven-Alphen a/d Rijn. Pim is 
bekend van zijn prachtige streekverhalen. Enthousiast vogelaar en amateur-filmer.  
Heeft al een film gemaakt over turfwinning in Reeuwijk. Is hier bezig zijn 
oude voersilo op een ambachtelijke manier met riet te dekken.


Pim verscholen in een rietmoeras, hopende een zingende blauwborst 
te kunnen filmen.


Dorus Duits. Dorus loopt al vele jaren rond in Reeuwijk als amateur-vogelaar. Zijn werkgebied is met name de surfplas met de vele duizenden eenden in de winterperiode. Is inmiddels met pensioen dus kan nu nog veel meer tijd besteden aan zijn grote passie: vogels kijken. Het is een plezier om zijn regelmatige vogelwaarnemingen terug te zien op www.waarneming.nl 



Freek Mayenburg. Opsteller van deze pagina.
Zijn wortels liggen in de polder Stein waar hij al sinds 
zijn jeugd rondzwerft. Eerst als verzamelaar van vogeleieren en 
hengelaar. Is al vanaf zijn 7e levensjaar een enthousiast vogelaar, maar 
heeft op wat latere leeftijd ook veel belangstelling gekregen voor 
de inmiddels zo goed als verdwenen Goudse industrie van kleipijpen, 
plateel en antieke tegels.

 



Nico van Ewijk. Geboren en getogen Sluipwijker. 
Voormalig beroepsvisser en hobby-jager in het 
zuidelijk deel van het Reeuwijkse 
Plassengebied. Een echte natuurman en goede 
vriend van mij. Houdt vast aan de al lang bestaande 
Reeuwijkse tradities. Ken Nico al sinds mijn jeugdjaren. 
Mocht het houten Sluipwijkse vissersbootje van zijn 
vader Jaap in de 60er jaren van de vorige eeuw 
gebruiken om de plas Kalverbroek te 
verkennen in mijn jeugdjaren. Toen broedden daar nog 
diverse woudaapjes paartjes. Is bijna niet 
te fotograferen zonder lekker sigaartje tussen de lippen.

homepage

nieuwste vertellingen fotoboek landschappen zoeken foto's zoeken op trefwoorden auteur
natuur & landschap Reeuwijkse Plassen weidevogels cultuurhistorie jeugdverhalen