16 juni 2011     Over ringslangen, platgereden natuur en waterkipjes
in het Reeuwijkse Plassengebied

Ringslangen voelen zich blijkbaar steeds beter thuis in het Reeuwijkse Plassengebied. Je ziet steeds meer ringslangen tenminste als je weet waar je moet kijken. In de voorjaar- en zomerperiode kom ik tijdens het wandelen of fietsen door  het Plassengebied regelmatig zonnende ringslangen tegen. Maar ook nogal wat ringslangen die jammer genoeg zijn doodgereden of doodgemaaid door het klepelen van grasbermen. Maar blijkbaar kan de Reeuwijkse ringslangpopulatie flink wat hebben en zijn de terreincondities zo goed dat het aantal exemplaren wat sneuvelt niet ten koste gaat van het afnemen van de soort.


Deze ringslang, ongeveer 70 cm lang,  lag lekker te zonnen in een pas gemaaide berm langs de Lecksdijk. 
Jammer genoeg komen er nogal wat exemplaren om het leven doordat de maaiwerkzaamheden worden 
uitgevoerd met slagmaaiers. Het gewas wordt geklepeld en blijft vervolgens liggen.

Langs de Surfplas in Reeuwijk huizen flinke aantallen ringslangen, vooral aan de noordkant in een moerasstrook langs de plas. Deze niet giftige slangensoort heeft zich vanaf een geluidswal, die in de Bloemendaal te Gouda als geluidsscherm langs Rijkweg A-12 ligt, steeds verder uitgebreid het Groene Hart in.  Waaronder dus ook het Reeuwijkse Plassengebied. Het begin van dat succes was in belangrijke mate te danken aan twee geluidswallen bij Gouda en Reeuwijk, die beide vlak langs langs de A-12 liggen. Hier begon in feite aan het eind van tachtiger jaren van de vorige eeuw het succes van de groei van de ringslangenpopulatie. Die populatie kon zich zo goed ontwikkelen omdat de twee geluidswallen in feite als enorme "broedhopen " functioneerden, situaties waar ringslangen graag hun eieren in af zetten.  Door het jarenlange storten van grote hoeveelheden afval ontstond in de geluidswallen een voor ringslangen gunstig composteringsproces.

 

Ringslangen rond Gouda/Reeuwijk afkomstig uit geherintroduceerde populatie? 

Wim Straver Ü geboren op een boerderij op de Platteweg in Reeuwijk (veel te vroeg overleden) was een goede vogelvriend van mij. Toen hij op de PABO studeerde kwam ik met hem in aanraking via een paar andere (vogel)vrienden die op dezelfde PABO studeerden. Het was in de tijd dat we nog niet in het bezit waren van een auto. De ouders van Wim (of Willem) zoals wij hem noemden hadden wel een auto. Die mochten we af en toe gebruiken om in Zeeland of de Flevopolder naar vogels te gaan kijken. Wim had aan een arm kinderverlamming maar was oersterk met zijn andere arm. Hij was een kunstenaar op het gebied van houtbewerking en heeft ooit voor mij een fraai gepolijste houten geweerkolf gemaakt die ik gebruikte voor fotografie. Op de plaats van de trekker was een draadontspanner gemonteerd zodat je als het ware een foto schoot van een vogel. Dat was nog in het analoge fotografie tijdperk.
Wim was een enthousiast verzamelaar van opgezette vogels en had er een mooie collectie van. Maar zijn grote passie waren amfibieŽn en reptielen. Toen hij al getrouwd was kocht hij een stukje land aan de Platteweg in Reeuwijk en bouwde er eigenhandig een leuk stenen huisje wat hij gebruikte als werkplaats. In dat huisje had hij ook zijn terraria met allerlei soorten amfibieŽn en reptielen waaronder ook ringslangen. Regelmatig legden de ringslangen eieren die ook uitkwamen. Op een dag dat ik weer eens ging kijken vertelde hij mij dat er weer een flink aantal jonge ringslangen was geboren. Die heeft hij uitgezet op de geluidswal in Bloemendaal. Naar zijn (en mijn) idee was dat een goede plek voor ringslangen om te kunnen overleven. Toeval of niet maar het succes in West-Nederland met ringslangen begon op de geluidswal in de wijk Bloemendaal in Gouda. Inmiddels heeft de soort zich fors uitgebreid rond Gouda en Reeuwijk. Misschien heeft Wim toch iets moois nagelaten.

 



Deze bebording langs de Sloeneplas welke bij mij enige tegenstrijdigheid oproept, geldt niet meer want de weg is inmiddels ontoegankelijk geworden voor bouwverkeer 
door de bouw van een sluisje.


Deze jagende ringslang kwam ik tegen in het Natuur- en Recreatiegebied 
Het Weegje bij Waddinxveen op 15 april 2009

 

  
Een gevangen ringslang wordt gemeten en allerlei specifieke kenmerken worden vastgelegd.

Ringslangonderzoek

De Reeuwijkse populatie ringslangen wordt goed in de gaten gehouden door leden van Koninklijke Natuurhistorische Vereniging Nederland (KNNV).

Men doet onderzoek waarbij gekeken wordt hoeveel ringslangen er voor komen, welke verhouding er is tussen mannelijke en vrouwelijke exemplaren en de lengte van de slangen. De langste ringslang die is gevangen was maar liefst 103 cm lang en het ging om een vrouwelijk exemplaar. 

Via de koptekening en vlekkenpatroon aan de onderzijde is duidelijk te herkennen of het om een vrouwelijk dan wel mannelijk exemplaar gaat. Daardoor kunnen ringslangen goed uit elkaar worden gehouden. Ze  hebben als het ware een eigen identiteit.

Inmiddels zijn er op een plaats in Reeuwijk in de buurt van de Surfplas tijdens het onderzoek al ruim honderd verschillende ringslangen waargenomen.



Close up van de kop van een ringslang met de tong welke gespleten is. 

Net als veel van zijn soortgenoten is de ringslang (Natrix natrix) behoorlijk bijziend. Zijn zicht blijft beperkt tot minder dan dertig centimeter, hij kan zijn ogen nauwelijks in de kassen bewegen en met het zien van diepte is het ook matig gesteld. Dus kijkt de ringslang op een totaal andere manier: met gevoelige zintuigcellen in tong, neus en verhemelte ruikt en proeft hij de omgeving. Zijn gespleten beweeglijke tong fungeert hierbij als antenne. Op deze manier wordt de omgeving in kaart gebracht.

 

Platgereden "Reeuwijkse"natuur

De smalle Reeuwijkse landweggetjes zijn niet alleen gevaarlijk om te fietsen met al die passerende auto's, ook dieren zijn er hun leven niet zeker. Dat blijkt wel uit de talloze doodgereden dieren die ik tegenkom als ik het gebied doorkruis per fiets. Onderstaande foto's wil ik U niet onderhouden. Sommigen zijn misschien wel een beetje schokkend.


Doodgereden ringslang op de Nieuwenbroekse Dijk in Reeuwijk op 11 juni 2011.
Een grote. Het ging om een vrouwelijk exemplaar van een meter lang.


Hoewel morsdood lijkt het wel of de ringslang mij met een verwijtende blik aankijkt.

   
Gisteravond 15 juni 2011 nog kruisten een haas en een mol mijn pad. Beide lagen doodgereden op de 
s'-Gravenkoopse Dijk in Reeuwijk


Mijn overbuurvrouw, een trouwe lezeres van de website, kwam bij mij langs. Op een wandeling door
het Reeuwijkse Plassengebied had ze een doodgereden vogel gevonden die zij niet kende. Zij had de vogel
meegenomen om hem aan mij te laten zien. Het bleek om een waterral te gaan. Er broeden in het Reeuwijkse 
Plassengebied maximaal 10 paartjes waterrallen schat ik.


Jaarlijks kom ik wel een paar doodgereden bunzings tegen in en rond het Reeuwijkse Plassengebied.


Het geplette restant van een wilde eend.


Deze ringslang lag zich op te warmen op het warme asfalt van de Oudeweg langs de Sloeneplas in Reeuwijk op 25 mei 2009.
Het zijn koudbloedige dieren die zich graag in de zon opwarmen. Het asfalt van wegen en fietspaden blijft op zonnige dagen
betrekkelijk lang warm. Van die warmte willen die stommelingen nogal eens gebruik maken door op de weg te gaan 
liggen met alle risico's  van dien.


Doodgereden jonge ringslang van ca. 
20 cm lengte.


Zelfde ringslang als links maar nu de 
onderzijde.



Aan de koptekening en het vlekkenpatroon 
aan de onderzijde van ringslangen is goed 
af te lezen of het om een mannetje 
of vrouwtje gaat. Mannelijke exemplaren 
worden meestal minder groot dan 
vrouwtjes en blijven ook wat dunner. 



Dezelfde jonge ringslang als boven die ik in het voorjaar
 van 2005 in de wijk Achterwillens op straat aantrof, 
doodgereden door een auto.



Dode ringslang die bij het klepelmaaien van een berm bij 
de Lecksdijk in Reeuwijk is geraakt. 13 juni 2004.

Op de website staat nog een andere fotoserie van de onverwachte ontmoeting met een ringslang. Om te zien klik hier.

 

Er broeden maar weinig waterhoentjes in de graslandpolders rond de Reeuwijkse Plassen, en zeker niet  als die volledig boomloos zijn. Dat soort poldergebieden is meer het domein van de meerkoet.  Meerkoeten kunnen daar in dichtheden broeden van ruim 50 broedparen per 100 hectare. Elke sloot heeft wel een meerkoetenpaar. In de wintermaanden zie je dan grote groepen meerkoeten die zich hebben verzameld.



Dit waterhoentje op deze foto had een nest langs de Platteweg 
en trok zich niets aan van wandelaars, fietsers, langsrijdende 
auto's en een fotograaf met statief en fototoestel. 

Waterhoentjes broeden wel in  graslandpolders als er verspreid (pest)bosjes, veenputjes en moerasstroken aanwezig zijn. En verder broeden ze ook graag in de buurt van boerderijen.

Enige honderden broedparen van waterhoentjes nestelen  in en rond  het Reeuwijkse Plassengebied zelf. 

De Nederlandse populatie van waterhoentjes doet het de laatste jaren goed door het ontbreken aan strenge winters waar de soort erg gevoelig voor is.


Nest van waterhoen. 
Er worden zo tussen de 7 en 10 eieren gelegd.



Jonge waterkip zoals men het waterhoentje in Reeuwijk 
pleegt te noemen


Volwassen waterhoen tussen de gele plompen



Jonge waterhoen hier al weer wat ouder als op de foto hierboven



Een 4-tal jonge waterhoentjes gefotografeerd in de Goudse Hout op 10 juni 2011.

In de wintermaanden concentreren waterhoentjes zich in groepen van een paar tot vele tientallen exemplaren. Die groepen zijn te vinden op de grasgazons van landhuizen bij de Reeuwijkse Plassen. Wat veel mensen niet weten is dat bijna alle exemplaren,  die dan te zien zijn geen Nederlandse broedvogels zijn maar trekvogels uit Noord- en West-Europa. Een groot aantal van onze Reeuwijkse broedvogels trekt in het najaar naar Engeland om daar te overwinteren. Dit heeft ringonderzoek aan het licht gebracht.



Jonge waterhoen met afwijkend verenkleed, waarin veel witte vlekjes voorkomen. Voorbeeld van leucisme.  
Reeuwijkse plassen, gefotografeerd  bij de Sloeneplas langs de Oude Weg op 29 juni 2007. 

homepage

nieuwste vertellingen fotoboek landschappen zoeken foto's zoeken op trefwoorden auteur
natuur & landschap Reeuwijkse Plassen weidevogels cultuurhistorie jeugdverhalen