Vondst van een 19e Eeuwse Goudse stortplaats van vroege Goedewaagen grospenningen 

De polder Achterwillens in Gouda Oost vormde tot voor kort een belangrijke vindplaats van stortmateriaal van Goudse pijpenfabrieken. Bij de bouw van de wijk Achterwillens, zo'n 25 jaar geleden, kwam door grootschalige graafactiviteiten veel stortmateriaal bloot. Dat was ook het geval tijdens de aanleg van het huidige recreatiegebied de Goudse Hout bij onder meer het graven van nieuwe vijverpartijen en het omploegen van graslandpercelen om plantsoen in te planten. Verschillende stortplaatsen met kleipijprestanten kwamen toen te voorschijn. 
Een van die stortplaatsen betrof pijpenafval van Goedewaagen. Die dateerde uit de vroege periode van ca. 1850- 1860. Met tussen de kleipijpfragmenten opmerkelijk veel grospenningen, zo'n beetje allemaal genummerd en de nummering aan weerszijde van de kleitabletjes handmatig ingekrast met een cijfer. Beginnend bij nr 1 en oplopend tot aan het getal 40. Alles bij elkaar werden er met de baggerbeugel een kleine 125 exemplaren handmatig uit een sloot opgebaggerd, op de plek waar eerder tijdens het uitvoeren van de  najaarsschouw bij het opschonen van een slootoever al een paar exemplaren waren gevonden.



voorzijde


achterzijde


voorzijde

achterzijde



voorzijde


achterzijde


voorzijde


achterzijde



voorzijde

achterzijde

voorzijde

achterzijde

voorzijde

achterzijde

voorzijde


achterzijde. Het nummer 8 staat maar aan een kant van de grospenning

Waarom in die ene stort alleen maar grospenningen met getallen die tussen 1 en 40 liggen? Ik heb er de volgende verklaring voor. Het zou kunnen zijn dat de verschillende werknemers die zich met de pijpenfabricage bezig hielden grospenningen gebruikten met een (uniek) getal zodat duidelijk  was wie de werkzaamheden had uitgevoerd. Dat zou tegelijkertijd voor het Goudse bedrijf van Goedewaagen betekend hebben, dat er minstens 40 verschillende mensen het grospenningen systeem hebben gebruikt. 

Grospenningen, het woord penning zegt het al min of meer, werden gebruikt als een soort van kleimunt om de pijpenmakers uit te betalen. Na het vervaardigen van een gros pijpen kregen de arbeiders een grospenning die later kon worden ingeleverd voor loon. In de Goudse pijpenindustrie werd als gros geen 144 exemplaren gehanteerd, maar 160 stuks. Om toch maar aan 144 hele pijpen te komen ging men uit van 160 stuks om de als normaal beschouwde 10% breuk te kunnen compenseren. Zo kwam men dus wel aan die 144 complete pijpen. Veel Goudse pijpenmakers werkten met het systeem van betaling via de grospenning en dat verklaart ook waarom er regelmatig grospenningen in de Goudse bodem worden aangetroffen. 



voorzijde

achterzijde

voorzijde

achterzijde


voorzijde

achterzijde

voorzijde

achterzijde


voorzijde

achterzijde

voorzijde

achterzijde


voorzijde

achterzijde

voorzijde

achterzijde


voorzijde

achterzijde

voorzijde

achterzijde


voorzijde

achterzijde

voorzijde

achterzijde


voorzijde

achterzijde

voorzijde

achterzijde


voorzijde

achterzijde

voorzijde

achterzijde


voorzijde

achterzijde

voorzijde

achterzijde


voorzijde

achterzijde

voorzijde

achterzijde


voorzijde

achterzijde

voorzijde

achterzijde


voorzijde

achterzijde

voorzijde

achterzijde

startpagina

vertellingen kleipijpen fotoboek kleipijpen vertellingen antieke tegels fotoboek antieke tegels auteur