homepage
18 december 2016            Over de boerderij: de grupstal

De Oud-Hollandse grupstal.

Jeugdherinnering
Wat een prachtig gezicht. Limousin koeien staande en liggend in het stro. Een beeld wat me sterk doet herinneren aan vroegere tijden en dan met name aan mijn jeugdjaren. Een aantal van mijn jeugdvrienden zaten bij mij op school en woonden op boerderijen in de polder Stein langs de de Steinsedijk bij Haastrecht. In mijn jonge jaren was ik al bezig met natuur maar dat beperkte zich  toen nog met o.a. het aanleggen van een ei-verzameling van wilde vogels, het vissen in de polder Stein, het varen met de schouw en als je er zin in had met helpen op de boerderij. De boerderijen hadden in die tijd nog forse erfbeplantingen met flinke aantallen knotwilgen en hier en daar hoogstamfruitbomen en waren de uitgelezen plekken om eieren te zoeken in het voorjaar. Het polderwater toen nog rijk aan vis en ik bracht samen met vrienden vele dagen  door met vissen. Vooral het plompen was in die tijd een favoriet gebeuren bij ons. Ik viste toen nog met een bonenstaak en later was dat een bamboehengel. Daaraan knoopte je van dat bruine vissersdraad, lekker sterk was dat met aan het eind een palinghaak met dikke worm er aan. En dan maar plompen op plekken waar kroos lag. Je ving van alles. Vooral baarzen maar ook dikke zeelten en grote rietvoorns, en soms zelfs een snoek. De vis werd door ons weer teruggezet trouwens, behalve dan een joekel van een baars die we een keer aan een vissende dorpsgenoot gaven want hij wilde hem graag hebben voor de pan. Later hoorden we dat hij op het dorp liep rond te bazuinen een monster van een baars gevangen te hebben.


De brede weteringen aan weerszijden langs de Tiendweg van de polder Stein waren 
tot de extreem strenge winter van 1962/63 geweldig goed viswater. Toen de dooi inviel
dreven er vele duizenden dode vissen. De visstand heeft zich na die winter eigenlijk
nooit meer goed hersteld.

 

Het aanleggen van een ei-verzameling
Het aanleggen van een ei-verzameling van wilde vogels behoorde in mijn jeugd tot de normaalste zaak van de wereld. Ik was echt niet de enige in Haastrecht die zich daar mee bezig hield. Wat we onderling tussen de verzamelaars wel deden was het ruilen van eieren om toch maar zoveel mogelijk ei-soorten in de verzameling te krijgen. Ik herinner me nog goed dat ik, het was zo rond 1958, het nest van een scholekster vond. De scholekster deed in die tijd zijn eerste intrede als broedvogel in de polders van West-Nederland maar was toen nog bijzonder zeldzaam. Het nest met de eieren die ik had gevonden vormden goed ruilmateriaal voor eieren van vogelsoorten die ik nog niet in mijn bezit had. Een andere soort waar ik eieren van verzamelde, en waar ik nu bij het beschrijven eigenlijk nog steeds het schaamrood van op mijn kaken krijg, waren die uit het nest van het woudaapje. Afkomstig uit het Reeuwijkse Plassengebied van de plas Kalverbroek waar een broodvisser woonde, van wie ik zijn Reeuwijkertje (vissersbootje) mocht lenen om de plas op te gaan om nesten te zoeken. Achteraf bleken die eieren van het woudaapje helemaal geen goed ruilmateriaal want de meeste medeverzamelaars zeiden dat het eieren van de houtduif waren, en inderdaad zoveel verschilden ze daar niet van.

Het duurde vrij lang voor ik een determinatiegids van vogels kreeg waar naast de vogels ook de eieren van vogels in stonden. De determinatie van de eieren die ik verzamelde was v.w.b. het toeschrijven aan vogelsoorten soms ook behoorlijk arbitrair. Ik had o.a. eieren in mijn verzameling die ik benoemde als boommus, dakmus en hooibergmus omdat ze daar broedden. Pas toen ik het boekje "Zien is kennen" in mijn bezit kreeg ging er een wereld voor mij open en kon ik een flink deel van de door ons verzonnen vogelsoorten wegschrappen en begon ik de echt bestaande vogelsoorten  beter te leren kennen.


Een ei van een kleine plevier in mijn verzameling opnemen is me nooit gelukt. Gelukkig maar.


De vondst van een nest van de scholekster zo rond 1958 was nog een echte sensatie.

 

De grupstal (en hooiberg)
De meeste boerderijen in de polder Stein waren in mijn jeugdjaren melkveebedrijven (aangevuld met varkens) van zo ongeveer 20 tot maximaal 30 koeien die in de winter nog in een grupstal stonden. Achter de stal stond de hooiberg van waaruit het in de zomer geoogste hooi werd afgegooid en daarna handmatig de stal in werd gesleept. 


Er zijn nog maar weinig functionerende hooibergen aanwezig in het Groene Hart.
Deze staat langs de Vlist tussen Haastrecht en Schoonhoven. Foto: 1 mei 2016

Als de hooiberg in het najaar nog helemaal vol zat met hooi was het leuk werk om met een hooivork hooi af te gooien via een rond gestoken hooigat. Als je dan voldoende hooi had afgegooid sprong je vervolgens naar beneden op het naar beneden gegooide hooi. Je sprong dan in de losse hoog opgestapelde hooilaag om er vervolgens van af te glijden op de begane grond. Dat was een spannend gebeuren. Als kind zag je geen gevaren. Toch was het wel degelijk riskant met name als de hooiberg nog helemaal vol zat want dan betekende een sprong naar beneden een fors aantal meters naar beneden. Het gebeurde ook nogal eens dat er een ongeluk gebeurde van iemand die als de de hooiberg helemaal vol zat er uitviel bij het er in klimmen.


Limousin koeien in de oud-Hollandse grupstal van gepensioneerd (hobby)boer Kees Hoogeveen. 
Links een voorraadje hooi op de deel, afkomstig van het voormalige boezemland in de polder Stein Zuid. 
Dit boezemland is eigendom van de Gemeente Gouda, bemesting vindt niet plaats en er wordt pas 
in Juli gemaaid. Hooiland wat zeer bloemrijk is en waar o.a. veel dotterbloemen, wilde orchideeŽn en 
wilde kievitsbloemen groeien.

De foto's van de limousin koeien op stal zijn gemaakt in de oud-Hollandse stal van Kees Hoogeveen, een grupstal, ook wel groepstal genoemd. Dit staltype is langzaam aan het verdwijnen. Bij deze stal staan de koeien apart van elkaar op een klein stukje. Zo`n stukje wordt een stand genoemd. Ze staan vaak vast aan een halster of een nekband. De koeien staan met hun kop naar het middenpad, waar ze kunnen worden gevoerd. Achter de dieren is aan weerszijden een grup waar de mest invalt met daarachter een smal looppad. De gier en mest vallen dus in in de grup of groep. De gier loopt via afvoerkanalen in de gierkelder en de vaste mest en oud stro worden dagelijks uit de grup in een kruiwagen geschept die over de mestgang de stal uitgereden kan worden naar de mestvaalt. Aan de voorkant is een brede doorgang waar het voer geplaatst wordt, de deel. 
Dit type stal was eigenlijk totaal niet mensvriendelijk en ontzettend onhandig voor de boer. Hij moest namelijk koe voor koe af om deze te melken en als de koe ook maar een beetje scheef stond viel de mest niet in grup  maar in de stand wat voor nog meer werk voor de boer zorgde. Wel was de gezondheid van de koe veel makkelijker te controleren, omdat een koe niet tussen de andere koeien liep .Later toen er niet meer met de hand werd gemolken zijn de stallen aangepast met een ringleiding zodat er machinaal gemolken kon worden.


Rood-bonte melkkoeien in een grupstal.


Schilderij met zwart-bonte melkkoeien en een blaarkop in een grupstal. 19e eeuw.
De stal nog met houten staken waar de koeien tussen vastgebonden staan.


Holsteiner melkkoeien en blaarkoppen in een grupstal in de polder Reeuwijk nabij Reeuwijk Dorp.
Er stonden 28 stuks melkvee op stal. Er wordt niet meer met de hand gemolken maar via een ringleiding.
Als de koeien in voorjaar en zomer buiten lopen wordt er ook binnen gemolken vandaar  de ijzeren 
buizen aan de voorzijde die bedoeld zijn om de koeien wat gemakkelijk op de melkplek te krijgen. 
Foto: 17 december 2016.

In Nederland zijn er 3 verschillende stallen in gebruik. De bekendste is de moderne loopstal, ook wel ligboxenstal genoemd. Het wat oudere staltype is de grupstal. Deze stal is vrijwel helemaal verdwenen uit Nederland. Dit omdat het een stal is met ontzettend veel werk. Ik ken in mijn directe omgeving eigenlijk maar een enkele boerderij met nog in gebruik zijnde grupstal waarvan een langs de Steinsedijk bij Haastrecht en een andere in de buurt van Reeuwijk Dorp. De laatste  is nog steeds een bestaand melkveebedrijf. Toeval of niet maar beide eigenaren van de grupstallen hebben dezelfde achternaam n.l. Hoogeveen. 
Er bestaat ook nog een potstal. De potstal is het meest prettige voor de koe.


De boerderij van Hoogeveen langs de Steinsedijk met de limousin koeien op stal in het achterdeel van de boerderij.
De woning links is het zomerhuis.



Limousin koeien in de oud-Hollandse grupstal. Het gaat niet om melkkoeien maar om zoogkoeien.
Foto: 24 november 2016.



Limousin koeien in de oud-Hollandse grup stal.


Met dank aan de eigenaren van de verschillende boerderijen die zo vriendelijk waren om de koeien 
in hun grupstal te laten fotograferen en mij in uiterst leuke gesprekken voorzagen van de nodige 
informatie over hun bedrijfsvoering.

 

Limousin koeien en hazen: vreedzaam bstaan in de wei.

Limousin koeien grazend in de uiterwaard van de polder Stein.
Met op de achtergrond een regenboog.

De limousins van Kees Hoogeveen worden gehouden als zoogkoeien. In het voorjaar gaan de geboren kalfjes samen met de moederkoeien naar een van de twee graslandpercelen in de uiterwaard van de polder Stein waar de koeien het gehele seizoen grazen afwisselend op het ene- en dan weer andere perceel. De kalfjes drinkend bij de moeder. In een van de twee graspercelen verblijft het gehele jaar een groepje hazen bestaande uit 5-7 stuks.
Ik volg de koeien en hazen vrijwel dagelijks als ik een ommetje Goverwelle-Haastrecht maak, en dan langs het grasland loop. Heen over de Steinsedijk en terug langs het fietspad of andersom. Aan de zuidkant ligt een fietspad waar vrij veel gebruik van wordt gemaakt door fietsers en wandelaars. De hazen zijn gewend aan mensen en er vindt ook geen jacht plaats.

Als ik dan weer eens sta waar te nemen of er- en waar de hazen zitten, want soms zitten ze in hun hazenleger, maar soms zijn ze goed zichtbaar, vragen mensen mij van waar kijkt U naar. Als ik ze dan wijs op een paar bijna onzichtbare hazen die in hun leger zitten reageren ze verbaasd. In de rammeltijd aan het eind van de winter zijn de hazen beter zichtbaar want dan lopen ze als groepje geregeld achter elkaar te rennen vanwege de balts.

 



Limousinkoe met drinkend kalf.


Grazende limousin en haas, vredig tezamen. Foto: 11 oktober 2012.



Haas in het leger, nauwelijks opvallend. Foto: 16 november 2016.


Twee hazen, een in het leger, nauwelijks opvallend. Het andere exemplaar beter zichtbaar. Foto: 16 november 2016.

Hazen in de sneeuw. Foto: 13 januari 2010.


Boksende hazen. Foto: 15 mei 2011.


De ram doet wel zijn uiterste best om een paring aan te gaan. 
Echt een hoogstandje. Foto: 22 februari 2015.


IJsvogeltje bij het voormalige klooster van Erasmus in de polder Stein

Uiteraard is er veel meer te zien tijdens zo'n ommetje Gouda Goverwelle-Haastrecht (dat doe ik allereerst om voldoende te bewegen) maar je moet er wel oog voor hebben. De ijsvogel zag ik de afgelopen maanden vrij regelmatig o.a. bij de boezemkolk van de voormalige boezem van Stein. Op zich niet zo gek want het gaat heel goed met de ijsvogel in Nederland. Dat komt door het al vele jaren ontbreken van strenge winters waar deze vogel erg veel last kan hebben doordat ze dan geen vis kunnen vangen. Wellicht profiteert de ijsvogel nu van de klimaatverandering. We hebben inmiddels al 18 jaar geen strenge winter meer gehad. Recent kon ik foto's maken nabij het voormalige klooster van Erasmus, hoewel de ijsvogel flink ver weg zat. Maar dankzij mijn digitale fotocamera met 30x optische zoom kon ik er toch nog wat van maken door in te zomen naar 580 mm.


Overzicht op een voormalige hoogstamboomgaard min of meer op de plaats waar vroeger het
klooster stond waar Erasmus verbleef. Er staan nu nog maar een paar hoogstamfruitbomen en
ze zijn in slechte staat. In de fruitboom op de voorgrond links langs het water zat een ijsvogeltje te vissen.


Overzicht. IJsvogeltje loerend vanaf de punt van een tak van een vervallen fruitboom. 
IJsvogel nauwelijks te zien op foto. Afstand >50 meter. Foto: 22 november 2016.


IJsvogeltje loerend vanaf een tak. Ingezoomd naar 580 mm. Foto: 22 november 2016.




IJsvogeltje loerend vanaf een elzentakje. Ingezoomd naar 580 mm. Foto: 22 november 2016.

Grote zilverreigers in de polder Stein

Grote zilverreigers zie ik wel bijna iedere dag als ik mijn rondje Gouda Goverwelle-Haastrecht maak. Ik zie ze tot op heden wel alleen maar binnendijks in de polder Stein. Vissend langs een of ander slootje maar ook wel naar muizen speurend op grasland. Deze reigersoort maakt een forse opmars in Nederland de laatste 20 jaar.  In 2016 broedden er maar liefst een kleine 300 paren in Nederland, bijna allemaal in de Oostvaardersplassen in Flevoland. In het najaar sluiten zich daar forse aantallen grote zilverreigers bij aan welke afkomstig zijn uit Oost-Europa. Blijkbaar is het waterrijke  Nederland een luilekkerland voor grote zilverreigers in najaar en winter. Wintertellingen georganiseerd door de Stchting SOVON laten zien dat er vele duizenden grote zilverreigers verblijven in de wintermaanden in Nederland.


Grote zilverreiger in de polder Stein op 24 november 2016 op zoek naar muizen. In 2016 broedden er in 
Nederland maar liefst een kleine 300 paartjes grote zilverreigers.


Het is al weer een tijdje geleden maar in december 2010 concentreerden zich in het Goudse Hout 
tijdens een weekje flinke vorst diverse grote zilverreigers en blauwe reigers bij een sloot waarvan 
een deel werd open gehouden door eenden en meerkoeten.

homepage

nieuwste vertellingen fotoboek landschappen zoeken foto's zoeken op trefwoorden auteur
natuur & landschap Reeuwijkse Plassen weidevogels cultuurhistorie jeugdverhalen