homepage
8 augustus
2015                              Een Groene Hart wandeling over de 
Oukoopse kade, Prinsendijk en Steinse kade bij Reeuwijk

Een landschappelijk fraaie rondwandeling over een paar kaden in Reeuwijk. 
Is zeker de moeite waard.

De Oukoopse en Steinse kade gelegen langs de Twaalfmorgen in Reeuwijk zijn door Staatsbosbeheer opengesteld voor publiek en maken onderdeel uit van een rondwandeling door het Reeuwijkse Groene Hart. Vrijwilligers van Staatsbosbeheer verzorgen regelmatig uiterst interessante excursies die over genoemde kaden en de Prinsendijk lopen en vertellen U allerlei wetenswaardigheden over de natuur en cultuurhistorie van het gebied. 


De rondwandeling over de Oukoopse kade, Prinsendijk en Steinse kade aangegeven als zwarte blokjes.
Tevens staat op de kaart nog een
andere mooie wandeling aangegeven in witte blokjes.

Er zijn verschillende mogelijkheden om de wandeling te beginnen. Dat kan aan de noordkant van de Twaalfmorgen bij het gemaaltje dat de polder Stein van water voorziet waar het startpunt begint bij de Oukoopse kade. De excursies georganiseerd door Staatsbosbeheer starten meestal vanaf natuurhoeve De Goey langs de Oukoopse Dijk. Vanaf de boerderij de Steinse Kade in westelijke richting op, de Twaalfmorgen oversteken en dan de Oukoopse kade aflopend. De Oukoopse kade leidt U naar de Oukoopse Dijk. Deze steekt U over en via een smal tegelpad komt U uit bij de watermolen langs de Enkele Wiericke met de Prinsendijk. De dijk volgt U in zuidelijke richting en bij een loopbrug gaat U deze over en volgt de Steinse kade ofwel tot aan natuurhoeve de Goey, ofwel U steekt de Oukoopse Dijk over en volgt de Steinse- en Oukoopse kade tot U weer terug bent bij de Twaalfmorgen waar de wandeling begon.

  
Wandelpaadje op de Steinse kade wat vanaf de Prinsendijk op de achtergrond naar een vogeluitkijkpunt loopt.
De bruinige kleur van de vegetatie is die van de grassoort gestreepte witbol (Holcus lanatus). 
Op de foto rechts het uitzichtpunt waar U op de wandeling langs komt en kunt bezoeken. Foto: 31 mei 2014.

 

Landschap en natuur tijdens de wandeling.

Uitgaande van het startpunt bij de Twaalfmorgen komen we op de Oukoopse kade die voor een flink deel begroeid is met elzenhakhout samengaande met braamstruiken.Tijdens de wandeling over de twee kaden en Prinsendijk komt U tientallen plantensoorten tegen, deels gemakkelijk te herkennen, maar sommige behorende tot de nogal moeilijk determineerbare soorten. Zo ook de grassoort op onderstaande foto die op de Oukoopse kade groeit. Het is eigenlijk een nietszeggende foto, maar wel een met een verhaal.


Pijpenstrootje (Molinia caerulea) en braam op de Oukoopse kade in Reeuwijk. Foto: 6 juli 2015.

Van pijpenstrootje heb ik in een periode van zo ongeveer 50 jaar vegetatieonderzoek in en rond het Reeuwijkse Plassengebied slechts enkele  groeiplaatsen aangetroffen. Ook op de Put van Kruijt, vlak naast het mooi gecamoufleerde gebouwtje waar bezoekers worden ontvangen, komt een mooie groeiplaats voor. De genoemde grassoort op de foto is niet uitbundig afgebeeld met bloeiaren maar staat slechts met sprieterige grasbladen als pol samen met braam afgebeeld. Het herkennen van sommige sterk op elkaar lijkende grassoorten is een moeilijk gebeuren en zeker als ze niet in bloei staan. Je hebt te maken met begrippen als wel of geen tongetje, wel of geen beharing en nog veel meer kenmerken die je met een loep moet bekijken om de verschillen te kunnen zien. Soms kun je ook gebruik maken van andere simpele hulpmiddelen en dat is bij pijpenstrootje ook het geval. Je vingers diep drukken in de groeipol en dan de oude bloeistengels voelen die als spijkerpunten tegen je vingers prikken. Zo zijn er soms veel meer eenvoudige foefjes die goed te gebruiken zijn voor het herkennen van moeilijk determineerbare plantensoorten.

Zo hier en daar kunt U op de Oukoopse kade ook rankende helmbloem aantreffen, een plantensoort (indicatorsoort voor verzuring) die ons doet herinneren aan de periode dat ons land geteisterd werd door zure regen. Op de open delen zult U zo hier en daar de gele bloemetjes van tormentil aantreffen, maar pas op want ook kruipganzerik groeit er, en die twee plantensoorten lijken erg op elkaar. Het voorkomen van tormentil geeft aan dat de bodem voedselarm is.


Tormentil groeit zo hier en daar op de grazige delen van de Oukoopse kade

   
Van links naar rechts: waterscheerling, vlasbekje en speerdistel.

In de trek- en winterperiode doen vogelsoorten als vink, putter, sijs, kramsvogel en koperwiek de kaden aan om er voedsel te zoeken. Leuk te kunnen melden dat dit voorjaar enkele exemplaren van de zeldzame beflijster verschillende dagen langs de Prinsendijk waren te zien. In het voorjaar zult U regelmatig het geluid horen van baltsende of alarmerende grutto's, met name in de graslanden langs de Prinsendijk ter hoogte van de loopbrug naar de Steinse kade. 

Bij de Prinsendijk aangekomen gaat U rechtsaf en vrijwel direct rechts van U ziet U een aantal watertjes liggen die gescheiden worden door smalle perceeltjes, dat zijn zgn legakkers waar de turf op werd gedroogd.  De veenputten zijn ontstaan door veenwinning met de baggerbeugel uitgevoerd. Wel werd er door het Waterschap een belangrijke voorwaarde gesteld aan het vervenen. Legakkers moesten gespaard worden om te voorkomen dat er een grote plas zou ontstaan. Het opgebaggerde veen werd op de legakkers gebracht en vervolgens via een aantal handelingen tot turf verwerkt. Op Uw route over het smalle tegelpad naar de watermolen komt U zelfs nog een voorbeeld tegen van hoe een turfmakerij er vroeger moet hebben uitgezien. 

Het puttencomplex is broedplaats van diverse soorten moerasvogels waaronder ook de bruine kiekendief, diverse paren grote Canadagans en flinke aantallen grauwe- en brandganzen. Enkele paartjes visdief broeden al een paar jaar op een hersteld stukje legakker. Recent zijn twee waarnemingen gedaan van het zeldzame woudaapje dus het is niet uit te sluiten dat dit kleine reigertje er heeft gebroed. In de wintermaanden verblijven op de veenputten regelmatig forse groepen smienten, slobeenden en krakeenden.



De Prinsendijk met de Oukoopse wipwatermolen op de achtergrond. Op de voorgrond een 
veldje margrieten in bloei langs het dijktalud.


Overzicht op de Put van Kruijt in de maand april 2015. De Put van Kruijt is een particulier natuurgebied in de polder Oukoop.
Eigenaar is Jan Kruijt die het beheert in samenspraak met Staatsbosbeheer, dat veel gronden in Oukoop in bezit heeft . 
De Put van Kruijt is een Natura-2000 gebied en heeft de status als moerasreservaat.


  
Een brede oever in de polder Oukoop in een grasland van de Hoeve Stein van Ardy de Goey is geplagd en ingezaaid 
met zaden van moerasplanten. Het geel in de oever is van bloeiende grote ratelaar. In de percelen en oeverstroken broeden 
diverse soorten weide- en moerasvogels. Foto: 6 juli 2015.


Koeien in de wei. Het zelfde perceel als de foto hierboven maar nu met grazende koeien van Hoeve Stein. 
Foto: 29 juli 2015.


Steeds meer ganzen zult U in het Reeuwijkse polderlandschap tegen komen. In de zomer zijn dat (zomer)ganzen 
(ganzensoorten die hier ook broeden), terwijl winterganzen alleen in de winter het gebied aandoen als voedselgebied.
Op de foto een flinke groep grote Canadaganzen.

Terug naar de Prinsendijk. De Prinsendijk maakt onderdeel uit van verschillende wandelroute's waaronder een van de Provincie Zuid-Holland. De Prinsendijk  loopt U zuidwaarts uit totdat U een loopbrug ziet die U leidt naar de Steinse kade. Deze uitlopen (U steekt dan de Oukoopse Dijk nog over) en bij de uitkijktoren slaat U rechtsaf de Oukoopse kade op. Dan komt U weer terug op het startpunt van Uw wandeling.

  
Een groepje scholeksters op de Steinse kade in de polder Oukoop in Reeuwijk op 23 juni 2015. 
Klaar met het broedseizoen. Op de achtergrond de loopbrug waar U overkomt op de rondwandeling.

Voedselzoekende grutto's bij een plasdras in de polder Stein in het vroege voorjaar.

 

Cultuurhistorisch fenomeen: Hoefslagpalen

Regelmatig komt U op de Prinsendijk natuurstenen paaltjes tegen met cijfers er op.
Tussen Fort Wierickerschans en de Hollandse Yssel staan flink wat van die stenen palen op de Prinsendijk. Ze staan om de 
250 meter afstand van elkaar. Sommige zijn goed leesbaar, maar er zijn er ook waarvan de cijfers sterk zijn vervaagd.
Door machinale veldwerkzaamheden zijn sommige palen fors beschadigd. Ter bescherming zijn ijzeren buispalen 
aan weerszijden van de palen geplaatst.


       
 Foto links: Detail van natuurstenen paal van foto hierboven met als cijfer de aanduiding 6 5 (zes en een half).

Foto rechts: Een arduinstenen hoefslagpaal, nr 87 geplaatst in 1760 op gronden bij Ysselmuiden nabij Kampen. 
Deze hoefslagpalen begrensden onderhoudsvakken van de Sallandse dijk.


Paal 6 5 nogmaals. Door langdurige droogte zijn scheuren ontstaan op delen van de Prinsendijk over een lengte 
van 300 meter. Er wordt druk gewerkt aan het herstel van die delen. Foto: 29 juli 2015.

Hoewel de op de Prinsendijk op vaste afstand van elkaar voorkomende palen geen echte hoefslagpalen zijn (daar zijn ze te jong voor) benoem ik ze voor dit verhaal toch maar zo. Hoefslagpalen waren vroeger (12e-16e eeuw) bedoeld om een dijkvak aan te geven waarvoor de eigenaar onderhoudsplichtig was. Daarvoor werden palen (de vroegste palen waren nog van hout) geplaatst ingekeept met een cijfer- of letteraanduiding. De nu op de Prinsendijk voorkomende natuurstenen palen staan om de 250 meter. Ze dateren uit de 19e eeuw na de invoering van het metrieke stelsel. De palen zijn geplaatst door het Waterschap dat op die plaatsen profielen (tekeningen van de doosnede dijk) maakte en zo de zwakke plekken ter plekke konden aangeven. 

De naam hoefslagpaal is afgeleid van het woord hoeve wat voor boerderij staat. Het woord Hoeve staat voor een oude oppervlaktemaat uit de Karolingische tijd. Een hoeve was de hoeveelheid grond waarvan een boer met zijn gezin kon leven. De grootte van een hoeve was afhankelijk van de kwaliteit van de landbouwgrond. Hoefslagpalen staan op veel meer plaatsen in Nederland op paden, kaden en dijken.

 


    

Kaart van de polder Oukoop met de situatie van ca. 1670.
Er was toen nog niets verveend.

Vervening in de polder Oukoop
Over de verveninggeschiedenis van de polder Oukoop is het volgende bekend. Arnout Frans van Roosendaal deed in 1732 namens de bewoners van het Gerecht Oukoop het verzoek om te mogen slagturven in de polder Oukoop. Er werd octrooi verleend. De Hoogheemraadschappen Rijnland, Delfland en Schieland hadden echter zo hun bedenkingen want er ontbrak een serieus ontveningplan. Men vroeg aan de Oukopers om een gedegen plan in te leveren. CommercieŽle turfwinning kwam niet echt op gang, het werd meer een kwestie van turfwinnen voor eigen gebruik. Maar rond 1825 werd de behoefte aan turf steeds groter. Opnieuw kwam het polderbestuur van de polder Oukoop met een verveningplan maar het Hoogheemraadschap Rijnland ging weer niet akkoord. De Staten van Zuid-Holland sloten zich aan bij het negatieve advies van het Hoogheemraadschap. Op dat moment was nog maar zo'n 10 hectare verveend waaronder ook de huidige Put van Kruyt. Ondanks de afwijzing ging de vervening op kleine schaal door. Maar in 1831 werd een halt geroepen aan de vervening want men zag dat als een bedreiging voor de Prinsendijk.
Uiteindelijk werd in 1835 het recht op vervening volledig ingetrokken.



Op Uw wandeling komt U rechts van het tegelpad dat naar de watermolen loopt een mooi voorbeeld tegen van 
de turfwinning zoals die vroeger plaatsvond. De personen op de foto zult U niet aantreffen maar wel een gefaseerd beeld
 van hoe vervening werd uitgevoerd.

 


    

In volle glorie, de Oukoopse watermolen. De molen is vermoedelijk gebouwd in 1672. Bijna 3 eeuwen later in 1961, kwam hij buiten gebruik. Zijn taak werd overgenomen door een 20 pk dieselgemaal die een vijzel heeft als wateropvoerwerktuig. De capaciteit van het huidige 
gemaal bedraagt circa 25 m3 per uur.

De Oukoopse watermolen
Zowel de polder Oukoop als het deel Negenviertel hadden oorspronkelijk ieder hun eigen bemaling en afwatering op de Hollandsche IJssel. Doordat deze rivier bij lJsselstein verlandde en in 1291 zelfs afgedamd werd bij het Klaphek, nam de aanslibbing alleen maar toe, waardoor het gebruik ervan voor uitwatering steeds moeilijker werd. Op 17 april 1597 kreeg Oukoop van het hoogheemraadschap Rijnland toestemming om op de Wiericke en daarmee op Rijnlands boezem af te malen. Er kwam toen echter niets van terecht, zodat er in 1607 en 1608 nieuwe afspraken gemaakt werden. Bij dit akkoord werd ook het polderdeel Negenviertel betrokken. In 1609 besloten Oukoop en Negenviertel hun polders gemeenschappelijk met een molen te gaan bemalen: die van Oukoop.
De molen van die polder was al ouder: in 1528 had Oukoop al een molen op deze plaats. Dat zou dan een voorganger van de huidige molen geweest zijn. Over het bouwjaar daarvan zijn we in het ongewisse. Er zijn aanwijzingen over een geldlening door de polder uit 1688. Een lening, nodig voor de bouw van een nieuwe molen? In 1672 hadden Franse troepen nogal huisgehouden in de omgeving en ook molens vernield.

De polder Oukoop behoorde vroeger tot het burggraafschap Montfoort. Op 17 april 1597 werd door het Hoogheemraadschap van Rijnland toestemming verleend, om op de Wiericke uit te malen. In 1609 werd een akkoord bereikt, tussen de polders Oukoop en Negenviertel, dat beide polders (239 ha) door een molen bemalen zouden worden. De polder Negenviertel, welke toen nog deel uitmaakte van het land van Stein, ontleent zijn naam aan zijn oppervlakte nl: negen Steinse viertellen van elk 5 morgen groot is 45 morgen ofwel 39 Ha.

 

Excursies in Reeuwijk verzorgd door vrijwilligers van Staatsbosbeheer in samenwerking met Jan Kruijt.
    
Met de schouw met fluistermotor rondgeleid worden op de Put van Kruijt in de polder Oukoop. U krijgt dan 
door vrijwilligers en Jan Kruijt boeiende verhalen te horen over de natuur en cultuurhistorie van het gebied. 
Op de achtergrond de watermolen langs de Enkele Wiericke. Foto: 6 juli 2015.

Staatsbosbeheer werkt graag samen met vrijwilligers die werkzaamheden verrichten op het gebied van voorlichting, het geven van rondleidingen en het plegen van kleinschalige beheerswerkzaamheden. Ook in Reeuwijk is een enthousiaste ploeg vrijwilligers (ongeveer 20 personen) bezig met dit soort activiteiten. Het gaat om groene vrijwilligers die zich op vrijwillige basis, al dan niet tegen onkostenvergoeding, in georganiseerd verband actief bij Staatsbosbeheer inzetten in het belang van natuur, landschap en milieu.

Wilt U meer weten over wat Staatsbosbeheer in het Groene Hart van West-Nederland te bieden heeft klik dan op de volgende link: www.Groenehartcentrum.nl 

homepage

nieuwste vertellingen fotoboek landschappen zoeken foto's zoeken op trefwoorden auteur
natuur & landschap Reeuwijkse Plassen weidevogels cultuurhistorie jeugdverhalen