29 oktober 2012       
Veenbonken in de Reeuwijkse Plassen.

Veenbonken in Reeuwijk
De laatste tijd is de venige bodem van de Reeuwijkse Plassen op diverse plaatsen weer in beweging. Op een aantal plaatsen zijn veenbonken aan de oppervlakte verschenen. Over het hoe en waarom van het plotsklaps verschijnen van veenbonken doen veel verhalen de ronde. Ook zelf heb ik een aantal theorieŽn over dit verschijnsel maar die zijn niet gestoeld op enig wetenschappelijk inzicht maar meer ingegeven door ervaringen in de loop der jaren opgedaan.


Veenbonk in plas Ravensberg langs de Oudeweg. Foto genomen terwijl een bui dreigt.
Dat bleek later ook het geval te zijn. Foto: 15 okt 2012.

 


Zandopspuiting in de omgeving
Toeval of niet maar min of meer gelijktijdig met de zandwinning op plas Broekvelden en het opspuiten met zand van de polder Bloemendaal rond 1970 kwamen er tal van veenbonken omhoog in de Breevaart en de plassen die het dichtst tegen wijk Bloemendaal van Gouda aan liggen. In zijn algemeen nam men aan dat het verschijnen van die veenbonken veroorzaakt werd door het ontstaan van drukverschillen in de venige ondergrond door het storten van grote hoeveelheden zand in de wijk Bloemendaal met als gevolg dat "veenschollen" in de Breevaart en plassen omhoog gedrukt werden. Maar we zijn inmiddels al vele jaren verder en nog steeds verschijnen er regelmatig veenbonken op diverse plassen boven water. Een aantal van die veenbonken heeft men weggebaggerd, maar er zijn ook veenbonken die jaren blijven liggen waarvan sommigen vervolgens weer spontaan onder water verdwijnen.



Zandzuigen in de Plas Broekvelden te Reeuwijk. Foto: December 2001.

 


Veenbonken in plas Klein Vogelenzang

Veenbonken op plas Klein Vogelenzang. Met rustende aalscholvers. Foto: 8 oktober 2012.


Veenbonk op plas Klein Vogelenzang. Met een blauwe reiger. Foto: 8 oktober 2012.


Ook watersnippen maken graag gebruik van veenbonken om er overdag te rusten. Te vreten zal er niet zoveel zijn op 
een mesotrofe veenbonk naar ik aanneem. Op de foto zaten zo dacht ik twee watersnippen op een veenbonk in de 
plas Klein Vogelenzang aan de kant van de Lecksdijk. Er naar toe geslopen via wat tijgerwerk en toen foto's gemaakt 
verscholen tussen wat struiken. Maar ze hadden mij al snel door. Het bleek niet om twee watersnippen te gaan maar er vlogen 
er maar liefst zeven luid schreeuwend weg. Foto: 28 oktober 2012

Watersnip op de bovenstaande veenbonk die nu wat verder is uitvergroot. Links van de watersnip ligt een leeg gevreten 
zwanemossel. De veenbonk bestaat uit puur veen. Goed is te zien dat er zelfs nog (rietachtige) plantenresten in  het veen zitten. 
Het veen heeft zich ontwikkeld in het holoceen dus zo'n 10.000 jaar geleden. Het Reeuwijkse veen bestaat uit riet-zeggeveen. 
Foto: 28 oktober 2012


Een grote groep watersnippen rustend op een veenbonk. Foto: 15 november 2012

 


Onweer en storm
Verschillende Sluipwijkers die veel op de plassen verbleven (of verblijven) om te jagen of te vissen zeggen dat veenbonken met name in de nazomer boven water komen als het zwaar onweert of stormt. Een Sluipwijkse visser vertelde mij dat hij tijdens het jagen op waterwild, terwijl het behoorlijk stormde,  zelfs met eigen ogen een veenbonk zag verschijnen boven de waterspiegel. 

Gasvorming
Veenbonken komen naar boven doordat er verstoring van de bodem optreedt. Dat kan veroorzaakt zijn door opwarming van het plassenwater waardoor veenbonken ook warmer worden. Met het warmer worden nemen de activiteiten van de aanwezige bacteriŽn en schimmels die gassen afscheiden sterk toe. Het gas zorgt er voor dat het drijvend vermogen van een veenbonk toeneemt. Als er dan verstoring is van de bodem door onweer en storm is er een grote kans dat veenbonken los komen en opstijgen naar de oppervlakte.

Baggerlaag
Het kan niet anders dat in de loop der jaren op de veenbodem van de 13 verschillende plassen een baggerlaag is ontstaan door bladafval, instroming van nutriŽnten en andere oorzaken. Het is niet zeker of dat op alle plassen het geval is. Van een broodvisser begreep ik dat waar hij vist er opvallend weinig bagger voorkomt op de veenbodem. In ieder geval is het wel zo dat als er een dikke baggerlaag aanwezig is en die wordt weggebaggerd de kans op het ontstaan van veenbonken aan de oppervlakte toeneemt. Immers de kans op opwarmen van de bodem neemt dan toe waardoor de activiteiten van micro-organismen sterk zullen gaan toenemen.


Een paar veenbonken ooit omhoog gekomen in een veenput welke grenst aan plas s'-Gravekoop. 
Ze liggen er al jaren en omdat ze op een luwe plek liggen zijn ze inmiddels zelfs al aardig begroeid. Foto: 13 oktober 2012.

 


Slagturven en de sporen ervan op een veenbonk
In de 16e eeuw vond men het slagturven uit waarbij men met gebruikmaking van de baggerbeugel natte vervening ging uitvoeren in het laagveengebied van West-Nederland. Ook de Reeuwijkse Plassen zijn via dat systeem verveend waarbij men met de baggerbeugel het riet/zeggeveen maximaal tot van een diepte van ongeveer 2 tot 2,5 meter onder water opbaggerde, te drogen legde en er via een aantal bewerkingprocessen turf van maakte. Het slagturven uitgevoerd door veenarbeiders gebeurde op gevoel. Er waren nog geen technische hulpmiddelen. Dat werken op gevoel betekende dus dat het diepste punt onder water van het vervenen geen strakke horizontale ondergrond opleverde maar een hobbelige laag met heel veel reliŽf. Dit gegeven wordt bevestigd door Sluipwijkse broodvissers die bij het vissen merken dat de bodem van de verveende plassen geen kaarsrecht gebeuren is maar dat deze nogal grillig verloopt. Kees Verkaik had nog een bijzondere melding over het slagturven. Op een recent verschenen veenbonk voor zijn huis liet hij mij een maanvormige inkeping ter grootte van een trekbeugel zien in het pure veen. Volgens kees kan het niet anders zijn dat de overgebleven maanvormige indruk van een trekbeugel moet zijn uit de tijd dat er veen werd gewonnen. En inderdaad, de maat van de inkeping lijkt als deze vergeleken wordt met de diameter van een trekbeugel bevestigd te worden.

  
Als er iemand is die alles over baggernetten (en andere oude gereedschappen) weet te vertellen is het Sluipwijker Kees Verkaik wel.
Kees heeft een mooie verzameling van verschillende typen baggerbeugels aangelegd en weet zo'n beetje alles over trekbeugels 
(bedoeld om veenbonken weg te baggeren), kantbeugels, flodderbeugels (bedoeld voor losse bagger) en er bestaan volgens Kees nog veel 
meer typen baggerbeugels.

 


Stadsafval als retourlading in de turfindustrie
Op veenbonken die boven water verschijnen liggen soms allerlei scherven van aardewerk, porselein, fragmenten van kleipijpen en voorwerpen van glas en metaal. Hoe komt al dat materiaal daar terecht is de grote vraag. In het water gegooid tijdens en na de periode van vervenen? Een klein deel zal zeker in het water terecht gekomen zijn door weggooien. Maar er is een andere verklaring voor de grote hoeveelheden afval die worden aangetroffen. De turf die klaar was voor gebruik werd met schepen gehaald in het door vervening steeds groter wordende Reeuwijkse plassengebied. De schepen die turf kwamen halen hadden als scheepslading stadscompost bij zich. Het stadscompost (ofwel stadsafval genoemd) bevatte een fors aandeel bruikbare meststof die werd gebruikt om graslanden te bemesten in en rond het plassengebied. Maar tussen de stadscompost zat ook een een aandeel stadsafval wat niet geschikt was als meststof en dat waren dus genoemde scherven, pijpfragmenten en metaalresten. Uit de vele vondsten van stadsafval die in de loop der jaren zijn gedaan in en rond het Reeuwijkse Plassengebied is gebleken dat er massaal stadscompost afgevoerd moet zijn naar het Reeuwijkse Plassengebied.
Een bejaarde boer vertelde mij (al heel wat jaren geleden) dat hij zich uit zijn jeugd nog wist te herinneren dat op het land van zijn vader een losplaats lag waar stadsafval werd gebracht. Dat was aan de oostkant van plas Kalverbroek.
De meststof en het niet bruikbaar materiaal werden door de boerenknechten/daggelders gescheiden. De boer vertelde als bijzonderheid dat de arbeiders de aangetroffen metalen mochten houden en verkopen waarmee ze wat extra's verdienden. Kleine spulletjes als fragmenten van kleipijpen, stukjes glas en aardewerk bleven achter in de meststof en werden dus samen met de meststof over het land verspreid. De grotere stukken aardewerk waaronder zelfs complete bakstenen werden apart gehouden voor hergebruik of ze werden gebruikt om oevers en dammen te verstevigen en draineren.


Op deze 18e eeuwse kleipijp staan afgebeeld  Willem IV en Prinses Anna van Hannover 
met hun twee jonge prinsjes. De tekst onder het ovaal op de pijp luidt :  'T VORSTELIJK HUYS VAN ORANI. 
Het hielmerk van de kleipijp is het komfoor. De kleipijp is gemaakt door de Goudse pijpenmaker Pieter 
( de Oude) Lens (1730-1770). Bodemvondst: Plas Klein Vogelenzang Reeuwijk.

Een tochtje met de kano over de Reeuwijkse Plassen, veenbonken aandoend op zoek naar archeologische vondsten leverde een paar leuke zaken op. Naast de vondst van enkele tientallen Goudse pijpenkoppen daterend uit de 17e en 18e eeuw werd ook een fraai bewerkte Oranjepijp uit de 18e eeuw aangetroffen. Een andere leuke vondst was die van het middendeel van een 17e eeuwse majolica schotel met een putti (engeltje) in kleur beschilderd.

        
Op de foto links een fragment van een 17e eeuws stuk majolica aardewerk naar ik vermoed van een schotel met de voorstelling 
van een engeltje (putti). Vindplaats plas Klein Vogelenzang Reeuwijk. Rechts een ander fragment, eveneens het middenstuk (de ziel) 
van een 17e eeuwse schotel. Bodemvondst Reeuwijkse Plassen. Ook de 17e eeuwse Goudse plateel- en tegelfabriek DE SWAEN 
vervaardigde majolica schotels. Misschien zijn deze fragmenten wel door dit bedrijf gemaakt.

 

Veenbonken in plas Ravensberg

Veenbonken op plas Ravensberg. Foto: 22 mei 2008.

Veenbonken op plas Ravensberg. Foto: 17 april 2003.

Een paartje visdieven in spiegelbeeld op een veenbonk op plas Ravensberg. Foto: 13 mei 2012.

 


Reactie:
Van Jaap Jager  van de Stichting Veenvaren kreeg ik een leuke reactie over veenbonken vanuit zijn (Krimpenerwaard) ervaringen. 

Vlak bij mijn huis langs de Lansing (topografisch Landscheiding) nabij Stolwijk ligt een grote 19e-eeuwse veenput met de naam 'Gat van Both'. Al jaren verschijnt hier in de voorzomer op een en dezelfde plek een veenbonk aan de oppervlakte om pas tegen de winter 'onder te duiken'. Dus heb ik al jaren de oorzaak gevonden in opwarming van het water door zonlicht met gasvorming in het veen, en dus opdrijving tot gevolg. Met het korten van de dagen en een sterk dalende temperatuur stopt die gasvorming weer waarna de bonk op 1,5 meter diepte 'overwintert'. Vroeger was deze veenput volledig met bagger dichtgeslibd en verschenen hier nooit bonken aan de oppervlakte, zodoende staaf ik je mening hierover.

Aan de andere kant geeft het storten van zand ter ophoging van bouwterreinen wel die neerwaartse druk in de veenbodem waardoor daar waar geen of geringe tegendruk is de veenbodem in watergangen boven kan komen. Dit gebeurde in de jaren '10 van de vorige eeuw bijvoorbeeld tijdens de aanleg van de spoorlijn Gouda-Schoonhoven. Op het traject Stolwijkersluis-Beijersche heeft men jarenlang zand gestort voor de spoordijk wat toen direct ondergronds verdween, om tot wel 500 meter verderop in talloze sloten, maar ook in de naastliggende Stolwijkse Vaart met veenbodem en al ver boven water te komen. 

Zelfs nu nog ligt er hier en daar tot halverwege de Vaartbreedte, een mooie harde zandbodem waarop het met de kloet goed afzetten is, maar wat ook perfect bruikbaar is bij een frisse duik op zomerswarme dagen... In die tijd is in de nog nieuwe Goudse wijk Kort-Haarlem tevens een huizenblok gekraakt en later gesloopt, toen voor hetzelfde spoor zand werd gestort als dijkopgang naar de Goejanverwelledijk.

Wilt U meer weten over deze Stichting klik op:
www.veenvaren.nl

homepage

nieuwste vertellingen fotoboek landschappen zoeken foto's zoeken op trefwoorden auteur
natuur & landschap Reeuwijkse Plassen weidevogels cultuurhistorie jeugdverhalen