3 december 2011            Fotonieuws uit het Groene Hart rond Reeuwijk (6)
Met ook een uitstapje naar de Brouwersdam in Zeeland

Verborgen cultuurhistorie in de polder Keulevaart (watermolens)

De polder Keulevaart oostelijk van Haastrecht en aangrenzende polders hebben een grote cultuurhistorische waarde vanwege de aanwezigheid van tal van voormalige boezems met bijbehorende watermolens. Nog in de vorige eeuw stonden er in dit deel van het Groene Hart vele tientallen watermolens. Het landschap van toen kan min of meer vergeleken worden met dat van de boezem bij Kinderdijk met nog wel bestaande watermolens wat inmiddels op de Werelderfgoedlijst staat.

     
Topografische kaart van de polder Keulevaart (op de kaart Boven Haastrecht) van omstreeks 1850 met 
daarop aangegevende verschillende boezems met nog bestaande watermolens waaronder 

de Hooge Boezem
bij Haastrecht en de Benschopper Boezem.

Detailfoto van de polder Keulevaart: (omcirkeld op de foto) de locatie van de voormalige watermolen aan 
de zuidkant van de polder Keulevaart (langs de Oostvlisterdijk). De watermolen loosde het bezwaarwater echter niet 
uit de polder Keulevaart maar vanuit de Molenvliet op het riviertje de Vlist. De Molenvliet was een brede hoofdwetering 
die zo'n beetje naar het centrum van de Lopikerwaard liep o.a. naar Polsbroek.


Uitwatering van de voormalige watermolen langs de Vlist-Oostvlisterdijk. Ongeveer op dezelfde plek van het huis heeft de 
watermolen gestaan.

In de tuin zo'n beetje half verscholen tussen de uitgebloeide bloemen van de lampionplant de voormalige 
maalsloot die uitkwam op de Vlist. Opgemetseld van ysselsteentjes.

 

Smienten toch niet vogelvrij verklaard.
    
Smienten in het veenweidegebied bij Reeuwijk

Staatssecretaris Henk Bleker (Natuur) is toch gezwicht voor de massale protesten tegen het gaan bejagen van de smient. Afgelopen woensdag 30 november 2011 maakte hij bekend dat zijn voorstellen voor de nieuwe natuurbeschermingswet op enkele punten worden aanpast. De smient  wordt weer van de lijst met dieren gehaald waarop mag worden gejaagd.

 

Over het waarom van schapen met een kleurtje op de rug.

Schapen met gekleurde ruggen in groen en rood.

Waarom die kleuren op de schapen werd mij de vraag gesteld. Wel, op deze manier kunnen schapenhouders controleren of de ooien gedekt zijn. De ram krijgt een dekblok met kleurstof tussen de voorpoten. Na een aantal dagen wordt het dekblok met kleurstof die vast zit aan een tuigje rond de ram vervangen met een andere kleur. Op die manier kan de veehouder zien of er ooien zijn die weer opnieuw gedekt zijn. Tot op heden heb ik gezien dat er  gewerkt wordt met de kleuren geel,groen, rood en blauw. De schapenhouder noteert de dekdatum en kan de verwachte geboortedatum uitrekenen.

 

Tamme ekster.
             

Ik kwam een wel heel tamme ekster tegen bij een van de Reeuwijkse Plassen. De ekster ging zelfs op mijn fiets zitten om te kijken of er niet wat te eten zat in een van mijn fietstassen. Hans van de Meulen was er ook bij. Hij is eveneens natuur- en landschapfotograaf. Hans was zo vriendelijk om een paar foto's te maken van mijn pogingen om de ekster te vereeuwigen op de gevoelige plaat. 

Ik denk dat het om een ekster gaat die door mensen is grootgebracht. In mijn jeugd gebeurde het wel meer dat jonge kauwen en eksters uit het nest werden gehaald om ze groot te brengen en tam te maken. Ik heb het namelijk zelf ook gedaan.


De ekster kijkt in de lens van mijn compact-camera. Afstand 25 cm.

 

Kleine zilverreiger.
  
Overvliegende kleine zilverreiger   
Grote zilverreigers zijn in het najaar en de winterperiode vrij algemeen in de polders rond het Reeuwijkse 
Plassengebied.Kleine zilverreigers zie je er echter maar zelden. De grote zilverreigers is herkenbaar aan de 
gele snavel. Die van de kleine zilverreiger is zwart.

De kleine zilverreiger lijkt op de grote zilverreiger, maar is behalve aan het kleinere formaat ook te herkennen aan de vrijwel geheel zwarte snavel en de gele tenen. In de vlucht onderscheidt de kleine zilverreiger zich door kortere vleugels en een snellere vleugelslag.

 

Torenvalk en smelleken.
   
Vrouwtje torenvalk



Biddende torenvalk



Smelleken zittend op de oeververdediging langs de Brouwersdam.

Het smelleken is de kleinste roofvogel en komt in Nederland alleen als trekvogel voor en overwinteraar. De grootte van het vrouwtje is vergelijkbaar met die van een torenvalk maar ze heeft een wat forser postuur. Smellekens zijn het makkelijkst te herkennen aan het vlieggedrag: ze vliegen erg snel en vlak boven de grond. Op deze manier overrompelt de vogel kleine vogels waaruit het belangrijkste voedsel bestaat. Soms ook wordt de prooi net zo lang achtervolgd totdat deze te vermoeid is om nog te ontkomen.  Het liefst jaagt het smelleken op relatief open terreinen zoals weilanden, akkers, heidevelden.  Beboste gebieden worden gemeden. Meer dan 80% van de prooien bestaat uit vogels.

 

90 stuks zeehonden voor de Brouwersdam.
      
Grijze zeehond

Een vogeltochtje naar Zeeland op 16 november 2011 voerde ons ook naar de Brouwersdam. De Brouwersdam sluit het Brouwershavense Gat af. Door deze afsluiting ontstond het Grevelingenmeer. Met de bouw van de zes kilometer lange dam werd in 1962 begonnen. De zeearm tussen Goeree en Schouwen was hier tot 30 meter diep. Voor de Brouwersdam ligt een spuisluis die zout water, want het Grevelingenmeer is zout, aflaat de Noordzee op. In de spuisluis zijn vrijwel altijd een of meerdere vissende zeehonden aanwezig. Ook op deze dag waren zes grijze zeehonden aan het vissen in de spuisluis. Wat verder weg op een zandplaat lagen nog eens ca. 80 zeehonden.

        


Niet erg schuw maar de boel wel in de gaten houdend.


Oude wandtegel van omstreeks 1600 met de voorstelling van een zeehond.
(met dank aan een Zeeuwse tegelverzamelaar)

homepage

nieuwste vertellingen fotoboek landschappen zoeken foto's zoeken op trefwoorden auteur
natuur & landschap Reeuwijkse Plassen weidevogels cultuurhistorie jeugdverhalen