homepage
8 september 2016            Fotonieuws uit het Groene Hart rond Reeuwijk (50)

IJsvogeltje voor vogelkijkscherm bij eendenkooi Bakkerswaal.

Westelijk van Lekkerkerk in de polder Schuwagt, in de Krimpenerwaard ligt langs de Lek een eendenkooi de Bakkerswaal. In eigendom en beheer bij de Stichting Het Zuid-Hollands Landschap. De kooi is gemaakt van een oude doorbraak van de Lek. De plas is ontstaan tijdens de Sint Elizabethsvloed in 1421 (toen ook de Biesbosch ontstond). Zeven jaar lang lukte het onze voorvaderen niet om de dijk te dichten. Eb en vloed schuurden een diepe put uit: de Bakkerswaal. Nog steeds is hij tientallen meters diep. Is al lang in gebruik als eendenkooi. Het is de grootste eendenkooi van Nederland. ’s Winters overwinteren hier eendachtigen in duizendtallen. Via een kijkscherm langs de Lekdijk is het mogelijk om de kooiplas te bekijken. Toen ik er was (op 7 augustus 2016) was de kooiplas nog vrijwel leeg omdat eendachtigen als smient (de belangrijkste eendensoort op de plas) nog niet terug waren uit de broedgebieden in Noord-Europa. Wel streek onverwacht een ijsvogeltje neer vlak voor mijn neus op een paaltje.

 
IJsvogel op paaltje loerend in het water onder zich naar een visje.

 
Het ziet er een beetje geheimzinnig uit, de kooiplas van de eendenkooi Bakkerswaal westelijk van Lekkerkerk.

 

Landbouwkundige ontwikkelingen in het Groene Hart

Van  15-25 handgemolken melkkoeien in de koeienbocht naar 100-300 melkkoeien
in de robotcaroussel.
Ik ben 70 jaar en kom uit een groot gezin. Ben de jongste van 13 kinderen en volgens mijn broers en zussen flink verwend omdat ik de jongste was. Ik was ook een van de weinigen in het gezin die na de lagere school verder studeren mocht. De meesten gingen na de lagere school gelijk aan het werk. Verschillende van mijn zussen hebben bij boeren gewerkt als boerenmeid. Zelf ken ik het boerenbedrijf ook vrij goed, eerst als kind die op diverse boerderijen langs de gekanaliseerde Hollandse IJssel bij Haastrecht speelde met leeftijdgenootjes, vogelnesten zocht om de eierenverzameling uit te breiden, met de schouw varen en vissen in de polder Stein, appels, peren en pruimen jatten uit de toen nog vele hoogstamfruitbomen bij de boerderijen. Later om te helpen op de boerderij bij de hooibouw en andere werkzaamheden zoals hooi afgooien uit de hooiberg, helpen de koeien de spoorlijn over te verkampen en koeien ophalen uit het land om handgemolken te worden in de koeienbocht door de boer of de boerenknecht. 

Heb dus de landbouwkundige ontwikkelingen van dichtbij gezien in een periode van zo'n 60 jaren, eerst als kind, daarna als periodieke boerenhulp en weer later als medewerker van Staatsbosbeheer met als specialisatie graslandbeheer (weidevogel- en botanische graslanden) in het Groene Hart van West-Nederland.

De periode na de ontginning
Na de ontginningen van de moerasgebieden van West-Nederland, in de 11e en 12e eeuw, was het mogelijk om op die nieuwe gronden graan te verbouwen. Door de hoge ligging t.o.v. de rivieren was dat mogelijk, maar na een paar eeuwen was het land zover ingeklonken dat men gedwongen werd om over de te stappen op veeteelt. Door het inklinken van de (veen)bodems moesten polders middels watermolens bemalen worden om het bezwaarwater af te voeren naar de rivieren. De landbouw stelde in die tijd nog niet veel voor. Het aantal koeien en varkens wat men kon houden was beperkt en de hoeveelheid mest die men had was niet voldoende om alle gronden van een bedrijf regelmatig van mest te voorzien. Soms kon men nog wat extra mesten door gebruik te maken van bagger wat werd vermengd met stadscompost waardoor het zgn toemaakdek ontstond.  Door de beperkte bemesting van het grasland, de percelen die het verst van de boerderij af lagen kregen helemaal geen of zo af en toe maar wat mest, kon zich het beroemde blauwgrasland ontwikkelen waarvan inmiddels in Nederland amper nog wat van over is en vrijwel  alleen beperkt tot reservaten.



Hooien op de ouderwetse manier, via handwerk.


Hooibouw gemechaniseerd, maar kleinschalig. Op drassig land waar geen zware machine's kunnen rijden.

Van handwerk naar machine's
Eeuwenlang was de landbouw een zeer extensief bedrijf. Vrijwel alle werkzaamheden werden in handwerk uitgevoerd of hooguit met de hulp van paard en wagen en in het waterrijke Groene Hart met de schouw. Daar kwam in de beginjaren van de 20e eeuw verandering in. De mechanisatie kwam heel langzaam op gang. Zo rond 1910/1915 kwamen de eerste grasmaaimachine's op de boerderijen. Deze machines werden natuurlijk nog voortbewogen met paarden. De geschiedenis van de landbouwmechanisatie is eigenlijk al in het stoomtijdperk begonnen. De landbouwmechanisatie volgde uit de industriële revolutie. De allereerste trekkers waren veelal direct van een stoommachine afgeleid. Maar de echte mechanisatie volgde pas na de Tweede Wereldoorlog. Toen verdwenen ook de landarbeiders, daggelders en boerenknechten. Die vertrokken, vaak tegen hun zin, naar weliswaar beter betaalde banen in de industrie.



De moderne manier van mechanisch gewas oogsten. Met de opraapwagen wordt het gras wat in een wiers ligt 
in de opraapwagen geladen en naar de boerderij gereden waar het in de graskuil wordt gereden.



Moderne manier van hooibouw. Het goed gedroogde gras wordt in baaltjes geperst.


De hooiberg heeft eeuwenlang stand gehouden, toen kwam er de kuilsilo bij waar gras werd ingekuild 
en op kwaliteit werd gehouden met toevoeging van melasse. Daarna de kuilhoop en inmiddels wordt heel 
veel gemaaid grasgewas in grote plastic balen verpakt.

Bovenstaande foto is recent gemaakt bij een van de weinige boerenbedrijven die nu nog een hooikanon gebruikt. Er was een periode (zo rond 1960-1975) dat op veel boerderijen het hooi met een hooikanon de hooiberg in werd gespoten via luchtdruk. Het hooi moest goed droog zijn omdat anders de kans bestond dat er hooibroei zou uitbreken. Bij de boer waar ik regelmatig meehielp het hooi in de berg te brengen werden verspreid stukken pijp (maar ook oude houten hooiruiters) tussen het hooi gebracht. Als de hooibouw dan klaar was werd het hooikanon gebruikt om het hooi bij oplopende temperatuur te beluchten om te voorkomen dat die temperatuur als gevolg van lichte broei te hoog op zou lopen.
Meer lezen over hooibergen:
klik hier


Het gemaaide gewas wordt in plastic geperst en in balen opgeslagen bij de boerderij.
Op de achtergrond een aantal balen al geperst.


Opslagplaats van grasbalen achter de boerderij. 


Bij veel boerenbedrijven wordt de 1e maaisnede  door loonwerkers uitgevoerd. De melkkoeien 
blijven op stal en een groot deel van de oppervlakte van het grasland wordt in een keer gemaaid.

Ruilverkaveling
Door het omzetten van  kleinschalige ambachtelijke landbouw naar  grootschalige industriële landbouw zijn grote veranderingen opgetreden in het agrarisch gebied. Door het uitvoeren van ruilverkavelingen is er landschappelijk veel veranderd zoals verlies van houtwallen, bosjes en andere kleine landschapselementen.  Het hoofddoel bij ruilverkaveling was oorspronkelijk alleen gericht op verbetering van de landbouw. Door de invoering van de latere Landinrichtingswet uit 1979 is gelukkig meer aandacht gekomen om een bepaald percentage van het te verkavelen gebied als natuur- en  recreatiegebied in te richten.



Het moderne huidige agrarische grasland bestaat nog vrijwel alleen uit productiegrassen 
zoals engels raai, veldbeemd, straatgras en nog een beperkt aantal grassoorten. Kruidachtigen
zoals o.a.paardenbloem, vogelmuur, boterbloemsoorten, herderstasje zijn ongewenst
en worden tegelmatig chemisch bestreden. Ook andere ongewenste kruidachtigen zoals ridderzuring, 
distels en brandnetels worden chemisch bestreden.

Huidige stand van zaken
De huidige moderne landbouw kenmerkt zich door: grotere veedichtheid,  vervroeging maaidatum en verhoging van het aantal maaibeurten; omschakeling van hooien naar inkuilen; toenemend gebruik diergeneesmiddelen zoals ontwormingsmiddelen welke schadelijk voor mestkevers, strontvliegen en de gehele insectenwereld zijn; verlaging van het waterpeil om een betere grasgroei te krijgen en waardoor men gebruik kan maken van steeds zwaardere machines. Het heeft allemaal grote ecologische gevolgen gehad die op veel wilde planten- en diersoorten een negatieve invloed hebben gehad. 

Wel zijn allerlei beschermingsmaatregelen ingezet met als doel deze negatieve ontwikkelingen om te buigen. Voorbeelden daarvan zijn o.a.zijn nestbescherming, verbod op gebruik van bepaalde bestrijdingsmiddelen, mestwetgeving, agrarisch natuurbeheer, subsidies op onderhoud van kleine landschapselementen, braaklegregeling, invoering melkquota, instelling van weidevogel- en botanische reservaten en subsidies op perceelrandenbeheer.



Droge ruige stalmest wordt nog amper gebruikt om agrarisch grasland te bemesten.
Hier wordt drijfmestmachinaal  geïnjecteerd via de sleepvoetmethode.


Agrarisch grasland na het injecteren met drijfmest.


Met de weidepomp worden sloten van bagger ontdaan. De bagger wordt over het grasland gespoten. 
Ooievaars staan klaar om een hapje mee te pikken.

 

Tussendoorplaatjes onderweg in het Groene Hart.


 
Blauwe reiger zit te genieten van de zonnestralen op zijn verenpak .


 
Futenfamilie.

 
Bij het ontbreken van jacht worden hazen steeds tammer. Dit stel zat op een paar meter
afstand en bleef gewoon zitten.


 
Een klein deel van de ongeveer 80 huiszwaluwen zittend op een elektriciteitsdraad op 16 augustus 2016. 
Al weer klaar om op trek te gaan richting Afrika. 

 

Macrofauna op de foto

 
Deze dagvlinder zat zich op te warmen in mijn tuin op een blad van een 
hortensiastruik. Foto: 6 augustus 2016. Het bleek om een boomblauwtje te gaan. Met de vleugels dicht. 
Met de vleugels open gespreid is een vergissing mogelijk met een icarus blauwtje maar niet met dichte vleugels
zoals de foto hieronder laat zien.


Hier een icarus blauwtje op knoopkruid zittend. Met gesloten vleugels.


Deze sluipwesp fotografeerde ik in mijn tuin op de schuurdeur zittend met een prooi.
Wat voor een prooi weet ik niet.
Wie weet om welke sluipwesp het hier gaat mag mij mailen.
Foto: midden augustus 2016

 

De vogelrijke Hooge Boezem bij Haastrecht

Op dit moment ligt de Hooge Boezem bij Haastrecht er als een plaatje bij. De waterstand is door het warme weer van de laatste tijd enigszins gedaald waardoor nu allerlei slikrandjes en drooggevallen kleine kale eilandjes zijn ontstaan die voor vogels zeer aantrekkelijk zijn. Na de aanleg en inrichting van dit gebied had ik wel een beetje de vrees dat het natte- en vochtige deel van het gebied binnen de kortste tijd vol zou gaan lopen met moerasvegetatie, maar dat is tot op heden niet gebeurd. Die tot op heden blijvende openheid van het gebied is voor vogels bijzonder aantrekkelijk, zowel voor trekvogels als voor broedvogels. In het beheerplan, opgesteld door de Stichting Het Zuid-Hollands Landschap, eigenaar en beheerder van de Hooge Boezem, staat ook voor een deel van de vochtige graslanden gepland om daar dotterbloemhooiland te ontwikkelen. Tot op heden is daar nog weinig van gekomen. Vochtig dotterbloemhooiland ontwikkelen in combinatie met een optimaal beheer vergt veel extra beheersinspanningen omdat er regelmatig gemaaid moet worden. En een goed beheer voeren (op een extensieve manier) is duur en de vraag is of de Stichting daar wel voldoende geld voor heeft. Inmiddels heeft zich op een flinke oppervlakte, die (volgens mij) eigenlijk bedoeld was voor het ontwikkelen van dotterbloemhooiland,  moeras ontwikkeld. Hier broeden tal van moerasvogels waaronder minder algemene soorten als snor, blauwborst, waterral en porseleinhoen..

Zoals gezegd, de Hooge Boezem ligt er momenteel prachtig bij. Het gebied is een eldorado voor broed- en vooral trekvogels. Onderstaand wat fotobeelden van de laatste tijd.


 
Een groepje op een pas drooggevallen eilandje op de Hooge Boezem. Foto: 30 augustus 2016


 
Overzicht van de vogelrijke Hooge Boezem met op de voorgrond een groep kieviten. 
Foto: 18 augustus 2016.


Regelmatig verblijven er momenteel grote aantallen kieviten in de Hooge Boezem. De aantallen wisselen wel sterk.
Er zijn momenten dat er geen kievit aanwezig is. Ze zitten dan in polders in de Krimpenerwaard en Lopikerwaard.
Maar op andere momenten barst het van de kieften in de Hooge Boezem. Tot wel aantallen van 3000-5000 stuks.
Grote aantallen kieviten slapen ook op de Hooge Boezem, tezamen met enkele honderden wulpen.

 
1e jaars porseleinhoen, resultaat van een broedpaar wat naar ik aanneem in 2016 in de 
Hooge Boezem heeft gebroed. Foto: 30 augustus 2016.


Hetzelfde exemplaar, maar nu gefotografeerd op 6 september 2016. Dus nog steeds aanwezig
en vrijwel precies op dezelfde plek. De vogel was erg plaatstrouw, zat bij een eilandje vol gegroeid met pitrus.
Liep regelmatig voedselzoekend langs de rand van het eilandje. Duidelijk was te zien dat tot zijn
voedselpakket ook draadwier behoorde. Regelmatig werden plukjes opgepikt.
Pim Steenbergen vertelde mij gezien te hebben dat het porselein zich ook tegoed 
deed aan een grote libel.


Drie grote zilverreigers in een beeld. Ze waren regelmatig aan het bakkeleien met elkaar. Foto: 30 augustus 2016.



Kemphaan 1e jaars exemplaar. Foto: 30 augustus 2016.


Foto van 3 september 2016. Nog steeds verblijven er 4 grutto's op de Hooge Boezem.
Op de foto drie stuks. Ze zijn zelfs al flink in winterkleed, de snavels ook al mooi roze.
 Normaal gesproken hadden ze nu al in hun winterkwartier moeten zijn. Ben benieuwd hoe 
lang ze het nog vol houden in de Hooge Boezem.


De zeldzame krombekstrandloper heeft inmiddels de Hooge Boezem ook even aangedaan
eind augustus van dit jaar. Dit exemplaar is mooi in zomerkleed maar deze vogel 
is niet op de Hooge Boezem gefotografeerd.

 

Schapen drijven
 
De Boarder Collie is een boerderijhond, waarvan de 
geschiedenis ver teruggaat. Alhoewel de naam pas ontstaan is in de jaren ‘70 heette 
hij voordien ‘Working Sheepdog’ en mogen we hem klasseren bij één der oudste rassen ter 
wereld. Vermoedelijk gaat het om een kruising van grote zwarte herdershonden die de 
Romeinen meebrachten bij hun veroveringstochten in Engeland en spitsachtige honden die 
de Vikingen meebrachten naar Schotland. De kruisingen van deze rassen gebeurde volgens 
de overlevering in de Borderline (vandaar de naam) tussen Engeland en Schotland. 
Zeker is echter dat we één der eerste beschrijvingen terugvinden in 943 na Christus, waar de koning 
van Wales een zwart-witte herdershond beschrijft, die ‘s ochtends de bergen in trekt met een kudde 
en er ‘s avonds weer mee naar huis keerde.

 
Een wedstrijd schapendrijven wordt “trial” genoemd. De allereerste trial vond plaats 
in 1873 te Noord-Wales. In Nederland lopen we meestal het Engels parcours. Hierbij moeten zo’n 
5-10 schapen een vastgesteld traject afwerken in een vaste volgorde en een tijd die door 
de jury bepaald wordt. Voor elke afwijking op het parcours worden er punten afgetrokken. Het is de 
bedoeling dat de schapen in een rechte lijn over het veld lopen en er zo min mogelijk 
van afwijken. Elke onderdeel van de wedstrijd is gerelateerd aan de praktijk.

 

Ontwikkelingen in Westergouwe
Het zuidwestelijke deel van Westergouwe wordt een waterrijk natuur- en recreatiegebied ter grootte van 45 ha.  
Het gebied maakt deel uit van de regionale ecologische verbindingszone tussen het Bentwoud 
en de Krimpenerwaard. Voor bewoners van Westergouwe ontstaan hiermee recreatiemogelijkheden 
in de directe nabijheid van hun woning. Via onder andere de groenzone die dwars door het woongebied loopt, 
is dit natuur- en recreatiegebied zeer goed bereikbaar. Een deel wordt ecologisch rustgebied en zal 
daarom daarom niet toegankelijk zijn.

 
Overzicht op het plas-dras gebied (gegraven plassen) in Westergouwe. Er is ook al een
vogeluitkijkpunt (rechts) gemaakt



 
De eerste woningen in WesterGouwe zijn inmiddels opgeleverd. De bewoners kijken uit op
een plas waar lepelaars op doortocht naar het winterkwartier in Afrika even komen uitrusten.
Foto: 16augustus 2016. De als gevolg door vervening laaggelegen Zuidplaspolder heeft nogal wat 
brakachtige kwel en dat is de reden dat er in dit gebied al een tijdje zo'n 4-5 kleine zilverreigers verblijven.
Op de foto is in het midden een exemplaar te onderscheiden.


Close up van de kleine zilverreiger.


Via een groenzone die dwars door het woongebied loopt, zal dit natuur- en recreatiegebied zeer 
goed bereikbaar zijn. Momenteel is met druk bezig om een voet- en fietspad aan te leggen.

homepage

nieuwste vertellingen fotoboek landschappen zoeken foto's zoeken op trefwoorden auteur
natuur & landschap Reeuwijkse Plassen weidevogels cultuurhistorie jeugdverhalen