26 augustus 2012            Fotonieuws uit het Groene Hart rond Reeuwijk (14)

Het verhaal achter witte en donkergekleurde zwanenkuikens

Zwanenpaar met donkergekleurde kuikens zwemmend tussen de krabbenscheer.


Zwanenpaar met witte kuikens zwemmend tussen watergentiaan in bloei.

Als U een beetje interesse hebt in de vogelwereld in het Groene Hart moet het U ook zijn opgevallen. Sommige knobbelzwaanouders zwemmen rond met witte kuikens maar er zijn ook knobbelzwaanouders die donkergekleurde kuikens grootbrengen. Waarom dat verschil? Het verschijnsel kende ik wel maar eerlijk gezegd wist ik de oorzakelijke kant ook niet precies. Ben er eens flink de literatuur voor ingedoken en heb na lang zoeken het antwoord gevonden. Hoe zit het nu precies in elkaar?

Er bestaan twee kleurfasen van de knobbelzwaan. De verschillen zijn het duidelijkst bij de jongen. Een variant staat bekend als de Poolse knobbelzwaan. Die hebben lichte wittige jongen. Niet Poolse knobbelzwanen hebben bruin/grijze kuikens. De als Pools bekend staande knobbelzwanen, zowel de jonge als de volwassen exemplaren, hebben vleeskleurige poten, lichte oogleden en een lichte huid op de onderkant van de snavel. Maar omdat de twee knobbelzwaan varianten zich steeds meer vermengd hebben zijn die kenmerken niet meer betrouwbaar om een goed onderscheid te maken. 

Vroeger fokten boeren (en zwanendrifters) vooral de Poolse variant. Het dons van deze jongen was veel geld waard, maar dat gold alleen maar voor het witte dons van de Poolse knobbelzwanen. 

 

Ecoduct onder Rijksweg A-12 bij Reeuwijk klaar

Ecoduct onder de A-12 bij Reeuwijk-Driebruggen. Speciaal aangelegd om dieren een betere kans te geven zich van het ene gebied 
naar het andere te verplaatsen. Migreren van de ene plek in het Groene Hart naar een andere wordt nu een stuk eenvoudiger zonder 
het risico om plat gereden te worden.
 

Overzicht van het ecoduct onder de Rijksweg A-12 bij Reeuwijk-Driebruggen als voorloper van het gaan 
realiseren van de Ecologische Hoofdstructuur. Maar of er veel dieren gebruik van zullen gaan maken is afhankelijk of de 
inrichting van de directe omgeving, een paar jaar geleden nog de natte as genoemd natuurvriendelijk zal worden uitgevoerd. 
Het kabinet Bleker noem ik het maar even voor het gemak was niet zo natuurminnend en veel van de oorspronkelijk 
(natuurvriendelijke) plannen zijn de prullenbak in gegaan.

Ik heb er zelfs over gedroomd. Zat in mijn droom verdekt opgesteld in een schuilhutje met de bedoeling om migrerende diersoorten, die van het ene deel van het Groene Hart naar het andere deel wilden verkassen, te fotograferen. Wat een geweldige soorten kwamen (in mijn droom) langs. Bevers, visotters, reeŽn, zelfs beren en als klapstuk de zeldzame veelvraat denderden langs mijn schuilhutje. Het resultaat was een prachtige fotoserie. Althans tot het moment tot ik ontwaakte en moest vaststellen dat het maar om een droom ging. Maar wel een hele mooie.

Die droom was natuurlijk te utopisch. Maar realistisch gezien. Er zijn kansen. Sinds kort verblijft er een of misschien wel een paar reeŽn in het poldergebied rond Reeuwijk is met zekerheid vastgesteld. Maar ook een ontsnapt damhert die mensen wellicht "uitschelden"voor een ree of hert. Ook de bever doet het goed in Nederland en wie weet zien we binnenkort wel een exemplaar snuffelen aan het ecoduct en wandelt of zwemt er door heen. Over visotters ben ik wat minder enthousiast. De kans dat we er een zullen zien het Reeuwijkse Groene Hart acht ik klein. Er worden van de uitgezette exemplaren teveel exemplaren doodgereden, alhoewel je weet maar nooit.

 

Steeds meer krabbenscheer in sommige poldersloten en sloten in het Reeuwijks Plassengebied.
De zeldzame groene glazenmaker lijkt er van te profiteren.

Poldersloot in de polder Sluipwijk op 30 juli 2012. Krabbenscheer heeft zich hier recentelijk massaal gevestigd. Nog maar 5 jaar geleden groeide er in deze sloot geen krabbenscheer. De waterkwaliteit in de polder Sluipwijk is redelijk en in combinatie met een dikke modderlaag vormt de sloot blijkbaar een geschikt biotoop voor krabbenscheer.


Polders waar krabbenscheer de laatste jaren fors is uitgebreid zijn Sluipwijk en lokaal in Reeuwijk zuidelijk van de A-12. 


Brede sloot in Reeuwijk in de polder Oukoop tussen de Oukoopse Dijk en de Waterwipmolen. Bovenstaande foto is gemaakt 
op 2 september 2008.Toen groeide daar nog geen krabbenscheer. Inmiddels is een flink deel van deze sloot begroeid met 
krabbenscheer. Deze sloot is al jaren niet meer uitgebaggerd dus de groeiomstandigheden voor krabbenscheer zijn geoptimaliseerd. 
Hier werden op 24 augustus 2012 twee patrouillerende mannetjes groene glazenmaker waargenomen waarvan een werd 
gefotografeerd toen er even werd uitgerust in de vegetatie langs een oever.

25 augustus 2012. Vergelijk de foto met die van hierboven. Nu staat er wel veel krabbenscheer terwijl het ontbrak 
op 2 september 2008.


Mannetje groene glazenmaker op 24 augustus 2012 gefotografeerd bij een krabbenscheersloot in de polder Oukoop.

Een rondje Reeuwijk op 24 augustus 2012 (Freek en Henk van der Weyden van de KNNV Gouda) leverde op drie verschillende plaatsen in totaal 5 vliegende mannelijke groene glazenmakers op en een vrouwelijk exemplaar. Geconcludeerd kan worden dat de groene glazenmaker (voor zijn levenswijze specifiek gebonden aan krabbenscheer) profiteert van het oprukken van krabbenscheer. Het gaat (nog) wel om kleine aantallen. De veel algemenere grote keizerlibel en paardenbijter verblijven ook in het krabbenscheer(milieu) en het blijft een kwestie van goed opletten omdat de uiterlijke verschillen van groene glazenmaker met de twee andere genoemde soorten erg klein zijn.

Overigens: krabbenscheer is een belangrijke soort in het laagveensysteem vanwege o.a. de symbiose met groene glazenmaker en zwarte stern. Ik verwacht wel dat de waterplant zal afnemen door het weer op orde brengen van de waterkwaliteit en bij het massaal uitbaggeren van sloten tot op de bestaande veenlaag. Er worden door het Waterschap miljoenen gespendeerd om de waterkwaliteit te verbeteren in en rond de Reeuwijkse Plassen. Het accent ligt daarbij momenteel op het maken van natuurvriendelijke oevers. Aanvullend een goed plan maar een veel directer resultaat valt te behalen in het baggeren van sloten. En met baggeren bedoel ik het voor 95% verwijderen van de baggerlaag tot op de pure veenlaag aan toe. Vermits er dan niet te veel rivierwater wordt ingelaten zal de waterkwaliteit flink verbeteren met name door het zelfreinigend vermogen omdat de biomassa aan water in polders met ca. 50% zal toenemen door het verdiepen van sloten. Beter water betekent ook meer waterplanten van de goede soort dus geen gedoornd hoornblad, smalle waterpest en draadwier. Ook de visstand zal er van profiteren. Het snoek-zeelt type zal zich weer herstellen waardoor sportvissers (en misschien ook wel broodvissers) als vanouds weer de polder in kunnen trekken om hun ding te doen.


Op deze foto zijn de lange wortels zittend aan een krabbenscheerplant goed te zien. De worteldraden lopend vanuit de plant zijn ongeveer 30 cm lang en gaan dan over in de eindwortels waaraan een kluit bagger zit.

Ondanks de wat mindere waterkwaliteit van de Reeuwijkse Plassen en de polders er omheen lijkt krabbenscheer daar op dit moment geen last van te hebben. Deze waterplant is n.l. de laatste jaren enorm in opmars. Op steeds meer plaatsen zie ik krabbenscheer verschijnen vooral in sloten die de scheiding vormen tussen legakkers en de plassen. Soms een beetje geholpen door de mens via het uitzetten van planten die bij het jaarlijkse slootonderhoud worden verwijderd. Een aantal sloten staat er inmiddels al aardig mee vol o.a. langs de Ree, Twaalfmorgen (wel opmerkelijk, hier zijn recent twee grote groeiplaatsen weer verdwenen) en de Nieuwenbroekse Dijk. Verder is er een opvallende uitbreiding van krabbenscheer gaande in de polder Sluipwijk en noordelijk van de s' Gravenkoopse Dijk in de polder Reeuwijk. Zelfs in de polder Oukoop, zuidelijk van het fietspad waar krabbenscheer tot voor kort volledig was verdwenen, staat nu weer een sloot vol.

Toch is het massaal verschijnen van krabbenscheer niet alleen een kwestie van een betere waterkwaliteit. Krabbenscheer groeit bij voorkeur in wateren met een modderlaag. In wateren/sloten die grondig
van de baggerlaag zijn ontdaan tot op de pure veenlaag groeit deze waterplant niet of nauwelijks is mijn inmiddels (60-jarige) ervaring. Krabbenscheer heeft lange draadwortels waarvan de uiteinden in de modderlaag zitten. Ook als het water wat dieper is (zelfs tot 1,50 mtr) maar er is een modderlaag aanwezig dan heeft een krabbenscheerplant geen enkele moeite om zich via lange tentakelachtige wortels in de baggerlaag te verankeren. Tot aan de 2e wereldoorlog kwamen in het Reeuwijkse Plassengebied krabbenscheervelden voor die groeiden in water van wel 1,5 mtr diep (informatie van voormalige Sluipwijkse broodjagers-vissers). Ook die krabbenscheer groeide in een modderlaag.

Omdat een groot deel van de sloten in en rond het Reeuwijkse Plassengebied niet meer of maar oppervlakkig van de bestaande baggerlaag wordt ontdaan heeft zich een steeds dikkere modderlaag gevormd waardoor de diepte van de sloten fors is afgenomen. Trouwens, samengaande met een steeds dikker wordende modderlaag is ook de visstand kenmerkend voor een goede waterkwaliteit (snoek-zeelttype) sterk afgenomen. Goed af te lezen aan het vrijwel ontbreken aan sportvissers in de polder op een enkele vliegvisser na die het met de vangst moet doen met kleine ruisvoorntjes en blankvoorns omdat de wat grotere exemplaren zo'n beetje allemaal opgevreten zijn door aalscholvers, blauwe reigers en futen.

Door die aangroeiende modderlaag zijn de kansen voor vestiging van krabbenscheer alleen maar beter geworden tenminste als de modderlaag niet al te dik wordt waardoor de sloten steeds ondieper worden. Er zijn al sloten waar door een dikke modderlaag nog maar 10-max.20 cm water staat. Die zijn ongeschikt en op die plaatsen vestigt zich geen krabbenscheer bevestigen mijn waarnemingen.

 

 

Wijfjes krakeenden bijna uitgemoederd








Het witte vlekje verraadt dat het hier gaat om een krakeend.

Bijna vliegvlugge kuikens van de krakeend waarvan een met een wit vlekje.

Was op weg (30 juli 2012) om kuifeenden met kuikens te proberen te fotograferen in Reeuwijk. Kuifeend kuikens die al bijna vliegvlug moesten zijn en die ik al een tijdje gevolgd had in een brede wetering langs het fietspad in de polder Reeuwijk zuidelijk van Rijksweg A-12. Maar er was geen kuifeend te zien. Wel kwam ik tot een totaal van maar liefst zeven krakeendvrouwtjes met kuikens die zich lieten zien in de sloot langs het fietspad. Bijna alle kuikens waren vrijwel vliegvlug. De moedereenden zagen er wat minder uit. Sterker nog. Ze zager er behoorlijk afgepeigerd uit. Wat wil je ook. Het is een enorme klus om je kroost groot te brengen en dat was lijfelijk aan de vrouwtjes krakeend te zien. En wat daar nog bij komt, ze zitten dicht tegen de rui aan.

homepage

nieuwste vertellingen fotoboek landschappen zoeken foto's zoeken op trefwoorden auteur
natuur & landschap Reeuwijkse Plassen weidevogels cultuurhistorie jeugdverhalen