homepage
2
2 Oktober 2014            Fotonieuws uit het Groene Hart rond Reeuwijk (36)

Groene specht doet het (weer) goed in het Groene Hart.

Groene specht op een veldje zoekend naar zijn favoriete voedsel mieren.

De groene specht is weer helemaal terug van weggeweest in het Groene Hart rond Gouda-Reeuwijk. Regelmatig hoor ik het geluid weer van deze prachtige specht, die ook wel lachende hans wordt genoemd vanwege zijn kenmerkende roep. In mijn jeugdjaren hoorde je en zag je de groene specht ook regelmatig rond mijn geboortedorp Haastrecht. Ik heb er zelfs wel eens een nest van gevonden. Dat zat in de dikke stam van een (hoogstam)appelboom. Maar de soort ging steeds meer achteruit en was een flink aantal jaren zelfs helemaal verdwenen. De veerkracht van de natuur is groot. Dat weten we. Als de milieuomstandigheden goed zijn (of weer verbeteren) kunnen soorten die verdwenen waren zich toch weer herstellen. En dat is precies wat er met de groene specht aan de hand is. Een voorzichtige schatting van mij omtrent het aantal broedparen rond Gouda-Reeuwijk komt uit op minimaal 4-6 paren voor het voorjaar van 2014.

 

Giftige doornappels
 
De bloei van de doornappel (Datura stramonium) in beeld gebracht. De latijnse naam Stramonium betekent 
"gedraaid zijn". Dat houdt verband met de in de knop gedraaide bloemkroon
.
 
Vruchtvorming van doornappel. De Nederlandse naam van doorn appel heeft te maken met de vrucht. 
Deze is stekelig en groot (als een appel). Datura is afgeleid van het Arabische tat (steken), vanwege 
de stekelige vruchten.

De plant doornappel behoort tot de nachtschadefamilie. Doornappel is niet eetbaar; hij is zelfs zeer giftig, Er zitten onder andere hallucinogene stoffen in en je kunt eraan overlijden. Omdat de plant er bijzonder uitziet wordt hij gekweekt als sierplant. Van oorsprong komt deze plant uit Noord Amerika. Vrij snel na het ontdekken van deze plant door de Europeanen is hij ingevoerd in Europa. Hij doet het in het wild erg goed; de plant is nu wereldwijd verspreid in alle gematigde gebieden van de wereld. Ik kom de plant op mijn zwerftochten door het Groene Hart op verschillende plekken tegen vrijwel steeds op braakliggende terreinen, langs spoorlijnen, mesthopen of met name ruderale plekken. Het is een indrukwekkende plant met witte of lichtpaarse bloemkelken en stekelige zaaddozen (ze doen denken aan het omhulsel van een kastanje. Het is de roemruchte doornappel die samen met bilzekruid en alruinwortel of mandragora, de bekendste magische planten van Europa waren.

Doornappel werd vroeger gebruikt in de wereld van heksenzalvers en toverelixers. Het gebruik van doornappel is riskant en af te raden. Vooral bij een te hoge dosering, en die heb je al snel, kunnen krankzinnigheid, bewusteloosheid en zelfs de dood tot gevolg hebben.

 

 Gele kamille duikt op in de Hooge Boezem bij Haastrecht.

Gele kamille in het natuurgebied de Hooge Boezem bij Haastrecht .

De opwinding van het tijdelijk inunderen van de Hooge Boezem bij Haastrecht ligt al weer een tijdje achter ons. Toch wordt het gebied nog veelvuldig bezocht door van het landschap genietende (fietsende) dagjesmensen alswel natuurliefhebbers die naar de vele vogels komen kijken. Ik kom er ook regelmatig en mijn oog viel op een geelbloeiende plant op een kade vlak bij het inlaatpunt vanuit het veenriviertje de Vlist. Het bleek gele kamille te zijn. De gele kamille (Anthemis tinctoria) behoort tot het geslacht schubkamille (Anthemis), een geslacht dat tot de composietenfamilie (Asteraceae) behoort. De soort komt van nature voor in Europa en West-Azi. Het is een tweejarige plant. Het geslacht schubkamille onderscheidt zich van het geslacht kamille (Matricaria), doordat bij de schubkamille stroschubjes in de bloemhoofdjes voorkomen.De soort is van nature zeer zeldzaam in Zuid-Limburg, maar komt in andere delen van Nederland ook wel  adventief voor of ingezaaid. Gele kamille komt voor op open, droge bewerkte gronden, langs spoorwegen en op zandvlakten. Hoe de soort in de Hooge Boezem is terechtgekomen is onduidelijk

 

Steeds meer zwerfafval in de polders.
 
Een 1ejaars muskusrat langs de slootkant knabbelend aan een grasspriet met naast het dier zwerfafval.

Waar ik me aan kan ergeren is dat delen van de van de oorsprong zo ongerepte polders in het Groene Hart er steeds meer verrommeld bij komen te liggen. Verrommeling is een betrekkelijk nieuwe term in de landschapsontwikkeling van Nederland. Er wordt gedoeld het aantasten  van het oorspronkelijke landschap die met name de visuele waarde verlaagt. Verrommeling is sterk gebonden aan de persoonlijke waarneming. Bij verrommeling denk ik aan storende elementen in het landschap zoals (reclame-)borden, of zoals kassen voor de tuinbouw, windturbines en zendmasten. Een ander voorbeeld van verrommeling is te constateren door de opkomst van steeds meer zogenaamde paardenweiden waar uiteraard een paardenbak bij hoort. Het oorspronkelijke agrarische weidelandschap wordt gekenmerkt door grote grasoppervlakten, begraasd door koeien, waarvan het kenmerk een wijds landschap is. Ook de toename van de woonfunctie van het platteland door niet agrarirs en het ontstaan van een meer industrieel karakter van de overblijvende landbouw valt naar mijn idee onder de noemer verrommeling.

Een ander beeld van verrommeling van het Groene Hart wordt veroorzaakt door de toename van zwerfafval in de polders van het Groene Hart. Lege blikjes, plastic afval, piepschuim van de bouw, ik kom het steeds meer tegen. Niet alleen langs de wegen maar ook in het poldergebied zelf. De foto met de muskusrat laat het als voorbeeld zien.

 

Slobeenden in eclipskleed.
       
Een groepje slobeenden, bijna allemaal in eclipskleed en een paar kuifeenden en smienten. Op 20 september 2014 
aanwezig in de Hooge Boezem bij Haastrecht.

Het eclipskleed is het kleed dat woerdeenden kort hebben in de nazomer tijdens de rui als ze alle slagpennen tegelijk ruien. Het is een kleed waarin zij vrijwel volledig gaan lijken op de vrouwtjes eenden. Eenden kunnen (net als ganzen) gedurende een korte periode van circa een maand nauwelijks of zelfs helemaal niet vliegen. Ze zijn dan uiterst kwetsbaar. Ze verzamelen zich dan ook vaak in grote groepen.

 

De eerste ransuilen al weer op de roestplaats aanwezig.
 
Deze ransuit heeft een met klimop overwoekerende uitgekozen om er de dag door te brengen.
De uil viel bijna niet op tussen deze klimplant.


Drie ransuilen tussen de takken van een kale loofboom. Enkele jaren geleden wist ik een roestplaats van
ransuilen waar ik op een dag maar liefst 27 exemplaren telde.

Ransuilen zijn standvogels. Na de broedtijd zwerven ze hooguit wat rond maar overwinteren ook in de omgeving van hun broedgebied. In het najaar zoeken ze elkaar op en zitten op vaste plaatsen die roestplaatsen worden genoemd. Vaak worden roestbomen tientallen jaren achter elkaar gebruikt. Het komt wel voor dat zo'n roestplaats midden tussen de bebouwing ligt. Voorwaarde is dan wel dat er in de buurt, bijvoorbeeld in aangrenzende polders, genoeg muizen voorkomen. Roestplaatsen worden soms jarenlang trouw gebruikt. Een solitaire vrijstaande boom die voldoende beschutting geeft kan voldoende zijn. Een vaste roestplaats met een aantal van 25-30 ransuilen ben ik ooit tegengekomen in de duinen bij Wassenaar. In een paar dichte Oostenrijkse dennen. Onder die roestplaatsen liggen meestal uilenballen. In die uilenballen zitten onverteerde restanten van het voedsel wat ze eten. Schedeltjes en botjes van kleine zoogdieren, restanten van vogels en insecten. Door deze uilenballen uit te pluizen kan een goed beeld worden verkregen wat er gegeten wordt. Het hoofdvoedsel bestaat uit vooral uit muizen.

homepage

nieuwste vertellingen fotoboek landschappen zoeken foto's zoeken op trefwoorden auteur
natuur & landschap Reeuwijkse Plassen weidevogels cultuurhistorie jeugdverhalen