22 april 2013            Fotonieuws uit het Groene Hart rond Reeuwijk (23)

Voorjaarstrek geoorde fuut: 17 stuks op plas Broekvelden

De laatste jaren worden in het voorjaar behoorlijke aantallen geoorde futen waargenomen op plas Broekvelden. Zo ook op 14 april 2013. Verspreid over de plas werden 17 stuks geteld, de meesten al mooi in zomerkleed. Een exemplaar was nog niet helemaal in zomerkleed. Broeden doen geoorde futen niet in het Reeuwijkse Plassengebied. Wel verblijven er tussen de 10-20 exemplaren enkele weken in april tot uiterlijk half mei. Op weg naar hun broedgebieden en tijdelijk doen ze de surfplas aan (op andere plassen zie je ze niet) om op krachten te komen alvorens ze weer verder trekken.


Geoorde futen volledig in zomerkleed op plas Broekvelden. Foto's: 14 april 2013.

Geoorde fuut volledig in zomerkleed op plas Broekvelden.


Geoorde fuut nog niet helemaal in zomerkleed op plas Broekvelden.

 

18 April 2013. Harde zuidenwind. Windkracht 7 - 8 op de surfplas in Reeuwijk.

Het was een zonnige dag maar wat een wind. Hoge golven op de surfplas. Veel vogels zochten de luwte op maar niet deze geoorde futen en krooneenden. Het was een spectaculair gezicht om te zien hoe de vogels zich door de hoge golven worstelden.


Geoorde futen in de branding op plas Broekvelden. Foto's: 18 april 2013.

De geoorde futen werden regelmatig min of meer door golven overspoeld.


Deze geoorde fuut had wel de luwte opgezocht maar ook daar golfde het water nog flink.


Paartje krooneenden in, tussen en soms half onder de hoge golven op plas Broekvelden. Foto: 18 april 2013.


20 April 2013 was het een stuk rustiger op de surfplas. 10 Krooneend woerden zochten allemaal
toenadering tot een vrouwtjes krooneend. Het ging er soms tamelijk ruig aan toe.

 

Nestelende halsbandparkieten in Reeuwijk
    
Al een paar jaar huist er een klein aantal halsbandparkieten in/nabij de Reeuwijkse Hout. Foto: 15 februari 2013.

Op 15 februari 2013 merkte ik aan het gedrag van een paartje halsbandparkieten dat ze al aan het zoeken waren naar een nestplek. Een oud grote bonte spechtennest was door de halsbandparkieten als broedplaats gekozen. Een exemplaar hield de wacht en hield middels het maken van geluidjes contact met het exemplaar dat in het nest verbleef. Het is inmiddels half april en er wordt gebroed.


Dit is een man halsbandparkiet. Het verschil tussen man en vrouw is moeilijk te zien. De man heeft een zeer lange smalle staart,
en een wat duidelijkere afscheiding in de nek dan de vrouwtjes.


Het paartje halsbandparkiet gaat vrijwel zeker nestelen in een (gekraakt) grote bonte spechtennest.
Het paar huist inmiddels ongeveer al een maand op de plek van het nest en vertoont duidelijk territoriumgedrag.
Foto: 7 maart 2013.


Halsbandparkiet verlaat het nest. Foto: 14 april 2013.


Het kostte het vrouwtje wel enige moeite om uit de nestholte te komen. Foto: 14 april 2013.

 

Spreeuw broedt in oud nest van grote bonte specht

Vorig jaar broedde een spreeuw in een holte uitgehakt door een grote bonte specht. Dat beviel zeker goed want 
opnieuw heeft een spreeuw dit voorjaar de ruimte betrokken om te nestelen. Foto: 17 april 2013.

 

Het zeldzame moerasviooltje (viola palustris).

Uitbundig staan ze op dit moment overal weer in de tuinen te bloeien. Winterviolen. Het zijn zo'n beetje de eerste bloeiende tuinplanten die na de winter in de tuincentra te koop waren. Overal zie je ze in bakken staan in de kleuren geel, wit, paars en misschien zijn ze er ook nog wel andere kleuren. 

In het wild komen ook verschillende viooltjes voor. Het maarts viooltje is het bekendst. 


Maarts viooltje (viola odorata) in de bloei. Foto: 17 april 2013.

Minder bekend is het moerasviooltje, een vrij zeldzame soort die groeit op schrale vochtige gronden. De meeste moerasviooltjes zijn te vinden in reservaatgebieden. Vroeger stond deze plant op diverse plekjes in en rond het Reeuwijkse Plassengebied. Tijdens vegetatieonderzoek in het Reeuwijkse Plassengebied in de 70er jaren van de vorige eeuw heb ik ze op diverse eilandjes op schrale plekjes bloeiend aangetroffen. Maar de meeste van die groeiplaatsen zijn in de loop der jaren verdwenen. Of ze nu nog op eilandjes in het plassengebied voorkomen weet ik niet. 

In de polders Stein en Lang Roggebroek in Reeuwijk was het moerasviooltje vroeger een vrij algemene soort. Op tientallen plekken heb ik ze  gevonden in schrale graslanden steevast op vochtige plaatsen. Het meest langs sloten in vochtige oevers. Als je het moerasviooltje aantrof was de kans groot dat er ook andere minder algemene moerasplanten in de buurt stonden. Dat waren dan  o.a. veenpluis, veenmos spec., kleine valeriaan, blauwe zegge, sterzegge, tormentil, spaanse ruiter, echte koekoeksbloem en nog veel meer. Het genoemde soortenpakket behoort tot planten die thuishoren in blauwgrasland. 

Blauwgrasland was vroeger in West-Nederland vrij algemeen. Alleen al in West-Nederland kwamen rond 1900 nog duizenden hectaren van dit type grasland voor. De blauwgraslanden waren zeer bloemrijk. Ook het insectenleven en dagvlinders waren goed vertegenwoordigd, het zoemde er van de insecten. Blauwgrasland werd nooit bemest dus de bodem was erg voedselarm. De percelen lagen ver weg van de boerderij meestal op venige gronden. In de winter was de vegetatie bruin en in het voorjaar, wanneer blauwe zegge bloeide, was de kleur van de vegetatie blauwig. De waterstand in die blauwgraslanden was hoger dan nu het geval is en het water van goede kwaliteit. Dit alles bij elkaar waren precies de juiste omstandigheden waardoor het biologische leven zich zo rijk had ontwikkeld. 

Eduard van der Voo en Chris van Leeuwen, twee vermaarde floristen, hebben in het boekje 'Tussen Lek en Ronde Venen' uitvoerig het blauwgrasland beschreven. In de 40er jaren van de vorige eeuw hebben zij het Groene Hart intensief op het voorkomen van planten onderzocht en beschreven. Over de polder Stein schrijven zij dat rond de 2e wereldoorlog de harlekijnorchis (orchis morio) nog  voorkwam en van de wilde kievitsbloem groeiden er miljoenen. Op een aantal graslandpercelen in de polder Stein en Lang Roggebroek groeiden toen nog allerlei plantensoorten kenmerkend voor blauwgrasland waaronder dus ook moerasviooltjes.

      
Ook dit voorjaar op een enkel plekje in een reservaat bij Reeuwijk  moerasviooltjes tezamen met een paar
andere schraallandplanten zoals blauwe zegge, sterzegge en tormentil. Het is maar een kleine groeiplaats. 
De oppervlakte waar ze groeien wordt wel kleiner. Op 18 april 2013 waren de blaadjes en een paar bloemknopjes 
al zichtbaar maar de planten stonden nog niet in bloei.

homepage

nieuwste vertellingen fotoboek landschappen zoeken foto's zoeken op trefwoorden auteur
natuur & landschap Reeuwijkse Plassen weidevogels cultuurhistorie jeugdverhalen