homepage
29 april
2016            Fotonieuws uit het Groene Hart rond Reeuwijk (45)

Groot- en klein hoefblad

Ze zijn alweer bijna uitgebloeid. Het  groot hoefblad (Petasites hybridus). Deze in Nederland voorkomende plant groeit met zijn grote bladeren graag in de buurt van water op bij voorkeur een beetje kleiige grond. Ze zijn iets later dan het klein hoefblad (Tussilago farfara), een pioniersplant die vooral groeit op nieuwe gronden en zich goed thuis voelt in nieuw aangelegde wegbermen of braakliggende terreinen. .Als de bloemen van het groot hoefblad al zo'n beetje uitgebloeid zijn, zijn tegelijkertijd de rabarberachtige bladeren van de plant ook al flink uitgedijd. Ik kan me nog wel herinneren dat we het als kind prachtig vonden om verstoppertje te spelen. Al kruipend onder de grote bladeren, op grote groeiplaatsen, probeerden we elkaar te ontdekken en af te tikken.


Op de voorgrond een grote groeiplaats van groot hoefblad bij het boezemland in de polder Stein bij Haastrecht.
Foto: 2 april 2016


Dezelfde
groeiplaats van groot hoefblad weer wat later. De bloemen die bijna uitgebloeid zijn vallen al minder op. 
Ervoor in de plaats gekomen zijn de rabarberachtige bladeren. Foto: 18 april 2016

    
Close up van groot hoefblad.


Klein hoefblad is een van de vroegste voorjaarsbloeiers die we in het vroege voorjaar tegen komen.

 

Paartje houtduiven (Columba palumbus) nestelt na de winter

De in Nederland zeer algemene en grootste (hout)duif bezoekt in de winterperiode graag een door mensen 
gemaakte voerplek. Er overwinteren enorme groepen houtduiven uit Noord- en Oost-Europa in West-Europa. 
Er moet wel voldoende dekking zijn de vorm van struiken of bomen om ze op een voerplaats te krijgen.
Het onderstaande paartje houtduiven kwam iedere dag langs om hun krop vol te vreten van het zadenvoer. 
Het zijn nogal slordige eters want een flink deel van het voer kwam uiteindelijk buiten het bakje terecht
waarin het voer werd aangeboden. 
   

Eerst vanuit een aangrenzende boom kijken of een bezoek aan de voerplek wel veilig is.


Dit paartje houtduiven kwamen regelmatig snoepen van het strooivoer. Het verschil tussen man en vrouw
is niet erg groot. De witte vlek lijkt bij de man iets groter te zijn.



De eerste nestelende houtduif kwam ik eind april al tegen. Ze bouwen slordige nesten van takken en het is 
geen uitzondering dat de eieren na het leggen meteen door de losjes bij elkaar geharkte takjes op de grond vallen. 
Houtduiven leggen 2 eieren. Na het uitbroeden voederen zowel man als vrouw de jongen. 
Jonge houtduiven missen in de eerste zomer de kenmerkende witte halsvlek van de oudervogels.
Het broedsucces van houtduiven is dramatisch laag. Slechts 10% van de broedsel slaagt maar daadwerkelijk.
Maar omdat ze een flink deel van het jaar doornestelen komt de voortplanting toch uiteindelijk nog goed.

 

Watermolen van de Hooge Boezem in Haastrecht eindelijk in ere hersteld.

De watermolen langs de Vlist is nu bijna zover gerestaureerd dat het weer mogelijk is om via windkracht water in te laten in de Hooge Boezem als dat nodig wordt geacht. Alleen het binnenwerk moet nu nog gerestaureerd worden en daarvoor is nog flink wat geld nodig.

Het spelen met de waterstand is van groot belang voor de inmiddels aanwezige rijke vogelwereld. De visdiefjes zijn inmiddels al weer terug en verkennen op de eilandjes hun toekomstig broedgebied. Ook worden op de slikrandjes al weer diverse plevieren en steltlopers waargenomen, waarvan verschillende zullen gaan broeden binnen het gebied, en andere soorten doortrekken naar broedgebieden in het hoge noorden. 


 
De wederopstanding van een watermolen. Links de molenstomp in 2002. 
Rechts de gerestaureerde molen op 2 april 2016 met de zeilen op. Inmiddels is de inlaat  gerestaureerd. 
Het binnenwerk moet nog gerestaureerd worden. Dan  kan de watermolen weer water inlaten in de 
Hooge Boezem bij Haastrecht.



Overzicht van de Hooge Boezem met op de voorgrond een grote pol koolzaad in bloei.




De zwarte sterns zijn al weer teruggekeerd uit hun overwinteringsgebieden in Afrika. Al een paar dagen
worden voedselziekende groepjes waargenomen boven de Hooge Boezem.


Ook bij de Hooge Boezem diverse grauwe ganzen met kuikens. Het aantal grauwe ganzen dat in Nederland broedt 
wil men sterk verminderen. Dat doet men door het prikken van eieren en afschot. Deze broedparen zijn 
ontsnapt aan de eierprikkers die proberen zoveel mogelijk eieren van nestelende grauwe ganzen en brandganzen 
te prikken (op een na). Dat men niet alle nesten vindt blijkt wel uit de vele paren met kuikens die ik rond 
Gouda/Reeuwijk tegenkwam op mijn fietstochten in de loop van april.

 

Een vroege Vuurjuffer (Pyrrhosoma nymphula)in mijn tuin.

Een van de eerste juffersoorten die je in het vroege voorjaar tegen kunt komen is de vuurjuffer (Pyrrhosoma nymphula). De vliegtijd van de vuurljuffer in Nederland is van begin mei tot begin oktober, maar soms ook al in april. Door het koude weer van de laatste week verwachtte ik niet, en was dan ook stomverbaasd, om een vuurjuffer in mijn tuin te zien op 28 april 2016. De weersomstandigheden op die dag:  een lage temperatuur van maar 10 graden met af en een bui waar soms ook hagel tussen zat. Dat was al de hele week eigenlijk zo. Te lage temperaturen voor de tijd van het jaar met veel regen en hagel. Geen weer om de polder in te gaan dus dan maar een goed boek lezen in de woonkamer. Als de zon even scheen was het op mijn binnenplaatsje net warm genoeg om buiten lekker zittend in het in het zonnetje en met de warme zonnestralen op mijn lichaam mijn spannende boek verder uit te lezen. Plotsklaps zie ik een libelachtig insect vliegen die op mijn schutting landt. In de op dat moment aanwezige zon. Toonde ook geen tekenen om snel te vertrekken want toen ik mijn digitale camera pakte om foto's te maken kon ik zelfs de macro vanaf een cm of 5 afstand gebruiken. Toch vloog de vuurjuffer, na voldoende te zijn opgewarmd na ca. 10 minuten op om vliegensvlug te verdwijnen in de verte. 

    
Vuurjuffer in het zonnetje zittend op de houten schutting in mijn tuin Foto: 28 april 2016.

 

Voorjaar 2016. Onopvallende futenbalts in het Reeuwijkse Plassengebied

Op verschillende plaatsen in het Reeuwijkse Plassengebied laten futen ieder voorjaar hun prachtige pinquindans zien. Dit voorjaar heb ik dit echter nauwelijks waargenomen. Of het nu komt door de koude perioden van dit voorjaar, ik weet het niet. Misschien komt het ook wel omdat ik vanwege het slechte weer minder bezoeken heb gebracht aan het plassengebied. Maar wat wel zeker is. Ook van anderen heb ik dit vernomen. Het baltsgedrag van futen was dit voorjaar veel minder opvallend dan in andere jaren. Inmiddels zitten diverse futen te broeden en heb ik zelfs de eerste futenpulli al weer gezien. Om toch een inkijkje te krijgen in het futenleven een fotoserie een paar jaar geleden gemaakt.

Om te zien klik op:    futen in Reeuwijk

    
In november 2015 had een futenpaar (in winterkleed) het voorjaar al in de kop. Druk werd er gebaltst.
Foto: 12 november 2015.

 

Voorjaar 2016. Dwergmeeuwen en zwarte sterns doen weer even het Reeuwijkse Plassengebied aan

Ieder voorjaar zo tussen half april april tot aan de 2e week van mei doen een aantal dwergmeeuwen en zwarte sterns het Reeuwijkse Plassengebied tijdelijk aan op hun trek naar broedgebieden elders. Ze foerageren dan een aantal dagen op de vele dansmuggen en andere insecten die het plassengebied bevolken. Dit voorjaar werden de eerste dwergmeeuwen op de Reeuwijkse Plassen waargenomen op 15 april 2016. Al gelijk flink wat n.l. 42 exemplaren voedselzoekend boven Plas Klein Vogelenzang (waarneming Dorus Duits). De eerste zwarte sterns werden ook op deze plas gezien op 14 april (Gert Vonk). De dag erna waren dat 30 stuks (Dorus Duits).  De aantallen zwarte sterns en dwergmeeuwen die tijdelijk op de plassen verblijven  wisselen van jaar tot jaar nogal in aantal. 2010 was een heel goed jaar hetgeen veroorzaakt werd door de grote hoeveelheid voedsel die beschikbaar was op het moment van de doortrek in de vorm van dansmuggen (om te zien klik op dwergmeeuwen 2010). Momenteel (16 april 2016) is het vrij koud en de vele wolkjes van dansmuggen ten teken dat er een overvloed aan voedsel zijn er nog amper. Op 28 april waren de aantallen al flink forser. Pim Steenbergen telde op die dag een 100-tal dwergmeeuwen op Klein Vogelenzang en ruim 300 voedselzoekende zwarte sterns. Waarom de dwergmeeuwen en zwarte sterns zich geregeld op dit plasje concentreren is niet duidelijk. Een integrale telling van het Reeuwijkse Plassengebied op een moment door meerdere tellers zou daar misschien meer duidelijkheid over kunnen verschaffen want misschien verblijven er ook flinke aantallen op andere plassen in Reeuwijk. Ook op plas Broekvelden en plas Elfhoeven worden regelmatige flinke aantallen gezien is bekend.

Wel duidelijk is dat door het een paar jaar geleden onder water drukken van palen die waren overgebleven na het wegspoelen van kunstmatig aangelegde eilandjes in de plas Broekvelden er minder gelegenheid overbleef voor vogels om te rusten. Die paaltjes waren daar ideaal voor. Zwarte sterns, dwergmeeuwen, visdiefjes, aalscholvers en kokmeeuwen. In de winter van 2015/2016 zat er zelfs een tijdje een zeldzame velduil op. De vogels zaten er graag op te rusten maar helaas werd er besloten om de palen volledig onder water weg te drukken. Inmiddels zijn weer een paar eilandjes volledig weg gespoeld en wat resteert zijn ook weer de paaltjes die nu nog boven water staan. Ik doe bij deze een oproep aan de Gemeente Reeuwijk/Bodegraven (eigendom van de plas) om ze nu eens te laten staan voor de vogels.


Inmiddels zijn bijna alle kunstmatig aangelegde eilandjes op de plas Broekvelden weggespoeld. 
De overgebleven palen zijn de schamele restanten van waar de eilandjes lagen. Nu zijn het kokmeeuwen 
en een eenzame aalscholver die gebruik maken van de paaltjes om te rusten. Foto: 14 april 2016.

homepage

nieuwste vertellingen fotoboek landschappen zoeken foto's zoeken op trefwoorden auteur
natuur & landschap Reeuwijkse Plassen weidevogels cultuurhistorie jeugdverhalen