homepage
19 Februari 2015            Fotonieuws uit het Groene Hart rond Reeuwijk (40
)

Grutto's laten zich nog amper zien in het Groene Hart rond Reeuwijk-Gouda.
         

Nog even wachten. Grutto waakt over zijn kuikens in een bloemrijk grasland en
houdt een overvliegende blauwe reiger in de gaten.

Het is 19 februari 2014. Nog vrijwel geen grutto aanwezig op de bekende verzamelplaatsen rond Gouda. Slechts enkelingen zijn op 17/18 februari gezien zoals een exemplaar bij het Weegje Waddinxveen, een 2-tal bij Willescop Oudewater en ook nog een exemplaar bij de Groene Jonker. (19 febr 2014 drie exemplaren aanwezig op de Voorofsche polder Boskoop). Ondanks de zachte winter zijn de grutto's laat met hun terugkeer om het broedseizoen van 2015 te beginnen. Ben uiterst benieuwd hoe het het komende broedseizoen  zal gaan met het broedsucces. Onderzoek van SOVON toonde aan dat het broedseizoen voor grutto's in 2014 rampzalig is verlopen. In dat voorjaar zijn veel te weinig jonge Grutto’s vliegvlug geworden om de populatie op peil te houden. Met name in particuliere agrarische graslanden was het broedsucces dramatisch. Dat blijkt uit een berekening van Sovon die is uitgevoerd in opdracht van Vogelbescherming Nederland. Sinds 2011 worden vliegvlugge grutto-tellingen uitgevoerd en 2014 was het slechtste jaar in de periode 2011-2014 met ongeveer 4600 groot geworden vliegvlugge Grutto’s, terwijl er ruim 10.000 nodig zijn voor een stabiele populatie. Hoofdreden lijkt het warme weer in het vroege voorjaar waardoor het maaien van het gras in agrarische graslanden al half/eind april startte en er al snel daarna ook nog vele maairondes volgden. Bij iedere maaironde gingen er nesten verloren en stierven er forse aantallen opgroeiende kuikens, die nog niet konden vliegen.

Rond de 60-er jaren van de vorige eeuw was de grutto in Nederland nog een algemene broedvogel met ca. 125.000 paren, in 2011 waren dat nog maar 30.000 paren blijkt uit de Weidevogelbalans 2013’.

Er zijn grote zorgen over de afname van de Grutto, die veroorzaakt wordt door een structureel tekort aan het groot komen van jonge vogels. Vogelbescherming vraagt provincies te kiezen voor collectieve gebiedsplannen met veel en kwalitatief goed beheer, omdat zo’n aanpak de afname kan stoppen en wellicht zelfs weer tot een toename kan leiden. Gebieden met goede resultaten zijn de polder de Ronde Hoep onder Amsterdam en het poldergebied van Eemland. Maar het goede broedsucces in die gebieden is slechts een druppel op een gloeiende plaat want dit betreft reservaten en/of particuliere gebieden waar goede afspraken kunnen worden gemaakt om een optimaal weidevogelbeheer te voeren. In het overgrote deel van het agrarische gebied in Nederland zijn de broedsuccessen een stuk minder kan worden geconstateerd.

Laatste nieuws: de eerste aarzelende  instroom van grutto's in Nederland begon op 24/25 februari 2015. Op 24 februari 2015 als voorbeeld werden 1350 grutto's geteld op de plasdras van het Landje van Geijsel in Noord -Holland. De echte massale instroom in Nederland begon vanaf 3 maart 2015.

 

Roerdompen rond Gouda-Reeuwijk.
        
Deze roerdomp zat in het vroege ochtendzonnetje te zonnen aan de rand van een rietveldje oostelijk 
van de Reeuwijkse Plassen. Foto: 30 januari 2015. Afstand ca. 50 meter. Telelens Canon-300mm.


Foto van de roerdomp wat verder uitvergroot. Foto: 30 januari 2015.

Roerdompen behoren (samen met woudaapjes) tot de meeste geheimzinnige en verborgen vogels van het moeras. De roerdomp is nooit echt algemeen geweest in mijn 'gebied' rond Gouda-Reeuwijk en zeker niet als broedvogel. Het is een moeilijke soort om waar te nemen omdat ze zo verscholen leven en amper opvallen tussen het riet. Vanwege hun stiekeme gedrag zie je er maar weinig. Behalve dan als je ze in het voorjaar op de broedplaats hoort baltsen (hoempen). In mijn jeugd wist ik enkele  plekken waar vrijwel jaarlijks roerdompen tot broeden kwamen n.l. de rietstrook van Het Doove Gat bij Haastrecht, in een rietmoeras langs de Enkele Wiericke en ook in het wat meer rustige oostdeel van de Reeuwijkse Plassen. Een betere kans om roerdompen te zien was (en is) het in de wintermaanden als het flink vroor en sneeuwde. Uit onderzoek weten we dat de meeste van 'onze' roerdompen in het najaar zuidwaarts wegtrekken en exemplaren uit Oost-Europa hun plaats tijdelijk innemen. Deze winter waren in mijn zwerfgebied min of meer vaste plekken waar roerdompen (met veel zoekwerk)  waren te bewonderen de polder Ruigeweide nabij Oudewater, het natuurgebied Willescop nabij Oudewater, De Eendrachtspolder bij Zevenhuizen en het Spookverlaat nabij Hazerswoude.

 

Hybride eenden 
        
Hybride kruisingsvorm van tafeleend x kuifeend. Vinkeveense Plassen 29 januari 2015.

Tussen de Vinkeveense krooneenden populatie die uit meer dan honderd exemplaren bestaat bevinden zich enkele afwijkende eenden zag ik toen ik eind Januari het gebied bezocht. Het gaat om een kruisingsvorm. Eerst dacht ik dat om de kruising gaat van een krooneend x kuifeend, maar met de hulp van de uitgebreide verzameling natuurboeken van mijn goede vriend Rinus van Straaten kwamen we er achter dat het om een kruising gaat van een tafeleend x kuifeend (common pochard x tufted duck).


Een plaatje met een aantal kruisingsvormen van eendachtigen.


Geen kruising maar een ontsnapte woerd kokardezaagbek. Zat nog in de buurt van de plek waar hij gehouden werd.



Nog een kruising van twee eendensoorten. Ik heb absoluut geen idee welke soorten hier met elkaar gekruisd zijn. 
Als er iemand is die mij meer weet te vertellen stuur een mail naar f.j.mayenburg@caiway.nl 

 

Vroege voorjaarbloeiers: winterakoniet
        
In diverse tuinen staan de winterakonieten op dit moment uitbundig te bloeien.

Nog een voorjaarsbloeier: het blijft een geheim, de kievitsbloem. Wild of niet?

    

Jonge plantjes van kievitsbloemen (frittiliaria meleagris) te koop bij Intratuin. In een plantpot. 
Ze zijn inmiddels geplant in mijn tuin. Ook waren er al volwassen exemplaren in bloei te koop. Foto: 17 februari 2015. 

Het voorjaar begint zich al een beetje te laten voelen. Bloeiende (wilde) wrangwortel, winterakonieten, sneeuwklokjes, stinkend nieskruid en zelfs de eerste narcissen zag ik al op mijn vrijwel dagelijkse zwerftochten door het Groene Hart rond Reeuwijk-Gouda. Begin april zal de wilde kievitsbloem weer te bewonderen zijn als inmiddels uiterst zeldzame soort op een paar groeiplaatsen rond de Reeuwijkse Plassen. De ooit zo algemeen wilde kievitsbloem in de polders rond Gouda-Reeuwijk wordt zeldzamer en zeldzamer. Het is triest om te moeten constateren dat het aantal in het wild groeiende exemplaren tot een minimum van enkele honderden exemplaren is gedaald. Ooit bloeiden er in de polder Stein jaarlijks vele honderdduizenden exemplaren maar dat aantal is in die polder inmiddels gedaald naar slechts een honderdtal exemplaren en de afname lijkt nog steeds gaande te zijn. Het moment van verdwijnen van dat ooit zo algemene bolgewasje lijkt nabij te zijn.


Kievitsbloemen zijn momenteel al te kust en te keur in de verkoop in tuincentra. 
De bolletjes zijn via temperatuurbeheersing voorgetrokken om vroeg te gaan bloeien 
en vervolgens afgehard om buiten in de tuin te zetten.

Al vele jaren hou ik me bezig met de vraag in hoeverre het voorkomen van wilde kievitsbloemen in West-Nederland wel allemaal spontane groeiplaatsen betreffen. Waarom ik me dat afvraag wordt ingegeven door de volgende zaken. 
1. De 'natuurlijke' groeiplaatsen van wilde kievitsbloemen komen in West-Nederland vooral voor in vochtige veengraslanden die in vroegere eeuwen werden bemest met dierlijke mest, soms aangevuld met stadscompost vanwege het gebrek aan voldoende dierlijke mest waardoor het huidige toemaakdek is ontstaan. De volgende gedachte kan ik maar niet loslaten n.l. dat het wel eens zou kunnen zijn dat de bolletjes van de kweekvorm van kievitsbloemen afkomstig zijn uit die stadscompost en het heel goed deden. Een andere mogelijkheid zou ook nog kunnen zijn dat er vanwege de grote belangstelling voor dit bolgewasje in de 17e eeuw massaal kievitsbloemen werden gekweekt die gemakkelijk konden verwilderen in de graslanden omdat de groeiomstandigheden daar prima waren vanwege het gunstige vochtgehalte van de bodem en de ideale  bodemvruchtbaarheid voor kievitsbloemen.
2. Het bolgewas kievitsbloem behoort tot zgn soorten uit de Nederlandse stinzenflora. Kievitsbloemen werden in de 17e/18e eeuw veel gekweekt op landgoederen en rond kasteeltuinen en het is heel goed mogelijk dat de soort zich verspreid heeft vanuit dat soort plekken. Het is opvallend dat ook nu nog verschillende groeiplaatsen van kievitsbloemen in West-Nederland zich net binnen of buiten landgoederen en kasteeltuin bevinden.
3.
Verder is het opvallend dat tussen de vele miljoenen in de 17e eeuw geproduceerd tegels zoveel voorstellingen van kievitsbloemen voorkomen. Het was in de tijd van de tulpmania. Tulpmania was een overspannen hoogtepunt in de tulpenhandel in Nederland die rond 1634 opkwam en waaraan begin 1637 een abrupt einde kwam. Het verschijnsel wordt ook tulpomanie, tulpenwoede, tulpengekte, bollengekte, dwaze tulpenhandel en bollenrazernij genoemd. In de Gouden eeuw bereikten de prijzen van de nieuw geďntroduceerde kweekvormen van tulpenbollen extreme hoogten. Samenvallend met het hoogtepunt van die tulpmania werden in dezelfde tijd grote aantallen wandtegels geproduceerd waaronder dus ook veel tegels met afbeeldingen van kievitsbloemen. Geconcludeerd kan worden dat de kievitsbloem in die tijd zeer populair was. Het kan bijna niet anders zijn dat ook in die tijd al veel kievitsbloemen werden gekweekt wat net als de tulp een bolgewas is.
4. Overigens zit er nog wel een tegenstrijdigheid in mijn bevindingen. In de echte wilde kievitsbloem populaties is het aandeel wit bloeiende exemplaren ongeveer 1% terwijl dat in populaties van de gekweekte exemplaren aanzienlijker hoger is en soms wel 5-10% bedraagt. Ik kan daar hooguit tegen in brengen dat als kievitsbloemen lang verwilderd zijn het aandeel witte exemplaren afneemt.

Omtrent deze open deur-theorie over het wel of niet wild zijn van de kievitsbloem in het poldergebied van West-Nederland heb ik in het verleden al met verschillende wetenschappers tal van discussies gevoerd. Sommige kunnen zich enigszins vinden in wat ik denk maar andere wijzen het af als zijnde niet gefundeerde conclusies. We zijn er nog steeds niet uit. Een zeer deskundige wetenschapper, Albert Corporaal (als belangrijk onderzoeker van de de Nederlandse kievitsbloem) is er ook van overtuigd dat kievitsbloemen in Nederland echte wild zijn. Maar t.o.v. West-Nederland is de  situatie in de kievitsbloemrijke terreinen rond Zwolle met de periodieke  inundatie van oeverlanden  totaal anders als die in West-Nederland. Die is te vergelijken met het massaal voorkomen van kievitsbloemen langs de Loire in Frankrijk waar de oeverlanden ook regelmatig worden overstroomd. 

Voor mij blijft het boeiend om met de vraagstelling bezig te blijven. Wie weet kan ik op termijn toch nog eens meer over het geheim van de kievitsbloem in West-Nederland melden. 


Close up van een kievitsbloem

homepage

nieuwste vertellingen fotoboek landschappen zoeken foto's zoeken op trefwoorden auteur
natuur & landschap Reeuwijkse Plassen weidevogels cultuurhistorie jeugdverhalen