homepage
2 April
2014            Fotonieuws uit het Groene Hart rond Reeuwijk (32)

Blauwe reiger pakt mol


Blauwe reiger met nog levende mol. Maar na een paar keer afgewassen te hebben in water ging 
de mol tegenstribbelend en al naar binnen.

Blauwe reigers zijn niet erg kieskeurig wat hun voedsel betreft. Het zijn van nature viseters maar een mol, rat of kikker gaat er ook wel in. Ze vergrijpen zich zelfs aan vogels ter grootte van een waterhoen of volwassen weidevogel als ze de kans krijgen heb ik wel waargenomen.

 

Voorjaar op plas Broekvelden in Reeuwijk. Geoorde futen op de plas.

Vandaag 28 maart 2014 kon ik (met een harde oostenwind) met veel moeite twee geoorde futen ontdekken op plas Broekvelden. Dit terwijl ik op 26 maar 2014 maar liefst 14 exemplaren telde, waarvan ik U een foto laat zien waarop maar liefst 8 geoorde futen staan. Ik heb een tijdje bij het groepje staan te kijken en wat opviel was dat er al verschillende paren waren gevormd. Maar er werd veel ruzie gemaakt want blijkbaar waren er nog verschillende ongepaarde exemplaren die een poging deden om een partner te veroveren.


Groepje van 8 stuks geoorde futen op plas Broekvelden. Foto 26 maart 2014.

 

Is mijn Reeuwijkse (grutto)vriend  weer terug in zijn broedgebied van vorig jaar?

Deze gruttoman zat al vroeg in het broedseizoen op een hekpaal in de polder Stein Noord (afstand 3 meter). De witte streep op 
de achtergrond is de
plasdras gruttoverzamelplek welke ook overdag nog steeds druk wordt bezocht en waar forse 
aantallen grutto's komen slapen. De gruttoman zat op de paal maar nog niet om te alarmeren. De vogel was eerder nieuwsgierig 
vanwege mijn aanwezigheid en was uiterst tam. Wellicht herkende hij mij nog van het vorige jaar toen ik een gruttopaar met kuikens 
precies op deze plek geruime tijd heb gevolgd. Het gruttopaar was toen behoorlijk aan mij gewend door mijn regelmatige aanwezigheid. 
Misschien was dit wel het mannelijke exemplaar dat in Juni 2013 exact op deze plek alarmeerde met twee kuikens in de buurt zo vroeg 
ik me af. Foto: 26 maart 2014.


Grutto's in de namiddag op de verzamelplaats polder Stein Noord op 20 mei 2014.

Een van mijn meest favoriete vogelboeken is "Mijn vriend uit Lapland" van de schrijver Bengt Berg. Het boek dateert al uit de jaren zestig van de vorige eeuw en kan nu nog alleen antiquarisch worden aangeschaft. Het boek geeft een uitgebreid overzicht van de ervaringen van Berg met een broedpaar van de morinelplevier in Zweeds Lapland. Vooral zijn fotoverslag (nog in zwart-wit) vond ik erg  indrukwekkend waarbij de morinellen accepteerden dat de schrijver tot op maar liefst ca. 50 cm afstand van de broedende vogels verbleef. Ze trokken zich niets aan van de fotograaf en leverden een prachtig beschreven  beeld op van het natuurlijke leven van de morinelplevier in de broedperiode. Bij de foto die ik op 26 maart 2014 van de mannelijke grutto maakte dwaalden mijn gedachten onwillekeurig af naar het boek van Bengt Berg.

         
Dat morinelplevieren ook in het broedgebied erg tam kunnen zijn laten deze zwart-wit foto's zien. Op de linkerfoto een Lap 
(inwoner van Lapland) zittend bij het nest. Op de foto rechts Bengt Berg met zijn hand bij de morinelplevier maar deze verblikt of 
verbloost niet. Op de middelste foto de camera op statief in aanslag vlak bij de broedende morinel. 

 

Loos alarm. Geen heikikkers (Rana arvalis) maar bruine kikkers (Rana temporaria) 
in de Reeuwijkse Hout bij het Reeuwijkse Plassengebied.
       
Een 3-tal bruine kikkers in het ondiepe water langs de oever van een slootje.

Bruine kikker.

Bruine kikker met links op de foto een forse hoeveelheid kikkerdril.

Door het fraaie voorjaarsweer van de laatste week zijn al weer flink wat ringslangen ontwaakt. Ik kwam op de s'-Gravenkoopse Dijk zelfs al het eerste platgereden exemplaar tegen. Ieder voorjaar loop ik bij Reeuwijk een aantal geschikte zonplaatsen af waarvan ik weet dat er ringslangen kunnen liggen te zonnen. 
Toch geen heikikkers maar bruine kikkers
Op 30 maart 2014 liep ik in het Reeuwijkse Hout langs een slootje waarlangs ruigte en braamstruweel groeit. In voorgaande jaren zag ik er zo af toe zonnende ringslangen. De sloot afkijkende met de verrekijker zag ik wat beweging langs een oever. Er naar toe gelopen en wat bleek, het ging om een groepje kikkers met om zich heen flink wat kikkerdril. Ze maakten geen geluid en er was ook geen activiteit die aangaf dat er nog gepaard werd. Net als bruine kikkers produceren heikikkers grote klompen dril. Na het afzetten van de eieren verdwijnen de vrouwelijke heikikkers al weer naar het vasteland en de mannetjes blijven nog een tijdje bij de eieren rondhangen in de hoop dat er nog nieuwe vrouwtjes verschijnen waarmee ze kunnen paren. Een 7-tal kikkers was aanwezig die allemaal met hun kopjes boven water uitstaken. Het leken mij mannelijke exemplaren. De kikkers leken nog een klein stukje blauwig gekleurd te zijn hetgeen een kenmerk is voor mannelijke heikikkers die in de paartijd een aantal dagen blauwig gekleurd zijn. Op grond van dat kenmerk ging ik er van uit dat ik met heikikkers te maken had. Inmiddels zijn er verschillende reacties gekomen op mijn veronderstelling waaronder van de Stichting RAVON (Richard Struijk) met de mededeling dat het voor 100% zeker niet om heikikkers gaat maar om bruine kikkers. Jammer dus. Het had zo mooi geweest. Maar we blijven zoeken.


Doodgereden ringslang op de s'-Gravenkoopse Dijk in Reeuwijk. Foto: 1 april 2014.

 

De eerste grauwe ganzen kuikens zijn er weer.
    
De eerste grauwe ganzenkuikens van het voorjaar 2014 zag ik al nabij het Reeuwijkse Hout op 28 maart.

Broedende grauwe gans op nest. Plas Sloene in Reeuwijk. Foto: 28 maart 2014.

Grauwe ganzen behoren tot de vogels die al heel vroeg beginnen met nestelen. De afgelopen jaren zag ik meestal de eerste kuikens in de 1e week van april. Door het mooie zachte voorjaar verbaasde het mij niet dat ik de eerste kuikens al wat eerder tegenkwam. Een paar met kuikens kwam ik tegen in de polder Reeuwijk op 28 maart 2014. Waarschijnlijk was het legsel uitgebroed in het aangrenzende Reeuwijkse Hout waar forse aantallen grauwe ganzen broeden op eilandjes met ruigtevegetaties. Het is inmiddels 2 april 2014 en vandaag telde ik al 5 paar grauwe ganzen met kuikens in het Reeuwijkse Plassengebied.

 

Vroeg nestelende ransuil.
    
Ook ransuilen zijn al vroeg aan het nestelen geslagen. Ransuil broedend op oud kraaiennest. Foto: 31 maart 2014.
Om verstoring te voorkomen is de foto gemaakt vanaf grote afstand. Dit is een forse crop.

Een van de twee ransuilen zittend/wakend in de buurt van een oud eksternest waar in 2013 op werd gebroed. 
Foto: 30 april 2013.

Ransuilen beginnen normaal gesproken te nestelen zo rond half april. Maar ook deze uilensoort is er dit voorjaar vroeg bij. Op 31 maart 2014 zag ik al een broedende ransuil op een oud kraaiennest. Deze uilensoort broedt bij voorkeur in oude nesten van kraaien, eksters of roofvogels. Maar ik heb in mijn jeugd ook wel ransuilnesten gevonden in oude knotwilgen op houtkaden in de omgeving van mijn woonplaats Haastrecht. Op die toen nog rustige (en geheimzinnige) houtkaden stonden veel oude knotwilgen en knotessen waar o.a. verschillende paartjes ransuilen, steenuilen, bosuilen en holenduiven in broedden. Ransuilen leggen 3 tot 5 spierwitte rondachtige eieren. Jonge ransuilen verlaten al vrij snel het nest en scharrelen dan rond in de omgeving van het nest als zgn takkelingen.

 

Een 2-tal stinzenplanten wat beter bekeken: blauwe druifjes en wilde tulp.
   
Blauwe druifje op de twee linkerfoto's. Rechts de variŽteit neglectum, ook wel troshyacint genoemd. Foto's 26 maart 2014.

Het gewone blauwe druifje (Muscari botryoides) is bij de meeste mensen wel bekend. Ze behoort tot de hyacintenfamilie. In veel particuliere tuinen, heemtuinen en landgoederen staat dit stinzenplantje momenteel te bloeien. Minder bekend is een andere soort uit dezelfde familie de variŽteit neglectum, ook wel troshyacint genoemd. Deze soort heeft net als blauwe druifjes dichtbloemige aarvormige bloemtrossen. De lichtblauwe bloemen aan de top zijn steriel. Deze (onder)soort ken ik maar van een groeiplaats in een particuliere tuin. 

     
Wilde tulp in de heemtuin in de Goudse Hout. Foto's: 1 april 2014.

De wilde tulp (Tulipa sylvestris), ook wel bekend staand als bostulp, komt oorspronkelijk uit Zuidoost-Europa (ItaliŽ en het noordwestelijke deel van de Balkan) en Noord-Afrika. De soort is als stinzenplant ingeburgerd in een groot deel van West- en Midden-Europa waaronder dus ook (maar daar recent aangeplant) de heemtuin in de Goudse Hout.

Er bestaat ook een Inlandse wilde tulp, althans dat is de bijnaam voor de wilde kievitsbloem, waarvan er vroeger miljoenen exemplaren groeiden in de Reeuwijkse polders waaronder met name de polder Stein Noord. De soort is hier inmiddels erg zeldzaam geworden als gevolg van veranderingen in de landbouw. Ook het reservaatbeheer heeft tot op heden nog niet geleid tot herstel van de soort. Gelukkig komen er rond Zwolle-Hasselt nog wel prachtige groeiplaatsen van wilde kievitsbloemen voor. 
Wilt U meer over de geschiedenis van Reeuwijkse kievitsbloemen lezen klik hier

homepage

nieuwste vertellingen fotoboek landschappen zoeken foto's zoeken op trefwoorden auteur
natuur & landschap Reeuwijkse Plassen weidevogels cultuurhistorie jeugdverhalen